‘Ik wilde net als zij tussen de kerels niet one of the guys zijn’
Ellen Verkoelen (68) is Dolle Mina en voormalig Rotterdams raadslid namens JOU, een politieke partij waarmee ze in maart 2026 meedeed aan de gemeenteraadsverkiezingen met een volledig vrouwelijke kieslijst.

‘Ik kom uit een streng rooms-katholiek gezin. Mijn moeder stopte met werken toen ze ging trouwen en van mijn vader mocht ik niet doorstuderen. Ik dacht: is dit mijn lot? Dit is een drama. Simone de Beauvoir is van een andere generatie dan ik, maar ze komt wel uit eenzelfde soort katholiek gezin. Het eerste boek van haar dat bij mij echt binnenkwam, was Een welopgevoed meisje. Daarin beschrijft ze hoe het is om in zo’n milieu op te groeien. Ik voelde daar een enorme verwantschap mee. Mijn zus paste goed in het vrouwelijke rolpatroon, maar ik niet. Ik was een recalcitrant kind, dus stuurden mijn ouders me naar een nonnenschool. Gelukkig lukte het me wel om daar weer weg te komen. Ik zei tegen mijn ouders: of ik kom naar huis, of ik ben definitief vertrokken.
Niemand beschreef de ongelijkheid tussen man en vrouw zo mooi als De Beauvoir. De rollen die we aangeleerd hebben, hadden net zo goed andersom kunnen zijn, leerde ze mij. Ontdekken hoe ik dat inzicht moest vertalen naar de praktijk heeft nog jaren geduurd. Maar het was geweldig om erkenning te hebben voor dat gevoel waarmee ik rondliep: waarom moet ik nou minder zijn dan een man?
Rond mijn twintigste werd ik actief in de vrouwenbeweging. Ik stond op de barricades met “Baas in eigen buik” op mijn buik gestift. Ja, ik ben nog van die generatie Dolle Mina’s. Maar De Beauvoir werd pas echt een rolmodel voor me, toen ik zelf in een mannenwereld terechtkwam. Toen ik 24 was, ben ik op een productielocatie van Shell gaan werken – stond ik daar met mijn laarzen tussen de kerels. Ze spraken wel Nederlands, maar toch sprak ik hun taal niet. Dat was voor De Beauvoir net zo: zij zat ook in een mannelijke cultuur. En ik dacht: ik wil ook helemaal niet one of the guys zijn, ik wil erkend worden zoals ik ben. Daar heeft zij me toe aangezet.’
‘Je geeft altijd antwoord met je leven’
Alicja Gescinska (44) is filosoof en schrijver. In april 2026 verscheen haar boek De ontdekking van de vrouw, waarin ze Simone de Beauvoirs De tweede sekse hervertelt.

‘Simone de Beauvoir was voor mij geen liefde op het eerste gezicht. Mijn waardering heeft moeten groeien. Helaas heb ik haar in eerste instantie leren kennen als de vrouw van Jean-Paul Sartre. Toch denk ik dat ze een betere en kritischere denker was dan hij. Er komt een tijd dat we Sartre kennen als “man van”. Dat verdient ze.
Bij het lezen van De Beauvoirs Een zachte dood besefte ik voor het eerst: wat een fantastische schrijfster is zij. Deze filosofische memoires gaan over de aftakeling van haar moeder. De Beauvoir is een rationele vrouw, maar geconfronteerd met de dood merkt ze dat ze niet meer zo rationeel reageert. Ze probeert het lijden van haar moeder te verzachten, onder andere door te liegen. Liegen staat haaks op haar levensfilosofie, maar ze durft haar moeder niet te zeggen: “Je ligt op sterven”. Op een gegeven moment vraagt ze zich af: waar zijn we toch mee bezig? Ze voelt zich medeplichtig aan haar moeders lijden.
Voor De Beauvoir is de geleefde ervaring het belangrijkst. Je kunt wel morele principes hebben, maar je geeft altijd antwoord met je leven. Je toont je als mens niet in de theorie. Ze was geen ivoren toren-intellectueel, ze incorporeerde het leven in haar denken. De filosofen die mij aanspreken – en de filosoof die ik zelf wil zijn – staan met beide benen in het leven en nemen geleefde ervaring als uitgangspunt van het denken.
Bepaalde delen van haar leven stoten me af, zoals het leed dat ze anderen berokkende in naam van “de vrije liefde”. Waar ik De Beauvoir wel om bewonder, is dat zij de life of the mind heeft geleefd. Ze schreef onophoudelijk: brieven, novelles, dagboeken, filosofie. Ik heb een grote waardering voor de routine die ze opbracht. Al schrijvend bracht ze zichzelf tot stand. Ik herken mezelf daarin. Ik schrijf om te begrijpen wat ik bedoel. Het is een manier van leven, een manier van filosofie bedrijven.’
‘Ik ben nu een feminist’
Mirthe Frese (42) is programmamaker, schrijver en theatermaker. Ze schreef onder meer een fictieve dialoog tussen Simone de Beauvoir en Jordan Peterson.

