Voer een Chief Philosophy Officer in bij de boardrooms van alle bedrijven: een directeur die met een ethisch team ervoor zorgt dat een bedrijf niet alleen geld verdient, maar ook ethische winst boekt. Dat is een van de voorstellen van filosoof Markus Gabriel in zijn nieuwste boek Goed doen. Hoe ethisch kapitalisme de democratie kan redden. Op de tafel tussen ons in ligt mijn Fairphone klaar om de spraakwaterval van de Duitse filosoof (1980) vast te leggen, die mij de komende anderhalf uur, terwijl Gabriel pleit voor een ethische vorm van kapitalisme, zal voeren van Kenia naar leeuwen en kinderen in vijvers, naar Trump, kinderkiesrecht en postmoderne filosofie.
De Fairphone, van een Nederlands bedrijf, is een duurzame smartphone en de mensen die hem maken krijgen een goed salaris. Is dit ethisch kapitalisme in zakformaat? Gabriel reageert enthousiast. ‘Ja, dat is precies wat ik bedoel. Echte winst draait om meer dan geld. Er is niets mis met geld verdienen met goed doen.’ Maar is geld verdienen met het goede doen wel winstgevend? Kun je je daarmee redden binnen een kapitalistische markt? Fairphone is een kleine speler, terwijl de grote bedrijven hun telefoons niet op een verantwoorde manier produceren. Komt dat niet juist door het kapitalisme, dat vooral om geld verdienen draait?
Markus Gabriel (1980) is een Duitse filosoof en hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Bonn. Bij zijn aanstelling was hij was de jongste filosofiehoogleraar ooit in Duitsland en hij werkte samen met denkers als Slavoj Zizek en Thomas Nagel. Gabriel schreef onder meer Waarom de wereld niet bestaat (2015), Waarom we vrij zijn als we denken (2017) en Goed doen. Hoe ethisch kapitalisme de democratie kan redden (2026).
Gabriel: ‘Tijdens de Koude Oorlog werd duidelijk dat het kapitalisme moreel superieur was aan geplande economieën. In Duitsland, waar ik ben opgegroeid, was dat pijnlijk voelbaar. Wij in het westen hadden keuze in de supermarkt, terwijl je in het oosten maar één ding kon krijgen. Het was daar een grijs leven. Natuurlijk dachten ze: wij willen in het westen zijn. Toen heeft het kapitalisme gewonnen. Nu zitten we in een vergelijkbare situatie. Wij Europeanen zijn omgeven door antikapitalistische landen: door China en Rusland en nu ook extreemrechts in de Verenigde Staten. Op de markten hebben we tegenstanders die het spel niet volgens onze regels spelen. We moeten daarom precies het spel van de moderniteit spelen dat ervoor zorgde dat we de vorige keer ook wonnen.’
Dat doen we volgens u met ethisch kapitalisme. Moet dat van ondernemers komen? Moeten de bedrijven in Europa het heft in handen nemen?
‘Ja, en daarbij moeten ze trouwens de postkoloniale kritiek ter harte nemen. Mensen aan wie wij iets verschuldigd zijn – in Afrika, Latijns-Amerika, Azië – door ons koloniale verleden, moeten we niet alleen geld en excuses aanbieden, we moeten ze ook iets geven wat alleen wij kunnen geven: beter werk en een betere wereld. Kijk naar China, dat gaat bijvoorbeeld naar Afrikaanse landen, bouwt er wegen die vervolgens Chinees bezit blijven; er werken Chinese mensen. Stel je nu voor dat wij daar wegen gaan bouwen. We geven alleen werk aan mensen in het land, betalen ze een beter salaris dan ze gewend zijn, we maken het leven daar beter door zaken te doen. We kunnen start-upcommunities creëren in Kenia of Nigeria. Als we laten zien dat een goed leven in vrijheid mogelijk is, dan gaan anderen mee, net als destijds in communistische landen.’
Maar waarom zouden bedrijven zich ethisch gedragen?
‘Omdat het de verkeerde kant op gaat. Vroeg of laat kom je in een Latijns-Amerikaanse situatie terecht waarin de rijken in gated communities wonen om zich te beschermen tegen de sociale puinhoop die ze zelf hebben geproduceerd. Weliswaar zijn hun bankrekeningen dan vol, maar hun kinderen kunnen niet naar school zonder hun leven te riskeren. Ze hebben privélegers nodig. Als het zover gekomen is, zullen de rijken zich realiseren dat hun streven naar rijkdom tegen hun eigen belang ingaat.’
‘Het is een moreel feit dat we vegetariër moeten zijn’
Hoe komt het dat we de verkeerde kant op gaan?
‘Ik denk dat we een verkeerde afslag hebben genomen, vooral doordat we zijn gaan ontkennen dat feiten bestaan. Binnen de postmoderne filosofie werd alles tot een sociale constructie gemaakt, ook de feiten. Maar het is een luxe om dat te kunnen beweren. Dat kon misschien nog wel in de jaren negentig, toen het goed ging, maar als het oorlog is en Poetin raketten op je afschiet, weet je dat feiten gewoon bestaan.’
Wat is een feit dan?
‘Een feit is een waar antwoord op een betekenisvolle vraag. Bijvoorbeeld: ligt Amsterdam ten westen of ten oosten van Den Haag? Antwoord: ten oosten. Dat is een geografisch feit. Of: wat is mijn naam? Antwoord: Markus Gabriel. Allebei ware antwoorden op betekenisvolle vragen. En die antwoorden zijn feiten.
