Home Verwerken niet vergeten

Verwerken niet vergeten

Door Mirella van Markus op 03 december 2014

Verwerken niet vergeten
Cover van 12-2014
12-2014 Filosofie magazine Lees het magazine

In zijn nieuwste boek beschrijft de Vlaamse filosoof Marc Van den Bossche hoe hij leerde omgaan met het verlies van zijn vrouw. ‘Verwerken is wat anders dan vergeten; het is je laten dragen.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Marc Van den Bossche ontvangt mij in het huis in Dendermonde waar hij met zijn vrouw Hilde zou gaan wonen, maar waar zij uiteindelijk nooit meer heeft verbleven. Midden in de woonkamer, omringd door hoge boekenkasten, staat een racefiets van de filosoof en fervent sporter. ‘Vannacht heb ik nog drie uur gefietst. Dat doe ik wel vaker als ik niet kan slapen.’

Vier jaar geleden kregen Van den Bossche en zijn vrouw onverwacht verschrikkelijk nieuws. ‘In juli 2010 maakten we een wandeltocht in het Bulgaarse Rodopen-gebergte. Hilde had toen al pijn in haar borst en rug. Eenmaal terug hoorden we na een aantal onderzoeken dat ze nooit meer zou genezen. Dat was moeilijk voor mij als partner, maar ook als filosoof. Ik ga uit van het primaat van de lichamelijkheid: we worden bepaald door onze lichamelijke omgang met de wereld. Ik had net mijn boek Sport als levenskunst beëindigd, dat een lofzang is op de lichamelijkheid, de sport, de roes van het bewegen en de vreugde van het lichamelijke. En dan krijg je zo’n bericht. Ik had in mijn boek met alles rekening gehouden, maar niet met het einde. Voor mij betekent de nadruk op lichamelijkheid dat je wordt geboren, leeft en overlijdt. Er is nadien niets meer, het lichaam verdwijnt. Hilde is met haar hand in de mijne gestorven. Ik voelde haar hand koud worden, zag haar laatste ademtocht – dat was de eindigheid.’

Aha-erlebnis

‘Ik vroeg me af hoe ik deze ervaring een plaats moest geven. Je zoekt tenslotte naar betekenis, naar zin van het leven. Filosofen hebben zich daar weinig over uitgelaten. En al helemaal niet over de vraag hoe je de dood van een geliefde verwerkt. Ik heb het ervaren als een keiharde confrontatie, bijna nietzscheaans, als amor fati, liefde voor het lot. Ik kon mijn lot en de onvermijdelijke eindigheid niet meteen accepteren. Dat heeft langere tijd geduurd. Ik was intens zwaarmoedig en verdrietig, en het lukte me niet me te herpakken. Ik was er fysiek ziek van. Ik kon het ook niet meer opbrengen om te sporten.

Het keerpunt kwam vorig jaar in Indonesië. Ik was niet toevallig in beweging toen ik plots op een idee kwam; ideeën komen altijd als ik in beweging ben. Zoals Friedrich Nietzsche zegt: “Alleen wat onder het lopen is gedacht, heeft waarde.” Ik was weliswaar niet aan het lopen, maar aan het zwemmen toen ik een aha-erlebnis had.

Hilde had gezegd dat ik verder moest gaan en niet moest blijven stilstaan. Ze zei dat er ook nog een leven was na haar dood. Ik vond dat makkelijk gezegd. Maar al zwemmend dacht ik ineens: ik zou het ook anders kunnen bekijken. Ik zag voor het eerst in dat ons laatste jaar samen ook mooi was geweest. De intensiteit en intimiteit van dat samenzijn, wetende dat het eindig was, hadden ondanks de ellende ook iets heel moois. Na drie jaar durf ik te zeggen dat het zelfs het mooiste jaar was uit onze negen jaar durende relatie.

Dat kwam ook door de manier waarop Hilde er zelf mee omging. Haar optimisme en levensvreugde heeft ze behouden tot ze afscheid moest nemen. In het zwembad in Indonesië heb ik de weg terug gevonden. Plots was ik ontvankelijk voor Hildes boodschap om positief verder te gaan. De omgeving en mijn lijfelijke bezigheid hadden mij ervoor “gestemd”. Zo kon ik mijn situatie anders, positief zien en een plek geven in het verhaal van mijn leven. Zingeving is een verhaal vertellen; op die manier geef je betekenis aan je leven.’
 

Onzeker

‘Een leven is voltooid als het een betekenis kan krijgen. We streven allemaal naar een voltooid leven, want dan kun je iets afsluiten. Ook een relatief jong leven kan voltooid zijn als het betekenis krijgt. Hilde was altijd onzeker; ze twijfelde aan haar capaciteiten. Door tegen het einde met haar collega’s te praten, zag ze in dat haar werk betekenisvol is geweest voor anderen. Daarmee is haar leven voltooid geraakt. Het is voor Hilde zelf goed geweest dat ze op die manier afscheid heeft kunnen nemen.

