De Italiaanse schrijver Umberto Eco geeft een duizelingwekkende opsomming van manieren waarop over pijn is nagedacht. Zijn essay is een mooie bijdrage daaraan, maar heeft niet het laatste woord.
In het voorwoord van Umberto Eco’s Overpeinzingen over pijn schrijft palliatief arts Guido Biasco dat Eco’s essay kan worden ingezet als ‘tool’ voor de zorgsector, om ‘een gedegen behandeling [tegen pijn] te ontwikkelen’. Maar wie het essay van de Italiaanse schrijver en filosoof eenmaal openslaat, kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat het laatste wat Eco wil bieden een duidelijke ‘tool’ is. De tekst, nu voor het eerst in Nederlandse vertaling verschenen, is gebaseerd op een lezing die Eco in 2014 gaf aan de Italiaanse Academie voor Palliatieve Geneeskunde. Hij haast zich te zeggen dat hij weinig van de palliatieve zorg afweet en duikt vervolgens meteen de geschiedenis van pijnbeschrijvingen in.
Wat volgt is een haast delirische opsomming van historisch en filosofisch materiaal. Boeddhistische reflecties op lijden, Avicenna’s adviezen tegen liefdesverdriet, Griekse mythes, middeleeuwse martelingen, Nietzsche, Proust en schilderijen van rotting en dood buitelen over elkaar heen. Zelfs Jean-Paul Sartres ‘pijn om zijn eigen lelijkheid’ komt voorbij. Eco schrijft in ander werk over de ‘poëzie’ van de lijst: een lijst kan saai overkomen, maar een uitgebreide opsomming kan ook een inspirerende duizeligheid veroorzaken – er kunnen oneindig veel nieuwe verbanden worden gelegd. Deze lijst laat op overweldigende wijze zien dat pijn door de geschiedenis heen steeds anders begrepen is, een inzicht dat denk ik relevanter is voor de zorg dan de ‘tool’ die Biasco in het essay ziet.
Schadenfreude
Toch laat Eco de lezer niet alleen in deze duizeling; regelmatig stapt hij als filosoof de opsomming binnen. Zo observeert hij dat pijnbeschrijvingen met het christendom iets ‘wellustigs’ kregen, wat hij illustreert met bloedstollende citaten over middeleeuwse martelingen. Ook geeft hij kritiek op de institutionalisering van Schadenfreude in onze huidige maatschappij: ‘En daarbij denk ik dan niet zozeer aan films à la Quentin Tarantino (…), maar aan de wat vriendelijkere televisiejournalen waarin ijverige verslaggevers aanbellen bij een vrouw wier zoon net is vermoord en aan de wanhopige moeder vragen: “Mevrouw, wat ging er door u heen toen u hoorde dat uw zoon in zuur is opgelost?”’ Een goed punt, al vroeg ik me na het zoveelste citaat over een uitgespuwde tong, wriemelende vliegen in rottend bloed of zweepslagen met brandnetels wel af: wat doet dit essay zélf dan precies? Is dit geen encyclopedische opsomming van gruwelijkheden waaraan ik me als moderne lezer stiekem kan vergapen? Maar wellicht is dat de spiegel die Eco zijn lezers wil voorhouden.
Wie lijdt, vergroot zijn kennis
Wat Overpeinzingen over pijn bijzonder maakt, is dat het behalve een essay over pijn ook een essay is over de verwevenheid van pijn en kennis. In het Bijbelse denken, stelt Eco, stond het besluit om niet te willen weten wat de oorzaak van je lijden is voor hoge wijsheid. Een Bijbels gezegde luidt: ‘Wie zijn kennis vergroot, vergroot ook zijn lijden.’ Rond de Romantiek werd die logica volgens Eco omgedraaid: wie lijdt, vergroot zijn kennis. Hij ziet dit idee onder andere bij Hegel (filosofie moet zich bezighouden met alle ‘ernst, pijn, geduld en kwelling van het negatieve’), Nietzsche (extreme pijn bevrijdt de mens van ‘gevaarlijke fantasieën’) en Dostojevski (‘door waarachtig en oprecht lijden zijn zelfs dwazen soms intelligent geworden’).
Maar wat is eigenlijk pijn?
Nu, zegt Eco, is er een nieuwe omdraaiing gaande: door er meer kennis over te vergaren, verminderen we onze pijn. Hij vertelt hoe hij tijdens zijn diensttijd geveld werd door een ernstige griep. Naast hem op de slaapzaal schreeuwden een paar ‘analfabete jongens’ het uit. ‘Ik ben ervan overtuigd dat ze meer leden dan ik omdat ze niet begrepen wat ze hadden, en vooral omdat ze niet wisten dat je van griep meestal geneest.’ Als we weten wat we ondergaan, zijn we er beter tegen bestand, denkt Eco. Het is dan ook zaak ‘om pijn te leren kennen en de biologische functie ervan te aanvaarden’. Eco maakt hier een interessant punt dat vaak over het hoofd wordt gezien: ‘objectieve’ medische beschrijvingen staan niet lijnrecht tegenover de ‘subjectieve’ pijnervaringen van de patiënt. Hoe we pijn ervaren, beïnvloedt wat we medisch gezien willen weten, en wat we weten, kan veranderen hoe we pijn ervaren.
Even tussendoor …
Meer lezen over pijn? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Filosofie scheurkalender 2027
- Elke dag wijzer met de wijsheid van een ander
- 365 dagen filosofische citaten: pakkend en grappig
- Inspirerende uitleg bij klassieke filosofen
TIJDELIJK! Ontvang tot wel 44% korting op Filosofie Magazine
- Elke maand heldere analyses van scherpe denkers
- Lees & luister onbeperkt op filosofie.nl
- Op papier én digitaal, incl. archief in de app
Maar ook het idee dat pijn noodzakelijk ‘een biologische functie’ heeft, is historisch bepaald – iets waar Eco zelf niet op reflecteert. Evenmin staat hij stil bij pijnaandoeningen die zich niet laten herleiden tot een aanwijsbare lichamelijke oorzaak. Zo opent ook dat perspectief zich weer voor mogelijke kritiek en eindigt Eco, zonder het misschien te bedoelen, zelf als een recente toevoeging op de lange lijst van manieren waarop mensen pijn hebben proberen te begrijpen.
Overpeinzingen over pijn
Umberto Eco
vert. Yond Boeke en Petty Krone
Prometheus
72 blz.
€ 12,50
