Home Peter Singer: ‘Ik vind dat we ons moeten bekommeren om iedereen, waar dan ook’

Peter Singer: ‘Ik vind dat we ons moeten bekommeren om iedereen, waar dan ook’

Door Harrie ten Have op 20 september 2011

Cover van 08-2011
08-2011 Filosofie magazine Lees het magazine

De invloedrijke ethicus Peter Singer geeft eenvijfde van zijn inkomen aan hulporganisaties. En hij verwacht ook van ons een grote inzet om armoede te bestrijden en het dierenleed te verkleinen. ‘Maar ik blijf een realist.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

‘Ik heb je uit de puree gehaald. Toch?’ Peter Singer (1946) grijnst. Zo streng is hij nu ook weer niet. De invloedrijke Australische ethicus vraagt ons niet eens om veganistisch te leven. En een kwart van onze inkomsten aan de armen afstaan? Dat hoeft ook niet. Wel vindt Singer dat we ons moeten afvragen waarom we nog geld aan luxeproducten besteden zolang een miljard mensen in bittere armoede leven. En als het even kan, moeten we ook minder dierlijke producten eten. Singer is een wereldverbeteraar, zij het een pragmatische.

Toch heeft Singer een controversiële status in sommige landen vanwege de principiële en activistische toon van zijn werk en zijn radicale opvattingen – zo vindt hij dat dieren meer rechten moeten hebben dan comapatiënten. Singers uitgangspunt is telkens: we hebben de plicht om waar mogelijk lijden te voorkomen, tenzij we daarbij iets van meer waarde moeten opofferen. Singer geeft een voorbeeld. ‘Ik vertel mensen het verhaal van een kind dat bijna verdrinkt in een meertje. Ik vraag ze vervolgens of het moreel gezien verkeerd is om door te lopen en het kind te negeren, omdat ze anders bijvoorbeeld hun schoeisel ruïneren.’

‘Wat blijkt: bijna iedereen zegt dat het immoreel is om door te lopen, omdat die schoenen niet zo belangrijk zijn als een mensenleven. Onze houding tegenover arme landen zou net zo moeten zijn: we zijn in de positie om levens te redden door iets op te offeren wat minder waardevol is. Dus hebben we de plicht aan arme landen te geven. Daar is geen excuus voor: als je bijvoorbeeld leidingwater drinkt en geen flesje bronwater aanschaft, heb je al geld over om aan hulporganisaties te doneren. Niets geven is verkeerd, gezien de omstandigheden waarin jullie Nederlanders over het algemeen leven.’

Het werk van Peter Singer is een schoolvoorbeeld van een ‘utilitaristische’ ethiek: of een handeling goed of slecht is hangt af van de consequenties die eraan verbonden zijn. ‘Zolang er nog elk jaar 8 miljoen kinderen sterven aan behandelbare ziekten denk ik dat filantropen hun geld beter kunnen inzetten voor armoedebestrijding dan voor de ondersteuning van kunst.’ Een handeling is juist als die nut heeft en het lijden vermindert van het grootste aantal wezens met gevoel. Ook de belangen van dieren moeten daarbij meetellen, zo betoogt Singer in zijn boek Animal Liberation, dat geldt als de bijbel van het dierenactivisme. Dieren kunnen immers ook lijden.

U bent veeleisend…
‘Ja, maar het is zeker niet mijn bedoeling om mensen een schuldgevoel aan te praten. Het heeft geen zin om hun een slecht gevoel te geven, tenzij dat ze aanzet om beter te doen. Je moet een onderscheid maken tussen de “ideale morele standaard” en een meer realistische standaard.’

‘Volgens de ideale standaard zou je überhaupt geen luxeproducten als dvd’s meer moeten kopen en alles wat je aan geld overhoudt aan hulporganisaties moeten geven. Wil je aan zo’n eis voldoen, dan moet je je leefstijl drastisch veranderen. Zelf heb ik niet de morele kracht gehad om dat te doen; ik doneer eenvijfde van mijn inkomen aan hulporganisaties.’

‘Ik denk dat het beter is om uit te gaan van de realistische standaard. Ik neem je bijvoorbeeld niks kwalijk als je nog geld overhebt voor luxeproducten als je al 5 procent van je inkomen uitgeeft om de armoede tegen te gaan. Je moet jezelf niets verwijten als je graag dvd’s kijkt of naar de opera gaat en je hebt al substantieel bijgedragen aan armoedebestrijding.’

Je hoort zo vaak dat hulpgelden in de verkeerde zakken belanden.
‘Dat soort zorgen moet je serieus nemen. Als je niet zeker weet wat er met je geld gebeurt, vervalt de plicht om aan hulporganisaties te geven. Je moet er redelijkerwijs van op aan kunnen dat je donatie op de goede plek komt en effectief benut wordt. Organisaties moeten ook tonen hoeveel ze uitgeven en welk verschil ze daarmee maken.’

Hoe zet je organisaties daartoe aan?
‘Idealiter zou je onafhankelijke waarnemers naar een project moeten sturen om te kijken of een organisatie wel doet wat ze zegt te doen. Je hebt nu een instantie, Give Well, die een prijs uitlooft aan de organisatie die het meest effectief levens redt. Dat is precies wat we nodig hebben: zo’n middel om te garanderen dat er meer transparantie komt. Ooit komen we op het punt van volledige transparantie.’

Ondertussen zitten we in een financiële crisis. Overheden bezuinigen op ontwikkelingshulp. Ook de Nederlandse.
‘Ja, ik betreur die ontwikkeling. Ik weet dat er regeringen zijn die de bijdragen korten vanwege de recessie. Nederland heeft altijd in de top-vijf van leidende naties op het gebied van overheidsdonaties gestaan en het is jammer dat jullie land ophoudt andere landen te inspireren… Tja, als de overheid geen geld meer overheeft voor armoedebestrijding, dan moeten wij haar duidelijk maken dat ze wel de plicht heeft om dat te doen.’

