Home Tijd Kan niets bestaan?
Tijd

Kan niets bestaan?

Door Emile Smits op 1 juli 2026

Computersimulatie van een superzwaar zwart gat niets
Computersimulatie van een superzwaar zwart gat, 2016. beeld NASA/ESA
Cover van
07-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Het niets vormt een van de grootste raadsels voor de filosofie en de wetenschap. ‘Vragen wat het niets is, is volstrekt onzinnig.’

We praten over het niets alsof het niets is. Maar overal om ons heen is er altijd iets. Spullen, deuntjes, geuren van de zomer – nergens is niets. Kunnen we dan wel weten wat niets is? In de jaren zestig bouwde de TU Delft een kamer die de stilste plek van Nederland moet zijn. Het is een vierkante ruimte voorzien van geluidsdichte padding. In deze ‘anechoïsche kamer’, zoals de technische naam luidt, komt vrijwel geen geluid vanbuiten binnen en ontstaan geen echo’s als je in je handen klapt of roept. Met de deur dicht en het licht uit kun je hier ervaren hoe het is om niets te zien of te horen. The loudest sound is silence staat op een poster naast de ingang. En wie de kamer weleens heeft bezocht, kan dit bevestigen. Na een eerste gevoel van rust valt je ademhaling steeds meer op. Je hoort het suizen van je hart en een piep in je oren die steeds luider wordt. Je ervaart hoe oorverdovend stilte kan zijn.

We kunnen ons maar moeilijk een voorstelling maken bij niets. Als we eraan denken, denken we stiekem toch weer aan iets. De ongrijpbaarheid van het niets zadelt ons op met een probleem waarover we niet kunnen nadenken, en dat juist daarom zo fascinerend is. Maar misschien weet de wetenschap het niets wel te vinden. Wetenschappers werken immers met ruimtes waarin je niets hoort, buigen zich over de onbevattelijke leegte van het heelal en maken complexe berekeningen met de nul, het symbool voor niets. Kunnen we iets met niets?

Lees dit artikel verder

Voor € 4,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

Ontploffen

Volgens Sylvia Wenmackers, hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de KU Leuven, is de discussie over het niets al zo oud als de westerse filosofie zelf. ‘Bij de oude Grieken vind je een discussie tussen Parmenides en de atomisten. Volgens de atomisten bestaat de werkelijkheid uit kleine deeltjes, atomen, die zich bewegen door de leegte. Parmenides zegt daarentegen: alles wat bestaat, is. En wat niet bestaat, is niet. De leegte waarover de atomisten spreken kan dus niet bestaan, want die is niets.’

Parmenides’ stelling heeft een enorme invloed gehad op de ontwikkeling van de natuurwetenschap, vervolgt Wenmackers. ‘Door onze afkeer van leegte werd er lang niet nagedacht over atomen. Want dan zouden we moeten erkennen dat tussen die deeltjes leegte is. Inmiddels weten we dat ook de ruimte tussen atomen niet helemaal leeg is. Er spelen allerlei krachtvelden, zoals zwaartekracht en elektrische krachten. Dat diezelfde krachten ook in het heelal aanwezig zijn, betekent dat ook de ruimte tussen de hemellichamen niet leeg is.’

Maar als het heelal alles is wat er is, dan moet daarbuiten toch niets zijn? ‘Als je spreekt over “buiten het heelal”,’ vertelt Wenmackers, ‘dan zie je het als een soort bubbel met aan het eind een laatste station. Een beetje zoals het restaurant aan het einde van het universum in het sciencefictionboek The hitchhiker’s guide to the galaxy. Maar zo wordt er in de astrofysica niet gedacht over het universum. Er bestaan twee gangbare theorieën: of het universum is oneindig en dan heeft het dus geen buiten, of het universum vouwt zich in zichzelf, zoals een computerspel waarin je rechts de kamer uitloopt om links diezelfde kamer weer binnen te komen. Het universum is dan wel compact en eindig, maar je kunt er niet uit en ook niet tegen de grens aanbotsen.’

‘Als je de nul gebruikt in de wiskunde, is er altijd iets specifieks niet aanwezig’

In de ruimte is nergens niets, maar misschien wel in de tijd. We weten dat het heelal ooit ontstaan is. Maar wat was er dan daarvoor? Wenmackers: ‘Ik hoorde ooit de uitspraak: “In het begin was er niets en toen is dat ook nog ontploft.” Dat vond ik prachtig. Maar het is maar de vraag of er voor het begin van het universum niets was. Onze huidige theorieën gaan uit van het idee dat het universum door een vacuümfluctuatie is ontstaan. In dat geval was er al een veld dat bepaalde eigenschappen had. Er was geen massa of energie, maar ook niet niets. Zo beschouwd heeft Parmenides nog altijd gelijk.’

Nullen

Misschien zit het niets dan in ons abstracte denken, als het niet in het universum te vinden is. Het getal nul is toch precies dat, helemaal niets? ‘Zelfs de nul is niet niets,’ lacht Wenmackers. ‘Het is een getal. En er blijken allemaal verschillende nullen te zijn. De kardinale nul bijvoorbeeld, die zegt hoeveel elementen er in een lege verzameling zitten. En de nul waar de x- en y-as elkaar kruisen. Als je de nul gebruikt in de wiskunde, is er altijd iets specifieks niet aanwezig. Het is hetzelfde als wanneer je zegt: ik heb alles opgegeten. Dan bedoel je: alles wat ik in huis had is op, nu heb ik niets meer te eten.’