‘Toen ik midden twintig was, kwam ik een doos tegen die van mijn moeder was geweest. In die doos vond ik een dagboek. Daar schreef ze soms een paar dagen achtereen in, en dan was er weer een gat van een paar jaar. Mijn moeder is overleden toen ik negen was, dus voor mij was dat dagboek een strohalm. In het dagboek schrijft ze dat ze voor het eerst Simone de Beauvoir leest. Hoe ze daarover schrijft, heeft haast iets onschuldigs of liefs: “Ik ben nu een feminist”, staat er. Mijn halfzus – die niet haar dochter is – vertelde me toen dat zij de hele Simone de Beauvoir-bibliotheek van mijn moeder heeft geërfd. Zij vond dat ik die collectie moest krijgen. Mijn moeder had alle romans, dus die staan nu hier in mijn studeerkamer, een hele rij.
Toch ben ik pas later zelf De Beauvoir gaan lezen. Op dat moment was Jordan Peterson heel populair – Andrew Tate was nog niet in beeld. Ik was geobsedeerd door hem, omdat ik hem zo afschuwelijk vond. Ik besloot een fictieve dialoog tussen hem en De Beauvoir te schrijven. Peterson gelooft in de verschillen tussen de seksen, en dat het feminisme ervoor gezorgd heeft dat de man een soort miskleun is geworden. Volgens De Beauvoir zeggen verschillen tussen mannen en vrouwen niets over de autonomie en de vrijheid die je in het leven moet krijgen. Daarmee inspireert ze mij enorm. Bovendien geloof ik dat het feminisme ook mannen ten goede komt; ook zij kunnen bevrijd worden uit het keurslijf van genderrollen.
Mijn moeder heeft me opgevoed tot ik negen was en niet doorgezaagd over de rechten van vrouwen. Maar het feit dat ik mijn hele leven bezig ben met denkers die vrouw zijn en met vragen die gaan over wat het betekent om vrouw te zijn, dat heb ik van mijn moeder meegekregen. En zij kreeg dat weer mee van De Beauvoir.’
‘Zowel mannen als vrouwen moeten veranderen’
Karen Vintges (72) is filosoof en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Ze schreef meerdere boeken over Simone de Beauvoir en de hedendaagse stand van het feminisme.

‘De tweede sekse is een meesterwerk, het is the gift that keeps on giving. Als ik het herlees, denk ik elke keer weer: wauw, dat heeft ze dus ook al gezien. Het doorstaat de tand des tijds. Toen ik mijn promotieonderzoek deed over vrouwen en intellectualiteit, was Simone de Beauvoir daar aanvankelijk eigenlijk alleen een voorbeeld bij, maar gaandeweg heeft ze het hele proefschrift overgenomen. Toch vond men dat in de jaren negentig nog geen filosofie. De filosofiewereld was een mannenbastion. Met een internationale groep gelijkgestemden hebben we toen geprobeerd De Beauvoir in de canon te krijgen.
In De tweede sekse schrijft De Beauvoir dat er patronen in de samenleving zitten die zich herhalen – vooral via mythen die zich uiten in populaire cultuur, verhalen en films. De dominante mythe van de vrouw is dat zij vooral lichaam en natuur is. De man? Die is geest en bewustzijn. Hij is superieur, de eerste sekse; de vrouw vult hem aan. De Beauvoir heeft een hekel aan die mythen: volgens haar moeten zowel mannen als vrouwen kunnen leven als “belichaamd bewustzijn”. Ze roept vrouwen niet op om te worden zoals mannen, maar zegt dat zowel mannen als vrouwen moeten veranderen.
De mythe van de superieure man heeft nog altijd een remmende werking op vrouwen. Ik zie dat bij jonge vrouwen om mij heen: zij worden er nog steeds voor afgestraft wanneer ze uitblinken in hun studie of werk, zeker nu er onder jonge mannen weer een conservatieve golf zichtbaar is. Maar De Beauvoir deed ook een voorspelling. De mythen zijn hardnekkige patronen die verankerd liggen in onze geschiedenis. Het zal dus nog wel even duren, maar het gáát veranderen. En je ziet het nu al gebeuren, zegt ze. Zo heb ik het ook in mijn leven ervaren: we zitten in een overgangsperiode.’