Maar kunnen we het geld niet beter voor onze eigen problemen gebruiken?
‘Nee!’ reageert Singer. Volgens hem leven we tegenwoordig samen in ‘één wereld’ waarin iedereen onze naaste is geworden. ‘Ik noem die ontwikkeling de “expanding circle”. Door de eeuwen heen is de kring van morele zorg gegroeid. Eerst konden alleen de leden van de eigen stam rekenen op zorg. Geleidelijk aan werden de leden van andere stammen minder als vijanden beschouwd, waarmee de morele sfeer werd uitgebreid. Op een gegeven moment ontstonden er stadstaten, zoals in Griekenland, en in de laatste eeuwen zag je de opkomst van natiestaten. Uiteindelijk behoort ieder mens tot dezelfde morele sfeer, en dat is zo ongeveer de situatie waarin we ons nu bevinden. We gaan uit van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.’
‘Ik vind dat we ons moeten bekommeren om mensen waar dan ook, en niet alleen om Nederlanders, of Amerikanen, of Australiërs of wie dan ook! Ik kan het niet begrijpen als mensen vinden dat we geen geld moeten geven aan de Grieken.’ Singer gaat nog een stap verder: ‘Helaas behoren niet-menselijke dieren nog steeds niet tot onze morele gemeenschap. Ik zou graag willen dat álle wezens met bewustzijn tot de expanding circle behoren – pas dan hebben we de sfeer van morele zorg voldoende vergroot.’

Moeten we dan ook ophouden met vlees eten?
‘Ja. Als je zoals in Nederland de keuze hebt om vegetarisch te eten, dan is dat inderdaad moreel juister dan vlees eten, omdat dat veel leed bespaart. Het is namelijk moeilijk om in een markteconomie dierlijke producten aan te bieden op een manier die dieren een goed leven geeft. Misschien eisen we te goedkoop voedsel, waardoor we boeren dwingen om op een dieronvriendelijke manier te produceren. Er is ook een milieuprobleem: koeien produceren veel methaangas, dat bijdraagt aan het broeikaseffect.’

‘Maar ook hier moet je weer een realistische van een ideale standaard onderscheiden. Stel je voor dat iemand het heel moeilijk vindt om helemaal geen vlees meer te eten, maar wel zijn vleesconsumptie mindert en alleen nog maar biologisch geproduceerd vlees eet – dat is niet zo erg. “Flexitariërs” leven volgens de ideale norm niet het meest ethisch, maar ik denk dat het geen zin heeft hun iets te verwijten zolang de algehele vleesconsumptie – en daardoor het lijden van dieren – afneemt.’

Dan bent u vast blij met het verbod op onverdoofd slachten. Ook al gaat dat ten koste van de belangen van gelovigen.
‘Ja, alleen denk ik niet dat het in de kwestie van onverdoofd slachten echt over de vrijheid van godsdienst gaat, maar om de vrijheid om vlees te eten dat op een dieronvriendelijke manier geproduceerd wordt. Jullie verbod op onverdoofd slachten perkt niet de religieuze vrijheid in, want je bent volgens de Joodse en islamitische religies niet verplicht vlees te eten. En dan nog, we leggen beperkingen op aan religieuze praktijken als deze lijden veroorzaken, of dat nu bij kinderen of bij dieren is. Stel dat iemand zegt dat zijn religie voorschrijft dat hij een operatie op de genitaliën van zijn dochter moet uitvoeren, dan accepteren we dat niet. Het enige wat de wet bepaalt is dat je niet in de naam van religie dieren pijn mag doen.’

Embryo
Wie zoals Singer de wereld wil veranderen, botst soms op gevestigde waarden en belangen. Vooral zijn standpunt dat het mensenleven niet heilig is, neemt niet iedereen hem in dank af. In Tussen dood en leven schrijft Singer dat abortus moreel toegestaan is omdat embryo’s geen wensen en gevoelens hebben, en zij dus geen belang kunnen hebben om te blijven leven. Bovendien vindt Singer dat het doden van pasgeborenen moreel toelaatbaar is wanneer dan al bekend is dat ze later een ernstige aandoening krijgen. Het leverde Singer woedende reacties op. ‘Dr. Death’, zoals sommige media Singer noemden, ontving regelmatig bedreigingen. En tegen zijn aanstelling aan [?] Princeton werd door christelijke groeperingen fel geprotesteerd.

U wordt in de pers vaak weggezet als een ‘radicale’ of ‘omstreden’ denker. Wat vindt u van die kwalificaties?
‘Ach ja. Als je uitgaat van de mainstream van de westerse samenlevingen, met een ethiek die grotendeels geworteld is in de joods-christelijke traditie, dan zijn mijn ideeën inderdaad nogal radicaal. De behandeling van dieren is voor die traditie nooit een centraal moreel probleem geweest. Dieren hebben altijd in de marge van de moraliteit gezeten, of daar überhaupt nooit deel van uitgemaakt.’
‘Daarnaast worden mijn utilitaristische opvattingen over euthanasie en de onschendbaarheid van het menselijk leven in de meeste samenlevingen als zeer radicaal gezien. Misschien niet in Nederland, omdat jullie pioniers zijn op dit gebied, zelfs wat betreft de levensbeëindiging van pasgeborenen. Alleen mijn opvattingen over het geven aan armen past goed bij de christelijke leer. Alhoewel, mijn ideeën zijn wel radicaal als je ze afzet tegen de praktijk: christenen geven namelijk niet zoveel aan de armen.’