En de logica? Kan die helpen om toch een glimp op te vangen van het niets? ‘Ik denk eigenlijk dat wetenschappers zelden over het niets nadenken. Maar het denken van mensen is flexibeler dan formele systemen,’ meent Wenmackers. ‘Mijn eigen vakgebied is kansrekening en ik stel mezelf weleens de vraag: wat was de kans dat je geboren werd? Met wat je nu weet, is die kans natuurlijk één. Je weet dat je er bent. Maar hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe meer er nog moest gebeuren. En dat moest allemaal exact zo gaan, zodat jij hier nu bent. De kans daarop is vrijwel nul. Met zo’n denkoefening over het onbevattelijk kleine kom je het dichtst bij een ervaring van het niets.’

Tekst loopt door onder afbeelding

De dode kamer van de TU Delft, waar geluiden geen echo hebben. beeld ANP/Lex van Lieshout

Afgrond

‘Vragen naar wat niets is, is volstrekt onzinnig,’ zegt Tim Miechels, docent metafysica en filosofische antropologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Het is logisch inconsistent. Als je vraagt naar het niets, maak je het tot iets. De Duitse filosoof Martin Heidegger vond een uitweg uit deze impasse. Hij zag in dat de ontkenning die we in de logica gebruiken – iets is iets níet – afhankelijk is van een oorspronkelijk niets. Dat oorspronkelijke niets is geen specifieke ontkenning, maar een ontkenning van alle dingen.’

‘Volgens Heidegger hangt hoe we de wereld ervaren samen met onze stemming,’ vervolgt Miechels. ‘Sommige stemmingen brengen het niets dichterbij. Als voorbeeld noemt Heidegger existentiële angst. Als je existentiële angst ervaart, ervaar je hoe de hele wereld zich plots van je afkeert en alle betekenis wegvloeit. Dat is een ervaring van het niets, volgens Heidegger. Die ervaring werpt je terug op de toevalligheid en de eindigheid van je bestaan.’

Het niets vormt onze levensloop. We weten dat we ook andere keuzes hadden kunnen maken en kunnen niet funderen waarom we dit pad hebben gekozen. ‘Het is de keerzijde van onze vrijheid,’ zegt Miechels. ‘Ik kies ervoor om filosofie te studeren en dus geen geschiedenis of natuurkunde. Maar daar heb ik geen ultieme reden of grond voor. Het is op niets gebaseerd. En dat geldt eigenlijk voor al onze keuzes.’ In het dagelijks leven vluchten we weg voor die onzekerheid. ‘We voegen ons naar wat Heidegger “het men” noemt. We ontkennen onze eigen vrijheid en doen nu eenmaal wat hoort, alsof we niet anders kunnen. De hele tijd de keuze openhouden is natuurlijk ook onleefbaar. Heidegger spreekt over de “afgrond”: het niets doortrekt ons hele bestaan, zonder dat het ooit iets wordt. Dat is waar Heidegger op doelt met zijn uitspraak: “Het niets nietst onophoudelijk.”’

Resetten

In een anechoïsche of ‘dode’ kamer ervaar je niet niets. Maar je ervaart wel een breuk met je normale ervaring, waardoor je op het spoor komt hoe je normaal gesproken in de wereld bent. Er is niets om je oren op te spitsen, niets om je blik op te richten. Je waarneming richt zich op de omtrek van de ruimte, die net nog zichtbaar was. En dan begint de ruimte uit te dijen, het niets in. Zonder de echo van je ademhaling of je voetstappen wordt deze steeds vormlozer. Je beseft dat je je normaal gesproken altijd tussen de dingen begeeft en dat je altijd op iets gericht bent. Een dode kamer confronteert je met wat je voor lief neemt.

Is iets vergelijkbaars mogelijk in de wetenschap? Kunnen we dichter bij het niets komen door wat normaal is in de wetenschap te bevragen? Heidegger zou zeggen van niet, omdat wat de wetenschap kan altijd beperkt blijft. ‘Er zijn mensen die denken dat als we de geschiedenis van de mensheid zouden resetten en helemaal opnieuw beginnen, religie zich compleet anders zou ontwikkelen, maar dat de wetenschap in grote lijnen hetzelfde zou zijn,’ vertelt Miechels. ‘Maar volgens Heidegger ontbreekt daarvoor een absoluut zeker fundament. Dat zegt overigens niets over de waarde van de wetenschap. Het zegt alleen dat wetenschap nooit volledig zekere kennis oplevert.’

‘Naturalisme is het geloof dat de werkelijkheid volledig te verklaren is aan de hand van natuurlijke processen en dat alleen de wetenschap ons leert hoe de werkelijkheid in elkaar zit,’ vervolgt Miechels. ‘Dat geloof is ook een vlucht voor onzekerheid, ook een vorm van “het men”. Het maakt blind voor andere vormen van waarheid. Voor Heidegger zegt een gedicht over de Rijn net zo goed iets waars als een wetenschappelijke analyse van het rivierwater. Om wetenschap te kunnen bedrijven moet je eerst een taartpuntje van de gehele werkelijkheid afsnijden en het dan bestuderen. Om die reden heeft het niets ook geen plek binnen de wetenschap. De wetenschap onderzoekt wat er is en verder niets.’

Loginmenu afsluiten