Home Mens en natuur Bioloog Andreas Weber: ‘Zelfs de wind heeft een innerlijk’
De dood Dieren Mens en natuur

Bioloog Andreas Weber: ‘Zelfs de wind heeft een innerlijk’

Volgens filosoof en bioloog Andreas Weber schiet de moderne wetenschap tekort om leven te beschrijven. ‘We begrijpen het leven poëtisch.’

Door Robin Atia op 13 maart 2024

amandelbloesem Vincent van Gogh bloesem amandel 'Amandelbloesem', olieverfschilderij door Vincent van Gogh uit 1890

Volgens filosoof en bioloog Andreas Weber schiet de moderne wetenschap tekort om leven te beschrijven. ‘We begrijpen het leven poëtisch.’

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Het idee dat planten, cellen en zelfs stenen een innerlijk leven hebben vinden we niet meer passen in ons moderne denken. Maar volgens bioloog en filosoof Andreas Weber is het onzin dat alleen mensen over een innerlijk beschikken. De moderne wetenschap heeft gewoon een ongemakkelijke verhouding met het mysterie. ‘Wetenschappers zoeken antwoorden. Maar wie erkent hoe bijzonder het leven werkelijk is, weet ook dat niet overal antwoorden op zijn.’

Weber, docent aan de Universiteit voor de Kunsten in Berlijn, pleit in zijn werk al jaren voor een minder statische kijk op wat leven is. Zowel in wetenschappelijk als in maatschappelijk opzicht zouden we moeten erkennen dat leven bestaat uit verstrengelde dynamische processen in plaats van zuiver op zichzelf staande organismen. We hebben een perspectief nodig voorbij ‘het verlichtingsdenken dat alle materie ontdoet van subjectiviteit’, schrijft hij hierover in zijn boek Enlivenment. Toward a poetics for the Anthropocene (2019).  

Tijdens het videogesprek maken we niet alleen kennis met Webers ideeën, maar ook met zijn hondje, Lena. Weber houdt de zwarte poedel voor het scherm als hij uitlegt dat huisdieren laten zien dat mensen veel minder in hokjes denken dan veel droge natuurwetenschap vaak vooronderstelt. ‘Jonge kinderen beschouwen al het leven als gelijkwaardig. Pas als ze ouder worden, krijgen ze aangeleerd dat mensen anders zijn. Maar ook volwassenen beschouwen hun huisdieren als personen, niet als dingen. We voelen dit onmiddellijk in onze verbondenheid met de beesten die ons omringen, maar zodra we beginnen te denken vergeten we dat we het zo zien.’

Uw filosofie is een vorm van panpsychisme: de opvatting dat alles op de wereld een ziel heeft. Wat houdt dat in?
‘Ik zie de realiteit als een ervaring, een web van relaties dat steeds op zichzelf reageert. Dat gaat in tegen de gangbare wetenschappelijk opvatting, die de te onderzoeken werkelijkheid tot materie reduceert. Deze wetenschap ziet de wereld, elk organisme, zelfs ons eigen lichaam, als een object, een ding, een soort machine. Maar machines zijn statisch, en leven is dat allerminst. Terwijl ik dit zeg hebben er tienduizenden DNA-defecten in mijn cellen plaatsgevonden, die ook alweer gerepareerd zijn. Levende wezens zijn continu bezig met uit elkaar vallen en zichzelf weer genezen. De wens te blijven bestaan verraadt het bestaan van een zelf, een innerlijk dat zichzelf in zekere zin waarneemt en keuzes maakt. Zo’n zelf heeft een eigen lichaam, met eigen gevoelens, en een eigen perspectief, maar valt niet te herleiden tot pure materie.’

Hoe moeten we ons dit dan voorstellen?
‘Het zelf is niet hetzelfde als het spul waarvan we gemaakt zijn, want dat spul is aan voortdurende veranderingen onderhevig. Wanneer je een appel eet, wordt deze deel van de materie van jouw lichaam, en jouw adem wordt weer opgenomen door de appelboom. Materie toont onze eenheid met de wereld, maar het kan niet verklaren dat we daarnaast ook individuen zijn.’

Maar iets levenloos zoals de wind is toch geen individu?
‘Ook de wind, die we als een levenloos element zien, is relationeel en wordt waargenomen. Bijvoorbeeld wanneer een briesje zacht langs onze huid strijkt. De wind neemt zichzelf misschien niet waar zoals een kikker dat doet – die lijkt daarin veel meer op ons – maar zelfs de wind heeft een zekere innerlijke ervaring.’

Hoe weet je dat iets een innerlijke ervaring heeft?
‘Elke innerlijke ervaring uit zichzelf op een zintuigelijke manier. Denk bijvoorbeeld aan de katjes van de hazelaar: die zijn een uiting van leven. Ze roepen: “We zitten barstensvol leven en de vreugde van de voortplanting!” Ze zeggen dat niet in een talige formulering – ze doen het gewoon. En wij begrijpen dat vanuit onze eigen belichaamde ervaring, als een poëtische gewaarwording. Alles in de werkelijkheid staat in een dergelijke poëtische verhouding tot elkaar: alles praat over zichzelf, maar niet op een rationele, beschrijvende wijze.’

Even tussendoor… Meer lezen over filosofie en wetenschap? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

Hoe combineert u dit poëtische perspectief met de alledaagse wetenschappelijke praktijk? Is er geen sprake van een onoverbrugbare kloof tussen twee verschillende paradigma’s?
‘Juist in de biologie moeten we de gedeelde en geleefde dimensie erkennen. De wetenschap heeft heel lang geprobeerd om het poëtische denken uit te bannen. Ik vind niet dat we de “oude” biologie moeten afschrijven, maar we moeten wel voorzichtig zijn. Wetenschap wordt door iemand uitgevoerd, die zijn eigen perspectief heeft, dus je bent zelf altijd deel van wat je onderzoekt. Pas door te erkennen dat leven subjectief en verweven is, kun je tot genuanceerde kennis komen.

De filosoof en dichter Édouard Glissant zegt hierover dat in een kosmos van relaties elk inzicht poëtisch moet zijn. Relaties zijn eindeloos complex, dus je kunt niets met een scalpel lossnijden en zeggen: dit is er aan de hand. Elk inzicht is een momentopname, een los draadje dat al het andere doet vibreren. Alleen door deze verwevenheid te erkennen krijg je inzicht. Dat is je kennis, en die is poëtisch.’

Wat betekent dit voor ons dagelijks leven?
‘Eén van de lessen die we als maatschappij kunnen leren is dat we niet zo zwaar moeten tillen aan de dood. Ik zie de dood als een transformatie, van een individueel perspectief naar het perspectief van het geheel. Als je denkt dat de dood een definitief einde is, legt dat enorme druk op onze korte levensduur. Met zoveel druk kun je geen tedere relatie met de wereld opbouwen. Je verliest jezelf in de dreiging van het einde.’

Enlivenment

Enlivenment. Toward a poetics for the Anthropocene
Andreas Weber
MIT Press
208 blz.
€ 19,95