Als je ontkent dat er feiten zijn, loopt alles mis. Dan kun je niet meer met elkaar praten. Dat is het Trump-fenomeen: zijn woorden hebben geen betekenis. Hij kan iets zeggen als “We hebben absoluut Groenland nodig” en er iets vaags aan toevoegen over Chinese en Russische onderzeeërs. Wat betekent dat? Niets, hij roept alleen een sfeer op van vermoedens over dat er misschien iets aan de hand is. Wat hij zegt, is niet eens onwaar; je kunt er nauwelijks factcheckjournalistiek op loslaten. Het komt niet op het niveau van feiten. Het zijn woorden, klanken.’
Een raket die op je afkomt is volgens u een feit. Maar is het antwoord op de vraag of het goed is dat die raket op je afkomt, ook een feit?
‘U vraagt naar morele feiten. Die bestaan ook. Kijk eens naar het volgende voorbeeld: het is een warme dag, je wilt net een koud biertje gaan drinken en dan zie je een kind in een vijver dat op het punt staat te verdrinken. Moet je het kind redden of drink je je biertje op? Ik denk dat iedereen het erover eens is dat het kind gered moet worden. En dat geldt niet alleen in dit specifieke geval: overal ter wereld moet je het kind redden als zoiets gebeurt. Dat is een moreel feit.’
Maar veel grote morele problemen zijn niet zo helder als deze. Ik heb geld op mijn rekening waarmee ik kinderen kan redden in andere delen van de wereld. Moet ik dat doen? Over die vraag is niet iedereen het direct eens.
‘Toch is er ook op die vraag een antwoord, en dat is net zo goed een moreel feit. Of we in staat zijn dat antwoord te vinden, is een andere kwestie. We zijn ook maar mensen. De vraag die je stelde gaat over waar je plicht eindigt. Het kan niet mijn plicht zijn om alle kinderen in de hele wereld te redden. Het is mijn plicht om alle kinderen die ik kan redden, te redden. Maar ik heb ook verplichtingen tegenover mezelf; ethiek draait niet alleen om anderen. Ook als ik helemaal alleen ben, moet ik nog steeds goed voor mezelf zorgen. Ethiek begint bij de menselijke vraag: wat moet ik doen?’
Tekst loopt door onder afbeelding

‘Menselijke vraag,’ zegt u. Draait ethiek alleen om mensen?
‘Ethiek wordt vooral door mensen bedreven, maar in die menselijke ethiek moeten mensen wel rekening houden met dieren. Neem deze vraag: mag ik deze puppy uit het raam gooien, omdat ik het geluid daarvan zo leuk vind? Het ethisch juiste antwoord is: nee. Maar ik denk wel dat mensen belangrijker zijn dan dieren. Als ik nu twee knoppen voor me had waarvan ik er een moest indrukken, en met de ene zou ik alle leeuwen uitroeien en met de andere één kind, dan zou ik voor alle leeuwen kiezen.’
Waarom?
‘De mensheid heeft een functie in de kosmos. En die is niet gegeven door God – tenminste, dat kan wel, maar dat hoeft niet; als er een god achter alles zit, dan is hij eerder een soort generaal van ons leger. Onze speciale functie in de kosmos is om inzicht te geven in wat de morele feiten zijn. We zijn er om die op orde te krijgen. We hebben een missie.’
Dat is wel sneu voor de andere dieren. Wij hebben een missie, de morele feiten op orde krijgen, en een van die morele feiten is dat wij uiteindelijk belangrijker zijn dan de andere dieren.
‘Gelukkig hoeven we niet werkelijk te kiezen. Die leeuwen-versus-babyknoppen bestaan niet. En al zijn mensen uiteindelijk belangrijker dan andere dieren, dat betekent niet dat we ze daarom moeten doden en opeten. Ik denk dat het een moreel feit is dat we geen vlees moeten eten. Daar zijn een paar vraagtekens bij te zetten: ik weet niet precies in hoeverre mensen af en toe dierlijk voedsel nodig hebben voor hun gezondheid. Het zou kunnen dat kinderen wat kip moeten eten. Maar dat kunnen we waarschijnlijk oplossen met wetenschap.
Ik ben eerlijk: ik ben te hedonistisch om helemaal geen vlees te eten. Hier in Amsterdam zijn genoeg goede vegetarische restaurants, dus hier zou ik het wel kunnen. Maar in Japan bijvoorbeeld is het lastig. Het is een moreel feit dat we vegetariër zouden moeten zijn. Het is ook een moreel feit dat we de economische condities moeten scheppen zodat het voor iedereen mogelijk is om vegetariër te worden. Dat is nou precies waar ethisch kapitalisme ons zou kunnen brengen.’
In uw boek stelt u voor om kinderen stemrecht te geven. Waarom?
‘Omdat we hun intelligentie nodig hebben. Er is bijna geen volwassene die in drie of vier jaar een taal foutloos leert spreken, terwijl bijna alle kinderen dat kunnen. Bovendien kunnen ze fantastisch out of the box denken. En dat is precies wat we nodig hebben om ons ethisch kapitalisme te laten slagen.’
Goed doen. Hoe ethisch kapitalisme de democratie kan redden.
Markus Gabriel
Ten Have
224 blz.
€ 23,99

