Home Liefde Patricia Churchland: ‘Liefde is niets anders dan een DNA-match’
Liefde

Patricia Churchland: ‘Liefde is niets anders dan een DNA-match’

Door Lianne Tijhaar op 02 december 2015

Cover van 12-2015
12-2015 Filosofie magazine Lees het magazine

We zijn ons brein, vindt ook ’s werelds meest befaamde neurofilosoof Patricia Churchland. Maar dat maakt ons niet minder bijzonder.



‘Ooh gosh, I love you!’ roept Patricia Churchland naar twee spelende honden, die direct op haar afstevenen als we de tuin van haar hotel in lopen. De Amerikaanse neurofilosoof is vijf dagen in Nederland, volgeboekt met lezingen over haar werk, waarmee ze wereldwijd het denken over de menselijke ziel op z’n kop zette. Ze houdt van de natuur, vertelt ze. Churchland groeide op als boerendochter in het uitgestrekte landschap van British Columbia, waar ze zich al liet meeslepen door de grote vragen van het leven: waarom zijn we zoals we zijn? Wat gebeurt er als je je dingen herinnert nadat je ze eerst vergeten was? Ze zag haar grootmoeder wegzakken in hevige dementie en wilde begrijpen wat er precies aan de hand was. Op dat moment leek filosofie bij uitstek de studie waar ze met haar vragen terechtkon.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Maar de manier waarop binnen haar filosofiestudie werd omgegaan met deze vragen schonk haar geen voldoening: ‘Ik begon me meer en meer te ergeren aan de gedachte dat de analyse van woorden iets zou zeggen over de zaken zelf. Dus als we maar lang genoeg zouden nadenken over het woord “bewustzijn”, dat we dan wel zouden begrijpen wat bewustzijn is. That seems to me to be nuts.’ 



Toen vlak daarna – we hebben het over de vroege jaren zeventig – de eerste baanbrekende resultaten van split brain-studies gepubliceerd werden, wist Churchland het zeker: als wij antwoorden willen op de grote vragen, dan moeten we inzicht krijgen in het brein. Bevlogen vertelt ze over haar eerste jaren aan de faculteit geneeskunde: ‘Het was alsof de wereld zich voor mij opende. En hoe meer ik leerde, hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat op de lange termijn inzicht in de hersenen echt mogelijk is.’



De neurowetenschappen leggen langzaamaan de mechanismen bloot die ons maken hoe we zijn: hoe we beslissingen nemen, verlangens creëren, onze emoties onder controle houden. Zo is onze ‘vrije wil’ feitelijk een hersenproces, stelt Churchland. ‘En eigenlijk maken we al eeuwen gebruik van dat gegeven. Want wat denk je dat je doet als je een kind straft? Je verandert het brein van dat kind! Door te belonen en te straffen onderken je dat hersenen causale machines zijn.’

Straffen

Vertelt ze haar kleinkinderen dan dat zij geen vrije wil hebben? ‘Natuurlijk niet. Die hebben ze wél, we moeten er alleen anders over gaan denken. Er bestaat een sterke filosofische traditie die claimt dat een keuze alleen maar “vrij” genoemd kan worden als deze onveroorzaakt is; dat wil zeggen dat deze “wil” onafhankelijk van alle causale invloeden bestaat – in een causaal vacuüm. Op een onbegrijpelijke manier zou die “wil” – die los van onze hersenen bestaat – een vrije keuze maken. Het probleem is dat keuzes worden gemaakt door onze hersenen, en hersenen opereren causaal. Dus als je de vrije wil beschouwt als het maken van keuzes zonder enige materiële oorzaak, dan hebben we geen vrije wil. Maar als je denkt over de vrije wil als het nemen van beslissingen met een brein vol kennis, emoties en zelfcontrole… natuurlijk hebben we dan een vrije wil. En veel andere diersoorten hebben die ook.’



Wat is zelfcontrole dan precies? Churchland grijpt de pepermolen van de restauranttafel waaraan we inmiddels zijn gaan zitten. ‘Stel dat dit een voedseltoren is. Als een rat er met zijn neus tegenaan drukt, dan krijgt hij een snoepje. Maar na een tijdje zetten we er een tweede voedseltoren naast’ – de zoutmolen – ‘en als hij daartegenaan drukt, krijgt hij víér snoepjes. Een rat heeft dat snel door. Hoe meet je nu zelfcontrole? Simpel: door de tijd tussen het neusdrukken en de beloning te vergroten bij de zoutmolen: hoe langer een rat kan wachten, hoe groter zijn zelfcontrole. Je zult snel merken dat niet alle ratten hetzelfde zijn: sommige zijn het wachten gauw beu en keren terug naar de snelle bevrediging van de pepermolen. En dan heb je een gedragspatroon dat je in verband kunt brengen met het mechanisme in het brein. Je ziet dan dat het brein van een rat die lang kan wachten anders in elkaar zit dan het brein van de ongeduldige rat. En hetzelfde geldt voor mensen. Bij mensen die verslaafd zijn zie je bijvoorbeeld dat ze buitengewoon weinig zelfcontrole hebben – ook op andere terreinen dan hun verslaving.’



