Home Het kwaad Spoedcursus: wat is het menselijk tekort?
Het kwaad

Spoedcursus: wat is het menselijk tekort?

Door Anne-Sophie van Berkestijn en Thomas Velvis op 28 januari 2026

Arthur Schopenhauer spoedcursus het menselijk tekort
beeldbewerking Nick Groenewold
Cover van
02-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Vier feilbare denkers over het menselijk tekort.

Het kwaad is een gebrek

Augustinus (354-430)

Augustinus spoedcursus het menselijk tekort
Sint Augustinus’, olieverfschilderij van Justus van Gent uit ca. 1475

Was de duivel altijd al boosaardig, of was hij ooit goed en is hij slecht geworden? Dat lijkt misschien theologische haarkloverij, maar volgens filosoof en kerkvader Augustinus is het een vraag met grote gevolgen. Hij hield zich zijn leven lang bezig met de vraag waar het kwaad vandaan komt. Als God de wereld goed gemaakt heeft, hoe kan er dan oorlog, geweld en verdriet zijn? ‘En ik zocht maar,’ schrijft hij in zijn Belijdenissen, ‘en ik zocht op een kwade manier en zag maar niet het kwade in mijn zoeken zelf.’ Wat hij verkeerd deed, constateert de kerkvader achteraf, is dat hij zocht naar een bron van het kwaad. In werkelijkheid is het kwaad volgens Augustinus niet een ‘iets’ dat we ergens kunnen terugvinden, maar juist een afwezigheid: een gebrek aan goedheid.

Opschepperij is een gebrek aan bescheidenheid, lafheid een gebrek aan moed, wreedheid een gebrek aan zachtmoedigheid. Wie voor het kwade kiest, kiest dus niet letterlijk voor het kwade, maar dwaalt af van de goede weg. ‘Getroffen worden door ziekte en verwonding betekent niets anders dan van gezondheid beroofd te worden; want genezen is niet ervoor zorgen dat de aanwezige kwaden (namelijk ziekten en verwonding) het lichaam verlaten en ergens anders heen gaan, maar juist dat ze ophouden te bestaan.’

Wil je dit artikel verder lezen?

Sluit een abonnement af op Filosofie Magazine voor slechts 4,99 per maand en krijg toegang tot dit artikel én de duizenden andere diepgaande filosofische artikelen. Luister nu ook alle nieuwe artikelen als audio.
Word abonnee en lees verder > Al abonnee? Log dan in en lees (of luister) verder.

Een gebrek is dus letterlijk een tekort, een deuk waar je vroeger nog heel was. Dat geldt zelfs voor de duivel, zegt Augustinus: ook die is van nature goed, een engel die dicht bij God leefde, voordat hij in opstand kwam. Maar hoe beter het wezen, hoe meer het kan ontaarden. Daarom kan juist een engel een duivel worden, een verzetsheld een wrede dictator, een wereldvoetballer een louche FIFA-bons. ‘Zou het goede volstrekt ontbreken, dan wordt er niets goeds weggenomen en geen schade aangericht, zodat een fout niet eens mogelijk is.’

Augustinus is filosoof, kerkvader en heilige. In zijn bekendste boek Belijdenissen houdt hij zich bezig met kwesties als vrije wil, het kwaad en tijd.

Het leven is rampzalig

Arthur Schopenhauer (1788-1860)

Arthur Schopenhauer spoedcursus het menselijk tekort

‘Nu zal ik wel weer te horen krijgen dat mijn filosofie geen troost bevat,’ schrijft de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer in het essay ‘Over het lijden van de wereld’. Daar valt wel iets voor te zeggen, want vlak daarvoor heeft Schopenhauer verkondigd dat de wereld de hel is en de mensen ‘enerzijds de gepijnigde zielen, en anderzijds de duivels’. En even later schrijft hij dat het leven een misstap is die steeds duidelijker aan het licht komt naarmate de gebreken van de ouderdom zwaarder op ons gaan drukken.

Voor Schopenhauer, beroemd om zijn pessimisme, is de natuurlijke toestand van de mens niet geluk of tevredenheid, maar juist lijden en gebrek. Dat valt simpel te bewijzen. Stel je een mens voor zonder bezigheden of iets anders wat hem afleidt, gewoon een ‘kaal’ exemplaar van de soort mens. Hoe zou die mens zich voelen? Vreselijk, zegt Schopenhauer: hij zou zich doodvervelen. Een andere aanwijzing is dat pijn ons veel meer opvalt dan genot: ook al krijg je een heleboel complimenten, dat ene kritiekpunt blijft langer hangen. We voelen niet de gezondheid van ons hele lichaam, ‘maar alleen het plekje waar de schoen knelt’.

Het leven is ‘een toestand van gebrek en dikwijls van rampzaligheid’, volgens Schopenhauer, en dat hangt voor hem samen met verlangen. Een verlangen komt altijd voort uit een gebrek: je wil iets wat je nog niet hebt. En zolang je het niet hebt, heb je te lijden onder dat gebrek. Natuurlijk worden onze wensen weleens vervuld – even voelen we hoe fijn het is dat we geen honger meer hebben, dat de schoen niet langer knelt – maar we verlangen veel meer dan we ooit kunnen bevredigen.

