Weinig boeken hebben zo’n grote invloed op het Aziatische denken uitgeoefend als de antiek-Chinese geschriftenbundel die de naam Zhuangzi draagt: ‘Meester Zhuang’. Even fascinerende als raadselachtige passages hebben al honderden jaren lang de harten-en-geesten van ontelbare lezers beroerd. Zoals de passage over Zhuang Zhou die droomde dat hij een vlinder was en plotseling wakker werd, waarna we niet zeker weten ‘of Zhuang Zhou droomde dat hij een vlinder was of dat de vlinder droomde dat hij Zhuang Zhou was’.
Michel Dijkstra (1982) is filosoof en publiceert veel op het gebied van oosterse filosofie en westerse mystiek. Hij promoveerde op het werk van Meister Eckhart en zenmeester Dogen. Ook is hij docent filosofie op een middelbare school. Van zijn hand verschenen onder andere Spiegel van hemel en aarde (2025), In alle dingen heb ik rust gezocht (2019) en Basisboek oosterse filosofie (2016).
Tegenwoordig worden Zhuang Zi’s woorden overal gelezen en vinden ze hun weg in allerlei literaturen, inclusief de Nederlandse. Zo schreef dichter Menno Wigman (1966-2018) in reactie op de taoïstische meester:
Dit is mijn dag
Vanochtend werd ik wakker in een droom
van iemand die een huid van vlees bewoont.
Ik kon niet vluchten, ik was geen Tsjwang Tse
die had gedroomd dat hij een vlinder was
en zich bij ochtendlicht afvroeg of hij,
Tsjwang Tse, gedroomd had een vlinder te zijn
of dat de vlinder droomde als Tsjwang Tse
te ontwaken, nee, ik was een mens,
een taai skelet met tweeëndertig tanden,
twee handen en een tragisch intellect
dat met een angst voor klokken was behept.
Maar langzaam, bijna heilig, stond ik op,
gaf mijn gezicht een hand en ritste mijn
gedachten dicht. Dit is mijn dag, wist ik.
Hier lonkt een spiegel naar verwonderd licht.
Daar breekt een vlinder uit. En dat ben ik
Wigman recipieert de Chinese meester binnen een westers-romantisch paradigma. Hij stelt bijvoorbeeld in strofe twee dat Zhuang Zi via zijn vlinderdroom de mogelijkheid had om zijn mens-zijn te ontvluchten, terwijl het dichterlijke ‘ik’ op tragische wijze opgesloten zit in zijn eigen lichaam. De denkwereld van Plato, die ons lijf als kerker van de ziel zag, is niet ver weg. Dat blijkt ook uit de slotstrofe waarin een vlinder uit ‘een naar verwonderd licht’ lonkende spiegel breekt: een knipoog naar het Oudgriekse woord psychè dat zowel ziel als vlinder betekent. Met zijn laatste vier woorden lijkt de dichter te bekrachtigen dat hij een ziel is; daarin ligt zijn vrijheid.
‘Wanneer de wijze niet spreekt, spreekt hij’
Wie Zhuang Zi’s woorden aandachtig beluistert, komt erachter dat ook hij in de passage over de vlinderdroom de vrijheid centraal stelt. Waarschijnlijk gaat het hem echter niet om het ontvluchten van zijn lichaam, maar om het relativeren van het verschil tussen de mens en andere levende wezens, zoals ‘een fladderende vlinder’. Het loslaten van dit onderscheid geeft ruimte om te zwerven in de hart-geest.
In de passage direct vóór de vlinderdroom staat een krachtige omschrijving van de manier waarop de wijze mens taal gebruikt. Ju Quezi vertelt aan Zhang Wuzi dat ‘De heilige zich niet met profane zaken bezig[houdt]. Hij is niet op voordeel uit en vermijdt geen schade. Hij schept geen vreugde in winstbejag. Hij volgt Tao niet. Wanneer hij niet spreekt, spreekt hij en wanneer hij spreekt, spreekt hij niet.’ Omdat de wijze mens ervan doordrongen is dat de werking van de Weg (Tao) voorbijgaat aan iedere vorm van instrumentalistisch denken, is hij niet uit op winstbejag en laat schade lijden hem koud.
Vanuit het inzicht dat woorden Tao nooit adequaat kunnen beschrijven, is hij steeds bereid om zijn woorden terug te nemen. Op die manier kan hij ‘spreken’ en tegelijkertijd ‘niet spreken’, dat wil zeggen: niet iets bepaalds zeggen, waardoor hij de Weg zou fixeren. Omgekeerd kan zijn zwijgen over Tao het toppunt van welsprekendheid zijn. Omdat de wijze mens weet dat Tao onbenoembaar is, volgt hij het benoemde Tao niet. Zodra hij de Weg zou willen volgen, raakt hij immers verstrikt in het instrumentalistische denken en daar was de wijze mens nu juist van bevrijd, omdat hij ‘buiten het stof en het vuil zwerft’.
Dit is een bewerkt fragment uit de inleiding en het tekstcommentaar van Michel Dijkstra bij het boek De innerlijke geschriften van Zhuang Zi, dat op 21 april 2026 verschijnt bij uitgeverij Damon.
De innerlijke geschriften
Zhuang Zi
vert. René Ransdorp, inl. Michel Dijkstra
Damon
144 blz.
€ 22,90

