Home De Weense kring

De Weense kring

In de eerste helft van de twintigste eeuw wemelde het in Wenen van de briljante geesten. David Edmonds beschrijft de geschiedenis van de ‘Wiener Kreis’, een kring van scherpe, veelal Joodse denkers.

Door Bert Keizer op 04 juni 2021

Moritz Schlick filosoof Wiener Kreis Weense kring
Cover van 06-2021
06-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

Om half tien in de ochtend van 22 juni 1936 werd Moritz Schlick, filosofieprofessor aan de universiteit van Wenen, op weg naar de collegezaal in het trappenhuis van de universiteit dood­geschoten door Johann Nelböck, een gestoorde student die dacht dat de professor iets had met zijn ex.

Eigenlijk was dat het gruwelijke einde van de Wiener Kreis. Schlick was de oprichter, gastheer en een beetje de voorzitter van een kring scherpe geesten die in het Wenen van na de Eerste Wereldoorlog regelmatig bijeenkwam. Herbert Feigl, Kurt Gödel, Otto Neurath, Friedrich Waismann en Rudolf Carnap zijn de bekendste namen. Velen van hen hadden gediend in de oorlog en worstelden nog altijd met de menselijke ellende die zij meemaakten, en de hopeloze stompzinnigheid van de politiek leiders.

Wat zich afspeelde in Wenen tussen 1875 en 1938 is van het allergrootste belang voor wie iets wil begrijpen van wat er daarna gebeurde: de Tweede Wereldoorlog en de vrijwel totale vernietiging van de Joodse bevolking in wat toen Midden-Europa heette.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Het is bijna niet te geloven wat er allemaal in Wenen tot stand werd gebracht op het gebied van filosofie, psychiatrie, romankunst, architectuur, schilderkunst, politiek, muziek en toegepaste kunsten, door mensen als Sigmund Freud, Karl Kraus, Gustav Mahler, Oskar Kokoschka, Egon Schiele, Gustav Klimt, Adolf Loos, Theodor Herzl, Stefan Zweig, Arthur Schnitzler, Otto Wagner, Ludwig Wittgenstein en vele anderen.

In zijn boek The Murder of Professor Schlick. The Rise and Fall of the Vienna Circle heeft David Edmonds niet alleen oog voor wat er omging in de briljante geesten die hij beschrijft. Wenen was naast een tempel van hoge beschaving ook een broeinest van rancune en wraakzucht. Er waren veelbelovende socialistische initiatieven op het gebied van woningbouw. Maar tegelijkertijd zag je maatschappelijke ontwikkelingen die de voorbode waren van de onvoorstelbare misdaden die spoedig zouden volgen.

De positie van de Joden in Wenen (en niet alleen daar) was altijd ambigu, al voelde het niet zo tot de nazitijd werkelijk losbarstte. In de tweede helft van de negentiende eeuw bereikten ze in het Habsburgse Rijk wat Edmonds beschrijft als ‘een onevenredig aandeel in de wereld van financiën, commercie, de vrije beroepen en natuurlijk het culturele leven’. Het werd ze niet in dank afgenomen.

In de jaren volgend op de ineenstorting van het Keizerrijk verloren vele Oostenrijkers niet alleen have en goed, maar ze voelden zich ook beroofd van hun eens zo trotse vaderland. De denkers van de Wiener Kreis leefden en werkten te midden van deze dreigende toestanden, waar uiteindelijk geen ontkomen aan was toen de politieke verschillen met bruut geweld op de straten en pleinen werden uitgevochten.

Filosofisch zaten de verschillende leden niet echt op één lijn, maar het is duidelijk dat hun denken niets te maken had met het giftige mengsel van religie, antisemitisme, nationalisme en rancune dat het wereldbeeld van de meeste Oostenrijkers ging bepalen. De Kreis-leden waren allemaal geheel doortrokken van wiskunde en fysica. Ze zochten helderheid en beknoptheid. Als het aan hen lag, dan zou filosofie een even rigoureuze discipline worden als de exacte wetenschappen. Carnaps meesterwerk heette niet voor niets Die logische Aufbau der Welt. Ze hadden niets met religie of politieke vergezichten – precies de reden waarom ze met argwaan werden bekeken door de autoriteiten, die driftig de andere kant op marcheerden, richting 1000-jarig arisch Reich.