Een roker is eigenlijk niet verantwoordelijk voor zijn gedrag?

‘We weten dat de hersenen van rokers anders in elkaar zitten dan die van niet-rokers. Maar dat betekent niet dat een roker niet verantwoordelijk is. Verantwoordelijkheid is van een andere orde: het is een sociale kwestie. Het gaat erom wat we tolereren. Natuurlijk wordt zijn gedrag veroorzaakt – want alle gedragingen hebben een oorzaak –, maar dat heeft niets te maken met verantwoordelijkheid. Iemand verantwoordelijk houden heeft te maken met de sociale implicaties van je gedrag; het is een praktische kwestie over wat we als groep tolereren.’



Dus het betekent niet dat de vrije wil in onze hersenen zit?

‘Inderdaad. Als ik met mijn honden naar het strand ga en aan voorbijgangers vraag of zij denken dat mijn brein een causale machine is die mijn beslissingen neemt, dan fronsen ze hun wenkbrauwen en zeggen: “Waar hébt u het over?!” Het is een filosofenfantasie, voortgekomen uit de zeventiende-eeuwse filosoof Descartes, dat mensen zijn opgebouwd uit een materieel lichaam en een immateriële geest. Gewone mensen denken niet zo. Die raken alleen maar verward als filosofen of neurowetenschappers roepen dat de vrije wil niet bestaat – omdat ze denken dat het betekent dat niemand meer verantwoordelijk is. En dat is onzin.’



Is het nog wel mogelijk om te spreken over ‘schuld’ als we erkennen dat het brein verantwoordelijk is voor ons gedrag?

‘Ik zie niet in waarom dat niet mogelijk zou zijn. Als ik plotseling onbeschoft tekeerga tegen onze serveerster en zeg: “Hé, waarom ruim je dat niet even op?”, waarom zou je mij dan niet verantwoordelijk houden? Zakenman Bernard Madoff pleegde gedurende vijftien jaar ernstige Ponzi-fraude in Amerika. Wat is er mis mee om hem schuldig te noemen? Hij heeft het gedaan, hij heeft bekend, hij wist dat hij fout zat, hij beschikte over enorm veel zelfcontrole en hij had de intentie om het te doen.’



We kunnen spreken over een ‘intentie’, ook al zit die in onze hersenen?

‘Intentie zit zeker in de hersenen. Waar anders zou het moeten zitten?’



Impliceert dat dan niet dat we criminelen in de toekomst beter een hersenoperatie kunnen geven in plaats van een jarenlange gevangenisstraf?

‘Dat lijkt me niet aannemelijk in de nabije toekomst, maar op de lange termijn… Waarom niet? Je moet dan wel nauwkeurig weten wat er aan de hand is in het brein, want ik denk dat breinstructuren sterk verschillen. Het brein van een fraudeur zal er anders uitzien dan dat van iemand die kinderen verkracht en vermoordt.’
 

Liefde

Hoe denkt Churchland over liefde? Haar ogen beginnen te twinkelen: ‘O, we weten steeds meer over liefde! We begrijpen bijvoorbeeld dat de neurotransmitter oxytocine een heel belangrijke rol speelt in onze relaties. Dit stofje zorgt ervoor dat vrouwen verliefd worden – bij mannen is dat vasopressine – en dat er al op jonge leeftijd een hechtingsrelatie ontstaat tussen moeder en kind. Oxytocine komt vrij in de hersenen als je bijvoorbeeld met elkaar knuffelt. Het zorgt voor een gevoel van verbondenheid.’ Sterker nog, vervolgt Churchland, waarom denk je dat sommige diersoorten monogaam zijn en andere polygaam? Dat heeft alles te maken met de dichtheid van peptidenbindingen in het brein. ‘Liefde is dus een fenomeen in de hersenen, maar dat betekent niet dat het niet echt is. We worden alsnog verliefd en onze passie is net zo echt als altijd. Het verschil is dat we nu deze belangrijke gevoelens begrijpen als gebeurtenissen die plaatsvinden in het brein.’



