In De reiziger beschrijft Andrea Wulf het leven van George Forster. Zijn ontdekkingen waren verbluffend, zijn filosofische inzichten minder.
Zo beroemd als de ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt is, zo onbekend is de iets oudere maar minstens zo ondernemende George Forster. In 1772 monsterde hij op zeventienjarige leeftijd samen met zijn vader aan bij het schip van kapitein James Cook, dat op zoek ging naar Terra Australis, het veronderstelde zuidelijke continent. Tijdens hun drie jaar durende zwerftocht over de Stille Zuidzee ontdekten zij het beloofde continent niet, al scheelde het soms maar weinig. Maar de talloze observaties op etnologisch, biologisch en geologisch gebied die Forster in de loop van de tocht optekende, maakten hem na terugkeer een internationaal gevierd auteur.
Over Humboldt schreef de Duits-Engelse historicus Andrea Wulf in 2015 de biografie De uitvinder van de natuur, die uitgroeide tot een internationale bestseller. Minstens zo succesvol was haar volgende boek, Rebelse genieën, over de denkers en dichters die elkaar in de slotjaren van de achttiende eeuw in Jena ontmoetten: Schelling, Schiller, Goethe, Fichte, Novalis en de Humboldts en Schlegels. Met De reiziger laat ze de exploratie van de wereld van de geest achter zich om zich wederom op de ontdekking van de wereld te richten.
Niet dat die twee niet samenhangen. Humboldt, zo schreef Wulf in het eerste deel van wat we gerust als een trilogie mogen opvatten, had de natuur leren zien als één samenhangend geheel. Natuurlijk, afzonderlijke observaties en metingen waren noodzakelijk – dat had de Verlichting goed gezien. Maar alleen in een alomvattende blik ontstond er inzicht in de wijze waarop alles in de wereld op elkaar reageerde.
Dit holisme, waarin Wulf de eerste aanzetten ziet tot wat wij nu ecologisch denken noemen, is volgens haar kenmerkend voor de Romantiek. En niet alleen natuur, de hele menselijke cultuur moest tot één geheel samenvloeien, zo klonk het in Jena in die jaren. Dat betekende ook een samengaan van dichten en denken, misschien het best vertegenwoordigd in Goethe. Maar ook Humboldt ontpopte zich met zijn elegante stijl tot een homo universalis, zoals vĂ³Ă³r hem Forster had gedaan: de man die, zoals Humboldt zelf erkende, de stoot had gegeven tot zijn ontdekkingsreizen in Midden- en Zuid-Amerika.
Slappeling
En dus kreeg Forster, die in de eerdere boeken van Wulf al even opduikt, zijn eigen biografie. Net zo meeslepend als De uitvinder van de natuur, net zo intiem – bijna op het roddelzieke af – als Rebelse genieën. Want Forster mocht dan een groot ontdekkingsreiziger zijn, op persoonlijk vlak was hij extreem geduldig en meegaand. Eerst ten opzichte van zijn vader en vervolgens tegenover zijn echtgenote, die hem tot tweemaal toe dwong tot een ménage à trois en hem eigenlijk maar een slappeling vond.
Was dat de reden waarom Forster, toen de Franse Revolutie ook de Duitse landen bereikte, zich hartstochtelijk overgaf aan het nieuwe bewind? Als bestuurder van de stad Mainz bood hij deze letterlijk aan de Fransen aan. En sloeg hij, toen hij eindelijk zijn eigen wil durfde volgen, vervolgens zozeer door in fanatisme dat hij zich in de ogen van zijn landgenoten tot verrader maakte? Tot dergelijke psychologische speculaties laat Wulf zich niet verleiden. Wel moet zij vaststellen dat Forsters werk mede vanwege zijn revolutionaire opstelling na de Restauratie in vergetelheid raakte. Hij werd overschaduwd door de denkers van een volgende generatie die zich door hem hadden laten inspireren – Humboldt in de eerste plaats.
Toch kan dat niet de enige reden geweest zijn waarom Forster uit het collectieve geheugen verdween. Hoe opzienbarend zijn ontdekkingen ook waren, de filosofische inzichten die hij daaraan ontleende bleven tamelijk embryonaal. Het gevolg is dat het eerste deel van De reiziger vooral leest als een spannend reisverhaal en het tweede als het relaas van een persoonlijke lijdensweg, maar dat de ideeën daarin tamelijk dun gezaaid zijn.
Desondanks is De reiziger een fascinerend boek, dat ook de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen van het slot van de achttiende eeuw indringend neerzet. Wel is het filosofisch dus minder bevredigend dan de voorafgaande delen. Forsters biografie leest vooral als het tragische verhaal van een jong genie dat – misschien als gevolg van eigen karakterzwakte – snel opbrandde. Toen hij in 1794 stierf was hij pas negenendertig jaar.
De reiziger. Het uitzonderlijke leven van George Forster en zijn zoektocht naar de mens
Andrea Wulf
vert. Nannie de Nijs Bik-Plasman en Arjanne van Luipen
Atlas Contact
528 blz.
€ 39,99