Einstein was een held van de Kring. Sommigen kenden hem persoonlijk. Een andere belangrijke inspirator was Bertrand Russell, die in 1905 zijn Theory of Definite Descriptions publiceerde, waarmee de analytische filosofie was geboren. De filosoof die – al dan niet terecht – het sterkst met de Kreis wordt geassocieerd is Wittgenstein. Dat kwam deels door een diep misverstand rond zijn filosofie. De Kreis-filosofen wilden van alle metafysica af. Zij beschouwden zwaarwichtige beschouwingen over ‘de mens’ of ‘het noodlot’ als gebakken lucht. Ze waren het niet alleen oneens met hun filosofische voorgangers, ze meenden ook dat die betekenisloze onzin verkochten.

Wenen was naast een tempel van hoge beschaving ook een broeinest van rancune en wraakzucht

Wittgensteins vroege filosofie had wel iets weg van dit standpunt. De Tractatus was, onder andere, een poging om vast te stellen waar wij mensen het zoal over kunnen hebben. Hij eindigde met de bekende bezwering: ‘Worüber man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.’ Waarop Neurath geheel in karakter reageerde met: ‘Man soll schweigen freilich, aber nicht über Etwas.’ Hier wrong iets onherstelbaars. Wittgenstein meende dat de tweede helft van zijn werk – het ongeschreven, zwijgende deel – inhoudelijk het belangrijkste was. Die stilte was zwanger, zogezegd. Maar de leden van de Kreis deden niet aan zwangere stiltes, en Wittgensteins halfhartige, soms ronduit stekelige deelname aan sommige avonden zorgde vaak voor problemen. De voorkomende Schlick, die Wittgenstein bijna vereerde, vreesde dat de nukkige filosoof zou ontploffen als hij te bruusk zou worden bejegend, iets wat je wel aan Neurath kon overlaten.

Helaas was Karl Popper niet welkom in de Kreis. Edmonds beschrijft hem als grof, boertig, dominant, altijd erop uit een tegenstander te vermorzelen in een debat. Schlick daarentegen was een zeer nette, formele man – ‘een heer’, zeg maar – en hij moest niets hebben van Poppers lompe stijl van argumenteren. Bovendien wist hij dat Popper Wittgensteins werk minachtte, en dat deed de deur dicht. Eeuwig jammer, want Poppers ideeën over wetenschaps­filosofie zouden een belangrijke uitdaging hebben gevormd voor de leden van de Kreis.

De brute moord op Schlick vormde een verdrietig en wrang slotakkoord. Het Berliner Tageblatt meldde dat Schlick een Jood was. Dat was niet zo. In het Linzer Volksblatt werd Schlick ervan beschuldigd ‘het fijne porselein van ons nationale karakter te bezoedelen’. In andere publicaties werd Schlick beschimpt als een Jood of een Jodenvriend. De moordenaar werd tot tien jaar veroordeeld, maar kwam in oktober 1938 voorwaardelijk vrij.

Na Schlicks dood en mede door de nu snel verergerende politieke situatie viel de Kreis uiteen. De meeste leden waren Joden en zochten een goed heenkomen. Het was niet altijd makkelijk om uit Oostenrijk te ontsnappen, helemaal als je geen geld of buitenlandse hulp had. Wittgensteins zusters doorstonden de oorlog ongedeerd nadat de Wittgensteins de nazi’s 1700 kilo goud hadden betaald – in hedendaags geld ongeveer 95 miljoen euro. Een uitermate dubieuze transactie, verzucht Edmonds. De nazi’s zullen het geld niet aan de plantsoenendienst hebben besteed. Edmonds neemt ten slotte de moeite om alle leden tot in hun ballingsoorden te volgen: Nieuw-Zeeland, Engeland en vooral de Verenigde Staten. Veel van hun geliefden werden vermoord in de Holocaust, maar alle leden overleefden zelf de oorlog.

Het verslag van de wederwaardigheden van deze bijzondere geesten roept een onge­makkelijke vraag op. Hun geestelijke arbeid betekende niets in het zicht van de oprukkende nazi-ideologie. Is filosofie dan alleen maar een soort geestelijke muziek – erg onderhoudend, verfijnd, hoogstaand, vreugdevol, maar zonder enige maatschappelijke betekenis?

The Murder of Professor Schlick. The Rise and Fall of the Vienna Circle
David Edmonds
Princeton University Press
336 blz.
€ 26,49