Er bestaan nu websites die mensen matchen op basis van hun DNA, zoals genepartner.com en Instant Chemistry. Is dat hoe de toekomst eruit zal zien?

‘Ik weet niet waar ze naar zoeken in het DNA. Maar als mensen elkaar willen ontmoeten op die manier, waarom zou ik ertegen zijn?’



Ik vind het nogal merkwaardig om de relatie met mijn vriend te definiëren in termen van succesvolle DNA-matching.

‘Vergelijk het met de tijd dat je oma zei: “Zo, jullie tweetjes zijn echt aan elkaar gewaagd omdat jullie uit overeenkomstige families komen die al jaren met elkaar bevriend zijn, dus dit zou zeker een goed huwelijk voor je zijn.” Is dat echt zo anders?’



Maar de biologische processen achter ‘verliefd worden’ zijn anders dan de ervaring ‘verliefd worden’.

‘Natuurlijk. De emoties die je voelt zijn anders dan de biochemie, maar de biochemie veroorzaakt de emoties. Waar zou die ervaring anders vandaan komen? Ook al weten we niet precies hóé het gebeurt, dat wil nog niet zeggen dat het iets magisch is, ook al willen mensen dat graag geloven. Het lijkt een beetje op kijken naar een fles water en zeggen: ik drink dit spul al jaren en er worden bosbranden mee geblust, en nu vertel je me dat het gemaakt is van twee gassen, zuurstof en waterstof, waarvan het tweede uiterst brandbaar is! Ik snap er niets van! Tja, dat is hoe chemie werkt.’



Goed, stel dat ik een neurowetenschapper ben en ik ben nog nooit verliefd geweest. Kan ik dan begrijpen hoe verliefdheid voelt als ik in uw brein kijk?

‘Zeer zeker niet. Jouw hart gaat toch ook niet sneller kloppen als je ziet dat mijn hart klopt? Waarom zouden toestanden in míjn brein bij jóú een ervaring veroorzaken? Dus nee: je kunt niet ervaren wat verliefdheid is door een verliefd brein te bestuderen. Het brein bestuderen is noodzakelijk, maar absoluut niet voldoende om de mens te begrijpen.’



Het valt even stil. Dan vervolgt ze: ‘Veel kritiek op mijn werk komt voort uit onbegrip. Mensen maken een karikatuur van mij, alsof ik denk dat de hersenen ons “zelf” blootleggen. Alsof er niets meer is dan ons brein. Maar dat zeg ik niet. Psychologie is ook ontzettend belangrijk: die legt gedragspatronen bloot, en alleen daarmee kunnen we betekenis geven aan processen in het brein.’



Toch valt het me op dat Churchland erg wetenschappelijk naar de wereld kijkt. Op mijn vraag of haar werk bijdraagt aan een betere wereld, heeft ze geen antwoord. Er bekruipt mij een gevoel van betekenisloosheid en na even slikken vraag ik het toch maar: waarom klinkt alles wat u zegt heel redelijk, maar heb ik nog steeds zo sterk het gevoel dat ik het niet wíl accepteren?



‘Ik weet dat heel veel mensen dat hebben. Dat is precies waarom ik mijn boek schreef. Ik weet niet waar het vandaan komt. Volgens mij is het vergelijkbaar met het idee dat iedereen in God zou geloven, terwijl er miljoenen Aziaten zijn die daar nog nooit in geloofd hebben. En zo zijn er ook volkeren in Amerika die niet geloven in een ziel. Dus wat vreemd voor jou lijkt, kan normaal zijn in een andere cultuur. Het is belangrijk jezelf de vraag te blijven stellen of jouw opvattingen wel juist zijn. Misschien weten we het antwoord niet – het is prima om niet te weten.’



Het voelt bijna alsof ik een dogmatisch geloof aanhang…

‘Misschien is dat ook wel zo. Hoe dan ook lijkt het mij belangrijk te weten dat er andere perspectieven zijn. Dat is een van de prachtige dingen die antropologen ons laten zien: dat mensen zeer verschillend naar de wereld kunnen kijken. En dat sommige dingen voor ons juist lijken omdat onze intuïties zo sterk zijn… neem dat niet al te serieus.’



Ik kijk nog even vertwijfeld – Churchland ziet het onmiddellijk en glimlacht. ‘Het kost misschien wat moeite, maar je moet voorbij de gedachte dat we “slechts” een zak chemicaliën zijn. Je bent een zak chemicaliën, maar wel een heel bijzondere, biologisch complexe zak chemicaliën – zie de schoonheid daar toch eens van in.’