Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

FM nr. 6/2020

‘Liefde is niet de roeping van de vrouw’

Marc van Dijk
Schrijver, journalist en kunstenaar

Het leven van Simone de Beauvoir is vaak verteld als een langgerekte romance met Jean-Paul Sartre. Kate Kirkpatrick herziet dit beeld in een nieuwe biografie. ‘Ze deelden duidelijk niet dezelfde morele standpunten.’

Toen ik er jaren geleden aan begon, dacht ik dat het wel eens een carrièrekiller zou kunnen zijn,’ zegt de Amerikaanse filosoof Kate Kirkpatrick. Maar dat werd het allerminst. Sinds haar biografie van Simone de Beauvoir vorig jaar gepubliceerd werd in het Engels zijn er elf vertalingen aangekondigd; sommige zijn nog in de maak. Ze lacht. ‘Nee, dat zag ik echt niet aankomen.’

Simone de Beauvoir (1908-1986) staat internationaal en in academische kringen weer volop in de belangstelling. Al had haar magnum opus De tweede sekse (1949) als feministische bijbel nooit aan actualiteit ingeboet. Ook niet door de kritiek dat Beauvoir vanuit haar ‘geprivilegieerde positie’ niet genoeg oog zou hebben gehad voor de positie van bepaalde minderheden, zoals zwarte vrouwen.

Weinig filosofen hebben zoveel brieven, memoires en autobiografische verhalen nagelaten als Beauvoir, en ook na haar dood verschenen al meerdere biografieën. Was er echt nóg eentje nodig? ‘Toch wel,’ zegt Kate Kirkpatrick. ‘Omdat de bestaande biografieën niet alle beschikbare bronnen gebruiken. En vooral omdat eerdere biografen haar filosofie niet op de eerste plaats zetten. Ik denk dat Beauvoirs belang voor het existentialisme onderschat is. Haar leven wordt vooral verteld als een langgerekte romance met Jean-Paul Sartre.’

Kirkpatrick, verbonden aan King’s College in Londen, was voordat ze aan deze biografie begon al een kenner van het Franse existentialisme – ze promoveerde op Het zijn en het niet, hoofdwerk van Sartre. Dus als iemand het accent van leven naar werk zou kunnen verschuiven, was zij het.

Ze wilde de legendarische geliefden nadrukkelijk portretteren als denkers. ‘Een van de grote mythes over vrouwen die Beauvoir in haar werk benoemt, is dat liefde de primaire roeping van vrouwen is. Slagen als vrouw is slagen in de liefde – met een man en kinderen. Zij is daar kritisch over, want ze vindt dat vrouwen de mogelijkheid moeten hebben om hun eigen projecten na te jagen. Niet ten koste van waardevolle en liefdevolle relaties, want die vindt ze ook heel belangrijk, maar in aanvulling daarop. Het is enorm ironisch dat juist een vrouw die dit naar voren bracht, en die zelf een immense intellectuele prestatie heeft geleverd, vooral herinnerd wordt om haar legendarische liefdesleven.’

Toch besteedt u zelf ook zeer ruim aandacht aan de onderlinge verhoudingen, de complexe relaties en de vele passerende liefjes en grote liefdes – resultaat van het ‘pact’ dat Beauvoir en Sartre sloten: ze zouden elkaar trouw blijven, maar wel met ruimte voor vele anderen.

‘Klopt. Daar kon en wilde ik ook niet omheen.’

‘Ironisch genoeg wordt juist Beauvoir herinnerd om haar liefdesleven’

Waarom niet?

‘Leven en denken zijn juist bij haar innig verbonden. Met name de relaties die Sartre en zij in de jaren dertig aangaan met jonge vrouwen hebben grote gevolgen voor het denken van Beauvoir. De filosofie en het vrijheidsconcept waarnaar ze in die periode leefden vond zij later onethisch. Het beste voorbeeld hiervan is het verhaal van Bianca Bienenfeld – een jonge studente met wie Beauvoir een verhouding begon, en daarna ook Sartre. Nadat ze haar hadden laten vallen kreeg Bianca een zenuwinzinking. Dat had overigens ook andere redenen. Maar toch: haar eigen vergissingen helpen Beauvoir bij het ontwikkelen van haar filosofie en ethiek.’

Wat verandert er in dit geval?

‘Terugkijkend noemde ze haar eigen handelwijze “solipsistisch”, omdat ze enkel was uitgegaan van het eerste-persoonsperspectief. Ze had te weinig nagedacht over de manier waarop ze anderen gebruikte voor haar eigen vrijheid, oordeelde ze. Dat werd een belangrijk discussiepunt tussen haar en Sartre. Ze vond dat hij niet echt een antwoord had op de nihilisten, die vrijheid te veel interpreteren als “doen wat je wilt”. In de jaren veertig raakt ze bovendien steeds meer geïnteresseerd in de manier waarop mensen beperkt worden door discriminerende wetten, maar ook door al dan niet bewust geïnternaliseerde waarden. Dit mondde uit in De tweede sekse, dat ze niet als een feministisch boek schreef, maar als een existentialistische ethiek: ze vraagt zich af hoe een mens zichzelf kan verwezenlijken, in de situatie van een vrouw.’

