De meeste filosofen weten dat wat-is-vragen tot weinig leiden, hooguit tot een steriele definitie of een voorspelbaar antwoord. Bij de vraag wat de Verlichting is, ligt dat een beetje anders. Alleen al omdat Immanuel Kant in 1784 een beroemd geworden opstel publiceerde met precies die vraag als titel.
In dat in de Berlinische Monatsschrift verschenen artikel valt hij met de deur in huis: ‘Verlichting is het uittreden van de mens uit de onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is.’ Onmondig ben je, vervolgt Kant, als je niet je eigen verstand kunt gebruiken, dus niet kunt nadenken los van wat anderen zeggen. Dat is wat hem betreft verwijtbaar als je (anders dan dieren, kinderen of mensen met een geestelijke beperking) wel over zo’n goed werkend verstand beschikt. Dan ontbreekt het je namelijk simpelweg aan moed. Sapere aude! besluit hij de eerste alinea van zijn geschrift: durf te weten! Heb, met andere woorden, ‘de moed om je eigen verstand te gebruiken!’. Dat is het devies van de Verlichting. Dat Ãs volgens hem de Verlichting.
Maarten Doorman (1957) is filosoof, schrijver en dichter. Hij schrijft over filosofie, literatuur en geschiedenis voor onder meer NRC, de Volkskrant en Filosofie Magazine. Eerder was hij (bijzonder) hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Maastricht. Doorman schreef vele boeken, waaronder De romantische orde (2004), Rousseau en ik (2012) en Een jager in het woud. Frankrijk, Duitsland, Europa (2023).
Spreek je uit
Kants oproep is een moreel appel aan het individu. Het is gerieflijker om je niet uit te spreken en niet zelf na te denken. Maar in dat geval ben je ofwel lui, ofwel laf. Je kunt je de wet laten voorschrijven door wat je leest; je handelen laten bepalen door de kerk; je voedselkeuze kritiekloos baseren op de regeltjes van een arts. Je kunt anderen er zelfs voor betalen om niet zelf te hoeven nadenken en beslissen. Uiteindelijk zul je echter volwassen moeten worden en gebruik moeten maken van je eigen verstand.
Zelf nadenken en je durven uitspreken is slechts mogelijk wanneer je vrij bent. Dat geldt niet alleen voor het individu, maar ook voor de samenleving. Die vrijheid is immers niet absoluut, je leeft niet in een vacuüm en kunt je niet altijd over alles uitlaten zoals je wilt. Vaak zul je zelfs zonder protest uit moeten voeren wat er van je verwacht wordt. Een soldaat kan niet elk bevel eerst bediscussiëren en een geestelijke kan onmogelijk tijdens de dienst of bij de mis zijn twijfels over het bestaan van God ventileren. Een ambtenaar kan niet zelf beslissen hoe hij de regels toepast. Een burger moet niet zelf willen bepalen of hij belasting betaalt, waarvoor en hoeveel. Dan wordt het een chaos en kan de samenleving niet meer functioneren.
Kant maakte daarom onderscheid tussen het beperkte, private gebruik van de rede, bij het uitoefenen van een ambt en bij burgerlijke plichten, en het publieke. Bij het laatste gaat het om het algemene belang. In dat geval zijn we volkomen vrij om onze mening te geven en te argumenteren, in tijdschriften, in discussies met geleerden, in onze vrije tijd met vrienden of meer hedendaags geformuleerd: in politiek verband. Paradoxaal genoeg zijn gehoorzaamheid en maatschappelijke orde dus tegelijk nodig om vrij te zijn – een actuele constatering voor iedereen die denkt dat je altijd en overal alles mag zeggen wat in je opkomt.
Verlicht despoot
In een mooi beeld aan het eind van zijn artikel vergelijkt Kant die vrijheid met vruchtvlees in de harde, beschermende schaal van maatschappelijke instituties. Hij schreef Wat is Verlichting? tijdens het bewind van de verlichte vorst Frederik de Grote, een despoot die religieuze tolerantie, wetenschappelijk onderzoek, openbaar onderwijs en moderne, onafhankelijke rechtspraak stimuleerde. Daarom had Kant er vertrouwen in dat vrijheid van godsdienst, het maatschappelijk geweten van de burger en de vrije meningsuiting zich geleidelijk verder zouden ontwikkelen.
Maar de koning stierf twee jaar later, en in Frankrijk brak vijf jaar na publicatie van het opstel de Revolutie uit. Kant was geen voorstander van een gewelddadige omverwerping van het systeem, hij geloofde in kleine stapjes, geleid door morele inzichten. Toen het daarentegen in 1789 eenmaal raak was, distantieerde hij zich niet meer van de verworven vrijheden van de Franse Revolutie, al gruwde hij net als veel tijdgenoten van de uitwassen ervan.