Dat is de harde realiteit volgens Schopenhauer – en ‘mensen die liever willen horen dat God de Heer alles goed gemaakt heeft’ moeten maar naar de kerk en de filosofen met rust laten. Maar wie erkent dat het leven voor alle mensen lijden is, ziet ook waar we behoefte aan hebben: medeleven en geduld. Want alle gebreken van de mensheid hebben we zelf, ‘ook die waarover wij ons nu juist boos maken’.

Arthur Schopenhauer is een Duitse filosoof die bekendstaat om zijn pessimistische filosofie. Hij ziet de wil, een eindeloos strevende kracht, als fundament van de wereld.

Missen maakt de mens

Maria Zambrano (1904-1991)

Hoe zou ons leven eruitzien als we volmaakt waren? Niet alleen zouden we allemaal een mooi uiterlijk en perfect innerlijk hebben, ook onze hersens zouden zonder haperingen functioneren. Maar zou er dan nog wel winst te behalen zijn in de wetenschap, zelfontwikkeling en filosofie? Zouden we überhaupt nog hoeven nadenken als we geen gebreken hadden?

Dat scenario zou eeuwig zonde zijn, vindt de Spaanse filosoof María Zambrano. De moderne filosofie staat te veel in het teken van de rationele mens die op zoek is naar zekerheid, helderheid en controle, schrijft ze. In werkelijkheid is de mens niet in controle: hij is in een voortdurende strijd met een innerlijke leegte. We willen de ongrijpbare delen van het bestaan maar al te graag duiden, maar stuiten daarbij steeds op begrippen die tekortschieten en geen recht doen aan de ervaring. De werkelijkheid is nu eenmaal niet toegankelijk voor het verstand. Ervaringen als de dood, liefde en verlies kunnen we niet vatten in een behapbare uitleg.

Die gebrekkigheid van het menselijk perspectief is volgens Zambrano niet negatief. Ze is juist de bron van een andere manier van denken: een poëtisch denken. Terwijl we met rationeel denken proberen structuur, helderheid en controle aan te brengen, is poëtisch denken een manier om te luisteren naar de gaten in ons begrip van de werkelijkheid en daarin betekenis te vinden. Liefde laat zich niet definiëren, want zodra je die probeert uit te leggen, verliest ze haar betekenis. Poëtisch denken erkent dat liefde ongrijpbaar en onzegbaar is. Net zoals een verhaal, film of kunstwerk over liefde het gevoel vaak beter vangt dan een feitelijke beschrijving ervan.

Gebrek is volgens Zambrano potentie: als iets ontbreekt, ontstaat er een mogelijkheid tot ontvankelijkheid en groei. Menselijke identiteit staat niet vast, maar wordt voortdurend gevormd door wat we missen, verliezen en hopen.

María Zambrano is een Spaanse filosoof en essayist. Ze staat bekend om haar poëtisch denken waarin filosofie en literatuur samenkomen en om haar reflecties op innerlijk leven, ballingschap en spiritualiteit.

Gebrek maakt ons vrij

Françoise Dastur (1942)

beeld Bridgeman Images

Stel je een toekomst voor waarin het ons is gelukt om onszelf onsterfelijk te maken. De dood krijgt dan nooit de kans om ons het zwijgen op te leggen en ons te belemmeren om te bestaan. Maar betekent dat ook dat we vrijer worden? Volgens de Franse filosoof Françoise Dastur is paradoxaal genoeg juist het omgekeerde waar: ons allergrootste gebrek – onze sterfelijkheid – maakt ons vrij. Hoe kan dat?

Het menselijke bestaan wordt bepaald aan de hand van wat ontbreekt, schrijft Dastur. We leven altijd met een toekomst die nog niet is aangebroken, met mogelijkheden die nog niet gerealiseerd zijn en met de wetenschap dat we niet meer kunnen doen wanneer we doodgaan. Dat wat (nog) niet is, vormt het fundament van onze ervaring. Want wat nu al is, is al bepaald. In wat nog niet is, liggen alle mogelijkheden verscholen.

Wie een naaste is verloren, voelt zich soms levendiger

Maar de mogelijkheden zijn natuurlijk niet grenzeloos. Waartoe we wel en niet in staat zijn, hebben we altijd deels te danken aan iets wat buiten ons ligt. Wie geboren is met blauwe ogen, heeft nu eenmaal een gebrek aan bruine ogen. Die begrenzing wordt vooral zichtbaar door ervaringen die mogelijkheden uitsluiten: het verlies van een vriendschap of je baan, ziekte, en bovenal de dood, omdat die alle mogelijkheden wegneemt. Deze ervaringen tonen ons dat de invulling van ons leven nooit volledig door onszelf wordt bepaald. Volgens Dastur komt dit neer op de ervaring van eindigheid: het besef dat ons leven begrensd is en dat elke keuze binnen die begrenzing plaatsvindt.

Dat besef is bevrijdend. Het gebrek aan andere opties helpt ons om op de juiste keuze te oriënteren. Gebrek geeft ons de vrijheid ons leven richting te geven. Wie een naaste is verloren of zich door ziekte bewuster is geworden van zijn eindigheid, voelt zich soms vrijer en levendiger. Het gebrek brengt ons in contact met de grenzen van ons bestaan en juist daar wordt het leven kostbaar.

Françoise Dastur is een Franse filosoof die schrijft over het existentialisme van met name Heidegger en Merleau-Ponty. Haar werken gaan over eindigheid, tijd en de dood, waarbij ze fenomenologie verbindt met literatuur en kunst.

Loginmenu afsluiten