Tekst loopt door onder de afbeelding

De Beauvoir en Sartre in Rome, 1978, © Francois Lochon

Waarzeggers

De wederzijdse filosofische beïnvloeding tussen Beauvoir en Sartre is een intrigerende lijn in Kirkpatricks boek, en Sartre steekt vaak bleekjes bij de hoofdpersoon af. In een veelzeggende passage constateert Beauvoir droogjes dat Sartre de neiging heeft om andere denkers uitsluitend te interpreteren in overeenstemming met zijn eigen gedachten. In 1946 schrijft ze dat Sartre van niemand afhankelijk wil zijn voor zijn creativiteit, dat ‘er nooit een idee van buitenaf bij hem opkomt’ (behalve door haar natuurlijk): ‘Hij leest weinig, en als hij toevallig zin heeft om te lezen, kan elk boek hem verrukken – hij vraagt alleen dat de bedrukte pagina’s dienen als een ondersteuning voor zijn verbeelding en zijn gedachten, een beetje zoals waarzeggers die op zoek zijn naar ondersteuning voor hun visioenen.’

‘Zoals zij het zag, was Sartre niet in staat om buiten zijn eigen perspectief te stappen en zag hij daar ook de waarde niet van in,’ beschrijft Kirkpatrick. ‘In het geval van Beauvoir gold precies het omgekeerde: ze voelde weinig weerstand als ze andere manieren van denken probeerde te begrijpen. Ze doorzag de zwakke punten van verschillende standpunten en ook hoe die verder zouden kunnen worden uitgewerkt. Maar als ze op een overtuigende theorie stuitte, liet dat haar niet onveranderd: het “veranderde mijn houding tot de wereld en kleurde mijn ervaringen”.’

Zij zocht de confrontatie met andere visies die haar eigen denken onderuithaalden.

‘Zeker. Hij was een systeemdenker, hij had een bepaald beeld van de werkelijkheid en zocht andere denkers die dat beeld bevestigden. Beauvoir vond systeemdenken eigenlijk een krankzinnige bezigheid, die er vaak toe leidt dat denkers totaal voorbijgaan aan het leven in het hier en nu. Als ze schrijft dat zijzelf geen filosoof is, en Sartre wel, dan is ze zichzelf niet aan het afkraken, maar doelt ze op dit onderscheid. Ze zag zichzelf als een “subjectiviteitsdenker” – zij ging, anders dan hij, uit van de ervaring, het particuliere verloop van een leven. Maar dit soort tegenstellingen benoemden ze juist. Ik begrijp dan ook niet dat mensen beweren dat Beauvoir Sartre nooit bekritiseerde. Het was de basis van hun relatie: wederzijdse kritiek!’

En hij wilde dat net zozeer als zij?

‘Zeker. Ze wilden dat allebei. Ze deelden duidelijk niet dezelfde morele standpunten. Dat begon in de jaren veertig, al waren er ook eerder al wat meningsverschillen.’

Af en toe lijkt het alsof hij haar ideeën stal. Zijn onderscheid tussen ‘voor-zich-zijn’ en ‘voor-de-ander-zijn’ lijkt sterk op het contrast tussen de blik van binnenuit en de blik van buitenaf, waar zij al in haar studententijd over schreef.

‘Klopt, hij heeft de schijn tegen. Zij was beter in talen; ze onderwees Grieks en Latijn in de jaren voordat ze een filosofieaanstelling kreeg. Ze had in haar jeugd al Engelse literatuur gelezen, ze las volop Duits. Ze was een veel betere linguïst dan hij, ze was zorgvuldiger. Maar ze had niet de flamboyante uitstraling die Sartre had. Met die persoonlijkheid trok hij veel aandacht. En hij was óók heel getalenteerd.’

Maar stal hij nou wel of niet haar ideeën?

‘Ik denk niet dat hij van haar stal. Wat ze hadden was een bijzonder intense intellectuele vriendschap, waarin beiden ideeën op elkaar los konden laten, en elkaar konden beïnvloeden en uitdagen. Beauvoir en Sartre ontdekten dit als studenten bij elkaar, en ze wilden dat het nooit zou stoppen.’

Kunt u ook een idee noemen dat zij wellicht van hem heeft?

Er valt een lange stilte. Ze moet lachen. ‘Nee. Daar zou ik over na moeten denken…’

Sartre las volgens De Beauvoir alleen auteurs die dachten zoals hij

Aanzoek

De werkelijke relatie van Beauvoir en Sartre was in elk geval dynamischer en gelijkwaardiger dan tot nu toe vaak geschetst is. ‘Het treurige is dat het verhaal uiteindelijk toch vaak werd teruggebracht tot een romantische plot, ook al was het dan een beetje anders-dan-anders romantisch. Vriendschap tussen man en vrouw kan een van de mooiste dingen zijn in het leven. Maar als die vriendschap steeds weer ondergebracht wordt in de categorie van het erotische, dan staat dat wel heel erg in de weg bij het begrijpen van die vriendschap.’

