Home Spoedcursus: chaos

Spoedcursus: chaos

Vier filosofen over de vraag: kun je leven zonder chaos?

Door Ira Pronk en Thomas Velvis op 03 april 2024

chaos beeld Ruben L. Oppenheimer

Vier filosofen over de vraag: kun je leven zonder chaos?

FM4 waar is chaos Filosofie Magazine
04-2024 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Zonder wanorde ontstaat niets

Epicurus (341-270 v.Chr.)

chaos Epicurus

Hoe prettig zou het zijn als alle dingen ordelijk zouden verlopen? Geen opstoppingen in het verkeer, nooit een voetbal door de ruit en niemand die door een film heen praat. Maar in een wereld waarin alles ordelijk is, zou niets kunnen ontstaan, dacht de Griekse filosoof Epicurus. Een beetje chaos is noodzakelijk.

Epicurus ontleende aan zijn voorganger Democritus het idee dat de werkelijkheid is opgebouwd uit atomen. Lang voor het ontstaan van de moderne wetenschap betoogden deze klassieke denkers dat de natuur bestaat uit minuscule deeltjes die ondeelbaar zijn en te klein zijn om waargenomen te worden.

Maar losse atomen, vliedend door de leegte, maken nog geen wereld. Als dit alles was, zo schrijft Epicurus’ latere aanhanger Lucretius in zijn Leerdicht over de natuur, zouden de atomen als regendruppels vallen door het lege diep,/ geen botsing en geen stoot van deeltjes zou zich voordoen/ en zo zou de natuur nooit iets geschapen hebben. Om iets te laten gebeuren moet er wanorde zijn.

Daarom kent het universum een chaotisch principe, dacht Epicurus. Volgens hem bestaat er in de beweging van atomen een onveroorzaakte zwenking (later gaf Lucretius hieraan de naam clinamen). Deze is onzichtbaar, maar voldoende om te zorgen dat deeltjes een beetje uit hun baan raken. Dit kleine vleugje chaos in de oersoep heeft gigantische gevolgen. Atomen beginnen te botsen, verbindingen aan te gaan met andere atomen en samen te klonteren tot steeds grotere eenheden. Dit proces leidt tot de werkelijkheid zoals we die kennen.

Chaos creëert volgens Epicurus de wereld en de menselijke vrijheid. Want de chaotische zwenking die voor creatie zorgt, maakt ook een opening in de ketens van oorzaak en gevolg. En daaruit komt de vrijheid tevoorschijn.

Chaos komt voor de orde

Paul Ricoeur (1913-2005)

Paul Ricoeur chaos

Eens leefden er twee goden genaamd Tiamat en Apsoe, vertelt het Babylonische scheppingsverhaal Enoema Elisj (ca. 2000 v.Chr.). Zij brachten vele zonen voort, maar kregen daar algauw spijt van. De jonge goden verstoorden het paar ‘door de herrie die ze maakten in de hemelse woonsteden’. Daarop beraamt Apsoe een moordaanslag op zijn zonen. Die mislukt, hij wordt zelf gedood. Er volgt een chaotische godenstrijd die pas eindigt als Mardoek, de Babylonische oppergod, Tiamat ombrengt en uit delen van haar lichaam de kosmos bouwt.

Een mooi verhaal, maar niet waar natuurlijk, zou je kunnen denken. Maar dat is een oppervlakkige manier om naar mythen te kijken, schrijft de Franse filosoof Paul Ricoeur in Symbolen van het kwaad (1960). Een mythe is een symbool en ‘legt voor de mens een ervaringsdimensie bloot die zonder dat symbool gesloten en verborgen zou zijn gebleven’. Enoema Elisj is geen historisch relaas, maar de uitdrukking van een ervaring; de ervaring dat chaos (kwaad) ouder is dan orde (goed). De Babylonische god Mardoek en zijn goede orde verschijnen pas laat op het toneel en moeten een flinke strijd voeren om de oorspronkelijke chaos te overmeesteren.

Die ervaring is allerminst gedateerd, meent Ricoeur, en is voor iedereen herkenbaar. Ieder mens komt immers terecht in een wereld waarin al van alles is gebeurd; een wereld van oude familievetes, historisch onrecht en trauma’s die van ouders overgaan op kinderen.

De ervaring dat chaos altijd voorafgaat aan orde zie je ook op het niveau van de samenleving. Op plaatsen waar orde lijkt te heersen steekt chaos telkens opnieuw de kop op. In een maatschappij waar regels en wetten gelden zijn ordehandhavers en rechters noodzakelijk. En om beschaafd gedrag te vertonen moeten we onze driften verdringen. In de basis, schrijft Ricoeur, is het chaotische ‘niet een toevallige gebeurtenis, die een bestaande orde verstoort, maar behoort het fundamenteel tot de vestiging van de orde’.