Even tussendoor …
Meer lezen over Kant en andere grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Het donker van de onwetendheid
In Wat is Verlichting? verzet Kant zich in de eerste plaats tegen de vrijheidsbeperkingen van het geloof. Meer nog dan een politiek betoog is het een beroep op individuele vrijheid en verantwoordelijkheid en een pleidooi voor tolerantie. Verder valt op dat Kant bij de beantwoording van de vraag wat Verlichting is uitsluitend naar de toekomst kijkt, terwijl volgens veel historici de Verlichting ruwweg de achttiende eeuw beslaat en dus inmiddels al grotendeels achter hem lag. In Duitsland, in Engeland en in het cultureel dominante Frankrijk.
Het begrip ‘Verlichting’ wijst natuurlijk op de rede die haar licht werpt op het donker van de onwetendheid en op de duisternis van het geloof, dat steeds vaker aan bijgeloof gelijk wordt gesteld. In die lijn ontstond in de achttiende eeuw het beeld van de ‘religieuze’ middeleeuwen als een periode die even donker was als het interieur van een kathedraal. De romantici zouden die duisternis van de door hen zo spiritueel geachte middeleeuwen later juist weer bewonderen, maar vooralsnog vormden de middeleeuwen voor verlichte geesten een schaduwbeeld bij de eigen tijd, als symbool van onwetendheid en kinderlijke afhankelijkheid van autoriteiten en vermeende machten.
De metafoor van het licht voor kennis, inzicht en wijsheid heeft evenwel een langere voorgeschiedenis. Om te beginnen, haaks op de seculiere, Franse Verlichtingstraditie, in de Bijbel. In de Psalmen bijvoorbeeld (‘Zend Uw licht en Uw waarheid,’ Psalm 43:3) en in Daniël (5:11): ‘want in de dagen Uws vaders is bij hem gevonden licht, en verstand, en wijsheid’. Of in het Nieuwe Testament in Johannes (3:21): ‘Maar die de Waarheid doet, komt tot het licht.’ Daarnaast bestaat er in het Westen en ook in andere delen van de wereld een lange filosofische traditie waarin licht duidt op kennis en inzicht. Denk alleen al aan de beroemde grotvergelijking uit De staat van Plato: niet de grillige schaduwen van het vuur op de rotswand vertegenwoordigen er de ware kennis, maar wat het daglicht toont aan wie er dankzij filosofisch inzicht in slaagt de grot te verlaten. Hoe meer licht, hoe meer kennis. Ook in veel boeddhistische tradities zijn licht en (in)zicht nauw met elkaar verbonden.
Het tijdperk van de rede
De geschiedenis van de westerse wijsbegeerte zit vol lichtmetaforen. Na de oudheid, het neoplatonisme en de middeleeuwen vinden we ze terug bij Descartes. Voor hem dient rationele kennis clara et distincta te zijn: helder onderscheiden. Het etiket van de Verlichting (Duits: Aufklärung, Engels: Enlightenment; Spaans: Ilustración, van luz: licht) komt dus niet uit de lucht vallen, al wordt het woord ‘Verlichting’ (Les Lumières) nu juist in het in filosofisch opzicht in die tijd toonaangevende Frankrijk dan weer weinig gebruikt. Daar heet de achttiende eeuw simpelweg het tijdperk van de rede, of meer algemeen: van de filosofie. Les philosophes waren in Frankrijk ‘verlichte denkers’ en de benaming overlapte in betekenis sterk met wat we tegenwoordig intellectuelen of de spraakmakende intelligentsia zouden noemen.
En welbeschouwd kwam het woord ‘Verlichting’ elders in Europa ook pas laat in de achttiende eeuw vaker voor. Totdat het in de tijd van Kants opstel een modewoord dreigde te worden. Precies dat vormde voor de Berlinische Monatsschrift aanleiding om de vraag op te werpen wat dat modieus geworden begrip nu eigenlijk precies betekende. In een roman van de pedagoog en schrijver Christian Gotthilf Salzmann, drie jaar na Kants geschrift verschenen, heet het dat Verlichting naar de Franse haardracht verwijst (vermoedelijk zo’n klein pruikje) of naar godslastering. Een personage in die roman ‘vond zichzelf verlicht omdat hij in het Frans kon zwetsen’. Maar in de Franse taal en cultuur school voor een nieuwe generatie schrijvers en denkers niet de aantrekkingskracht. Die manifesteerde zich voor hen in het schitterende licht van het verstand, in de helderheid van de rede.
Dit is een bewerkte voorpublicatie van het Elementaire deeltje over Verlichting van Maarten Doorman, dat op 18 augustus 2026 verschijnt bij Athenaeum.
Elementaire deeltjes 89. Verlichting
Maarten Doorman
Athenaeum
144 blz.
€ 15,-