Beauvoir en Sartre wisten juist bijna van het begin af aan dat het tussen hen niet om dat erotische draaide. Waarom gaat het dan toch zo snel mis?

‘Omdat ze een paar beslissingen hebben genomen die heel onethisch waren tegenover de andere mensen in hun leven. Het portret dat er eerder wel van geschetst is, dat het een eerlijke en waarheidminnende poly-amoureuze relatie was, weerspiegelt niet de werkelijkheid.’

Sommige van de geliefden die passeren krijgen nooit de waarheid te horen.

‘Inderdaad. Er was veel pijn en teleurstelling. Ze hadden de overtuiging dat één persoon niet alle behoeftes kan vervullen van een ander persoon. Daarnaast was Beauvoir heel kritisch over het idee van bezit. Mensen willen ideeën bezitten. En hun partners. Dat is een verlangen naar controle dat uiteindelijk onethisch is, vindt Beauvoir. Dat heeft haar veel problemen opgeleverd. Romantische problemen in de jaren dertig, die ze later erg betreurde. Haar scepsis ten aanzien van “bezit” maakt de vraag naar het “stelen van ideeën” ook zo moeilijk te beantwoorden. Omdat ze dacht dat niemand de waarheid kan bezitten. Dat is een heel actueel statement in een tijd waarin we intellectueel eigendom aan het her-evalueren zijn. Beauvoir vindt het niet zo interessant van wie een idee is. Wat haar interesseert, is of het waar is.’

Maar wat hadden haar teleurgestelde geliefden daaraan?

‘Niets, en in veel gevallen konden ze er ook niets mee. Ik citeer onder andere een brief van de studente Bianca. Beauvoir zag zichzelf als een soort mozaïek, maar voor Bianca was Beauvoir “haar leven”. Veel mensen denken dat dit liefde is, dat de ander “jouw alles” moet zijn. Maar Simone de Beauvoir vond dat geen liefde, maar “idolatrie”. Je maakt een idool van de ander, in plaats van een vrij mens, die ook nog andere ervaringen en intieme relaties kan aangaan.’

Welk moment in haar leven laat dit volgens u het best zien?

‘Het aanzoek dat haar Amerikaanse geliefde, Nelson Algren, haar deed. Ze zei nee. Hij was een belangrijk deel van haar leven, maar hij was niet haar hele leven. Ook hij had dat idee van liefde waarin hij haar “alles” zou zijn. En dat was niet een leven dat zij zou kunnen leven. Ik denk dat ze zeer gekwetst was door het aanzoek, omdat hij van haar verwachtte dat ze voor hem naar Amerika zou verhuizen. Ze voelde zich enorm verbonden met haar “situatie”, haar omgeving en cultuur; daar wilde ze nooit uit weg.’

Ze had niet het idee dat er ooit Amerikanen zouden bestaan zoals u, die haar werk door en door kennen.

‘Inderdaad. Daar kon ze zich niets bij voorstellen. Ze zegt zelfs, over Frankrijk: dit is de enige plek waar mijn werk ooit betekenis kan hebben. Ze onderschat haar eigen potentiële invloed lange tijd enorm. Sommige van haar teksten zijn intussen in het Engels beschikbaar, terwijl ze in Frankrijk nooit uitgegeven zijn.’

Toch heeft Beauvoir nog wel degelijk ruimschoots meegemaakt hoeveel impact ze had. Alleen al door de ongekend felle reacties op De tweede sekse – zowel links als rechts veroordeelde haar. Maar ook door de vele steunbetuigingen en blijken van herkenning die ze ontving. In de Bibliothèque Nationale in Parijs liggen circa 20.000 brieven van voornamelijk vrouwen aan Simone de Beauvoir.
Kirkpatrick: ‘Die collectie biedt een prachtig inkijkje in de vrouwenlevens van die tijd. Sommigen beschrijven hun gevoelens van eenzaamheid. Anderen zijn opgelucht; ze ontdekken dankzij De Beauvoir dat ze niet gek zijn of ontaard, omdat ze ontevreden waren over hun gedwongen bestaan als huisvrouw. Dit heeft Beauvoir enorm beïnvloed in de latere fases van haar leven. Want ze leefde inderdaad een relatief geprivilegieerd bestaan in Parijs, vrij van de zorgen van “gewone” Franse vrouwen. Maar ze liet zich raken, en maakte zelfs op het hoogtepunt van haar roem een uur per dag vrij om deze briefschrijfsters te antwoorden. Dat laat zien hoe belangrijk ze dit vond. Ze deelde met de klassieke filosofen de overtuiging dat filosofie mensen zou moeten helpen bij het leiden van hun leven, in een wereld vol onrecht en lijden. Ze wilde leven op een manier die overeenkwam met haar ideeën.’

Beeld: Hollandse Hoogte / Getty Images, afbeelding header: Simone de Beauvoir, Parijs, 1957, © Jack Nisberg

De Beauvoir Podcast
Luister hier de audioversie van het interview met Kate Kirkpatrich.


Simone de Beauvoir. Een leven
Kate Kirkpatrick
Ten Have
434 blz. | € 34,99