De Duitse filosoof Martin Heidegger heeft het over “Sein zum Toden”: het leven krijgt pas op het einde betekenis. Wat vaak in de filosofie wordt vergeten is dat betekenis niet alleen betekenis geven is, maar ook betekenis krijgen. Daar heb je zelf geen invloed op, want die betekenis krijg je van anderen. De zin van een bestaan en een betekenisvol leven hebben dus altijd te maken met anderen, met erkenning door anderen. Je geeft geen betekenis aan het leven vanuit het niets; er is altijd een bestaande horizon aanwezig.

Mijn lievelingsfilosoof, de Duitse hermeneutische filosoof Hans Gadamer, zegt: “Begrijpen is altijd een ander begrijpen.” Een betekenisvolle ontmoeting is een ontmoeting waar je veranderd uit komt. Zoals ook een boek of kunstwerk goed is als het iets, hoe miniem ook, verandert aan de manier waarop je dingen begrijpt. Dat geldt ook voor mensen. Sommige mensen raken je, doen je iets. Identiteit is een dialoog.
Begrijpen is dus ook een risico en houdt als elk risico een gevaar in. Je leeft met bepaalde beelden van jezelf, van je leven. Maar wat evident was, blijkt niet zo evident te zijn. Je moet dat opnieuw een plaats geven. Uit zo’n dialoog kom je veranderd tevoorschijn.’


 

Leven na de dood

‘Door Hilde ben ik anders gaan denken over mijn prestatiedrang in de sport. Dat het niet gaat om winnen, maar om overwinnen. Wie wint stopt, wie overwint gaat verder. Ik ben anders gaan denken over duurzaamheid en de eenvoud waar zij zo van hield. Nog steeds hoor ik haar stem in mijn hoofd als ik de koelkast te lang open heb staan.

Door onze dialoog heb ik geleerd dat ik de filosofie meer een praktische toets wil geven. Maar nu die dialoog lijfelijk is gestopt, moet ik mezelf ook anders gaan bekijken. De betekenisvolle ander is er niet meer. Wat overblijft is een voortleven in de ander. Door te leven na de dood, wat ook de titel is van mijn boek, leeft Hilde in mij voort. Zij leeft voort in mijn gedachten en de dialoog gaat verder. Ze blijft aanwezig in hoe ik mij in de wereld ophoud.

Dat heeft niet te maken met een hogere instantie, maar ik noem  de manier waarop Hilde in mij verder leeft en wat ze met mij heeft gedaan wel spiritualiteit. Door haar ben ik ook gaan inzien dat er geen theorie is zonder praktijk. Het gaat mij als filosoof om de hermeneutiek, de leer van het begrijpen. Maar dat begrijpen is ook altijd toepassen – in de eerste plaats op je eigen leven.

Volgens psychoanalyticus Darian Leader komen we een verlies nooit te boven. Het kan wel een deel van je levensverhaal worden. Je kunt die rouw en dat verdriet een plek geven in je leven en daar misschien sterker uit komen. En op dat punt ben ik nu.

Leader heeft het over “de tweede dood van een overledene”: naast het biologische overlijden is er ook het symbolische overlijden. Je plaatst dat dan in een symbolische ruimte, wat een vorm is van afstand nemen. Die afstand heeft de rouwende nodig om de draad van het eigen leven opnieuw op te pakken. Als wij een dierbare verliezen, verliezen we daarmee een deel van onszelf. En dat verlies vereist actieve aanvaarding. Wellicht ben ik tijdens het zwemmen in Indonesië zover gekomen.

Uiteraard betekent dit niet dat ik bevrijd ben van die pijnlijke ervaring, maar er is een nieuwe symbolische plek ontstaan. Hilde leeft daar verder, en de dialoog kan daar verdergaan. Een voort-leven, een leven na de dood. Als een dialoog die niet kan ophouden, zelfs als die niet meer lichamelijk verankerd is. Dat helpt mij in mijn rouwproces.
 

Verwerken is wat anders dan vergeten. Verwerken is je laten dragen. Verwerken betekent beelden een plaats geven in het grotere verhaal dat ons leven is. Er is geknutseld aan mijn betekenishorizon; dat draag ik met me mee. Alles wat ik in de toekomst zal meemaken, elke nieuwe dialoog, zie ik van daaruit. Ik moet mezelf herschrijven en, zoals Hilde het liefst had gewild, een nieuwe dialoog aangaan.’