Wanorde is walgelijk

Julia Kristeva (1941)

De wereld lijkt een betekenisvol en ordelijk geheel, meent de Bulgaars-Franse psychoanalyticus Julia Kristeva, totdat de orde doorbroken wordt. Dan kunnen we niets anders dan walgen. Deze lichamelijke reactie op chaos noemt Kristeva ‘het abjecte’.

Stel je voor dat je een lijk ziet, schrijft ze in Powers of horror. An essay on abjection (1980). De kans is groot dat de aanblik van het lijk je beangstigt, dat het je vult met afkeer. Misschien moet je zelfs overgeven. Volgens Kristeva wijst het lichaam op een heel primitief niveau het lijk af. Deze reactie is evolutionair te verklaren: door afstand te nemen van het lijk beschermt het lichaam zich tegen ziektes. Maar er gebeurt ook iets op een existentieel niveau. We worden geconfronteerd met een paradox: het lijk lijkt in alles op de persoon die net nog leefde, maar leeft niet meer. Het bevindt zich op de grens tussen leven en dood. Hierdoor stort ons systeem van betekenis ineen. Door het lijk af te wijzen, bevestigen we dat we aan de kant van het leven staan. We drukken uit: ‘Ik ben geen lijk.’

Even tussendoor… Meer lezen over Kristeva, Epicurus en andere grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

Kristeva beschrijft ook de fysieke reactie die ze krijgt wanneer haar lippen het velletje van de melk raken die ze van haar ouders krijgt. ‘Er komen spasmen in de maag en de buik, organen verschrompelen, tranen en gal worden uitgelokt, de hartslag verhoogt, het voorhoofd en de handen zweten.’ Weer is er sprake van het vervagen van grenzen: in de bedorven melk mengt het voedzame zich met verval. Ook een open wond, ziekte, moord en lichaamssappen zijn volgens Kristeva abject: ze bedreigen de orde van de realiteit.

Op een perverse manier worden we aangetrokken tot het abjecte, denkt Kristeva. Daarom kijken we en lezen we graag horror. We zoeken de chaos op om die vervolgens af te wijzen. Zo scharen we ons veilig aan de kant van de orde.

We zijn verslaafd aan chaos

Slavoj Zizek (1949)

Wat rust zou geven, denken we vaak, is de bevrediging van onze verlangens. Want wat zorgt voor meer chaos in ons leven dan onze behoeftes aan bijvoorbeeld eten, liefde, seks en een zinvol leven? Maar volgens de Sloveense filosoof Slavoj Zizek is deze rust een punt aan de horizon die telkens weer uit zicht verdwijnt: onze verlangens zijn onbevredigbaar. Dit komt, stelt Zizek, omdat de structuur van ons verlangen in de kern chaotisch is. We hebben een overschot nodig om echt te kunnen genieten van wat we hebben, waardoor elke bevrediging van een verlangen gelijk een nieuw verlangen uitlokt.

In zijn boek Surplus-enjoyment (2022) illustreert hij dit met een voorbeeld uit de geschiedenis van de filosofie. De filosoof en theoloog Thomas van Aquino vroeg zich in de dertiende eeuw af: kunnen de mensen in de hemel het lijden van de mensen in de hel zien? Hij redeneerde dat dit wel het geval moest zijn, aangezien de mensen in de hemel niet onwetend konden zijn. Maar zouden ze dan niet lijden onder die gruwelijke aanblik? Nee, concludeerde hij, ze zouden genieten van de aanblik van deze gerechtigheid. Volgens Zizek geeft dit de perverse structuur van het verlangen op een perfecte manier weer. Zelfs wie zich in de hemel bevindt, en wiens verlangens dus noodzakelijkerwijs bevredigd zijn, heeft nog niet genoeg.

Het kapitalisme is uniek, denkt Zizek, omdat het als enige systeem de chaotische structuur van het verlangen volledig weet te benutten. Het systeem is niet gericht op het vervullen van onze eindige behoeftes, maar gaat ervan uit dat ons verlangen oneindig is. Er wordt een surplus aan producten gecreëerd, waardoor we geruisloos overschakelen van de ene behoeftebevrediging naar de andere, zonder ooit echt bevredigd te raken. We bingen en consumeren heel wat af. Het verlangen naar chaos blijkt onze enige bestendige behoefte.