Home Existentialisme De Beauvoir en het staand plassende meisje
Existentialisme

De Beauvoir en het staand plassende meisje

Door Jannah Loontjens op 29 januari 2018

De Beauvoir en het staand plassende meisje
Cover van 02-2018
02-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

De jeugdige Jannah Loontjens besloot ooit op te geven in de wedstrijd ‘wie het verst kan plassen’. Een cruciaal moment in haar ontwikkeling, leerde ze later van Simone de Beauvoir.


Jannah Loontjens bespreekt de filosofen die haar hebben beïnvloed
Fotografie: Martin Dijkstra

Als kind woonde ik in het bos in Zweden en plaste ik vaak buiten. In de zomer urineerde ik graag op de weg – er reden zelden auto’s over de onverharde bosweg. Mijn plas vormde zich dan tot een stroompje dat over de droge aarde kronkelde, zich vertakkend langs steentjes en ribbels. Het was alsof ik naar een riviertje op een luchtfoto keek. In de winter was het leuk om je plas een gaatje in de sneeuw te zien boren. Mijn broer had minder aandacht voor het spoor van zijn urine, maar hij zat er dan ook minder dicht op – niet gehurkt vlak boven de aarde, zoals meisjes. Over de verschillen in de manier van plassen tussen mannen en vrouwen had ik nooit veel nagedacht, tot ik Simone de Beauvoirs boek De tweede sekse las.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Als jonge feminist wilde ik het eigenlijk zo min mogelijk over lichamen hebben. Mannen en vrouwen moesten gelijke kansen en rechten hebben, en voor dit streven deden de lichamelijke verschillen er niet toe. Dat je een vrouw was, lag niet zozeer aan je lijf als wel aan je rol en je positie in de samenleving. Dat had De Beauvoir ook zo treffend verwoord in haar beroemde zinsnede: ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.’

Deze uitspraak kende ik lang voordat ik ook maar iets van De Beauvoir had gelezen. Ik was dan ook zeer verbaasd, en later ook verrukt, dat ze zoveel aandacht aan het lichaam besteedde in haar filosofische magnum opus De tweede sekse. Dat boek omvat een uitvoerige analyse van de geschiedenis van de vrouw en van de mythes die ons vrouwbeeld bepalen. 

Plasstraal

Het deel dat begint met de gevleugelde woorden dat je tot ‘vrouw wordt gemaakt’, gaat over de vorming van de jonge vrouw – over de kinderjaren en jeugd waarin het meisje tot vrouw wordt opgevoed en waarin ze ontdekt dat haar lichaam verschilt van dat van de jongens. De Beauvoir beschrijft dat jongens en meisjes tot ongeveer hun twaalfde jaar even sterk zijn en zowel intellectueel als lichamelijk graag met elkaar wedijveren. Tot die leeftijd is het voornaamste verschil het geslacht, dat vooral wordt opgemerkt tijdens het plassen.

Hoewel ik plezier vond in het hurkend plassen en het volgen van het stroompje dat zich onder me vormde, kan ik me nog goed herinneren dat mijn vriendinnetjes en ik ook staand wilden kunnen plassen. Vooral om de jongens uit te dagen: wie het verst kon plassen. Wij hadden ontdekt dat je je straal vooruit kon richten als je de huid op je schaamheuvel wat omhoogtrok. Later lachten we besmuikt om deze herinnering en schaamden we ons ervoor. Het algehele opgeven van competitie met de jongens en de toenemende schaamte maken volgens De Beauvoir deel uit van een bepalende fase in de ontwikkeling van jonge vrouwen.

Jongetjes mogen hun piemeltje tonen als ze plassen, terwijl meisjes moeten hurken en hun billen en geslacht zo veel mogelijk moeten verbergen. De Beauvoir beschrijft hoe de schaamte voor het eigen geslacht bij meisjes toeneemt naarmate ze ouder worden. Vooral wanneer de puberteit aanbreekt en ze ongesteld worden – een ‘onzindelijke gebeurtenis die zich elke maand herhaalt’ en die verhult en verzwegen moet worden. Opgroeiende meisjes worden bij het aanvangen van de menstruatie kuisheid en schroomvalligheid bijgebracht; ze moeten hun ongesteldheid en alles wat zich in de schaamstreek afspeelt geheimhouden. Terwijl voor veel jongens hun penis een lichaamsdeel is waar ze trots op zijn, schrijft De Beauvoir. Niet het anatomische verschil maakt je tot een meisje, maar de gêne en de gedragscodes die je aangeleerd worden. 

Hoe diep dit verschil in de maatschappij geworteld is, bleek onlangs nog uit de aandacht die Geerte Piening kreeg toen ze een boete kreeg voor wildplassen. ‘Het gebrek aan vrouwenurinoirs laat zien dat mannen overal de norm zijn’, zei Piening in Trouw. Als vrouw hou je het maar op, het liefst zelfs zonder te tonen dat je moet plassen. De tweede sekse beschrijft de lange geschiedenis die aan deze en talloze andere ongelijkheden ten grondslag ligt. Een geschiedenis die, zo laat De Beauvoir zien, voor de vrouw gekenmerkt wordt door passiviteit en schroomvalligheid.
 

Onbenullig

Het meisje leert zich de afwachtende passieve houding van jongs af aan eigen te maken, in het rustige spelen, maar ook in romantische fantasieën en toekomstverwachtingen. ‘De jongen voelt zich, tegenover de toekomst waarin hem ongekende mogelijkheden wachten, vrij. Het meisje wordt echtgenote, moeder, grootmoeder’, schrijft De Beauvoir. ‘Zelfs wanneer het in feite de moeder is die als meesteres over het huishouden heerst, is zij gewoonlijk nog handig genoeg om op de eerste plaats rekening te houden met de wil van de vader.’

Ook komt die passiviteit tot uiting in seksuele verlangens. Het meisje verlangt ernaar door de ander aangeraakt te worden, in tegenstelling tot de jongen, die ernaar verlangt de ander vast te pakken en te penetreren. Aan de hand van voorbeelden uit de literatuur bespreekt De Beauvoir hoe de jongeman ten tonele wordt gevoerd die de wijde wereld intrekt, terwijl het meisje thuisblijft, wachtend tot een man zich aandient die de vervulling van haar leven zal zijn. In veel klassieke verhalen wint de passieve en gedweeë vrouw de liefde van de man. Terwijl de eerzuchtige en strijdlustige vrouw eenzaam en ongelukkig eindigt. Vrouwen die van zich af bijten, die lichamelijk sterk zijn, die ambitieus zijn en met mannen wedijveren, worden als ‘onvrouwelijk’ gezien. ‘De boodschap is duidelijk’, concludeert De Beauvoir, ‘vrouw-zijn betekent zich machteloos, onbenullig, passief en gedwee voordoen.’ Steeds als De Beauvoir de lichamelijke verschillen bespreekt, doet ze dit niet om het onderscheid te benadrukken, maar om aan te tonen dat biologische verschillen structureel als excuus worden gebruikt om vrouwen niet volwaardig in de maatschappij te laten meetellen. 

Gelukkig zijn deze culturele patronen in de afgelopen decennia flink verschoven, althans in het Westen. Maar er zijn ook gewoontes die bijzonder hardnekkig zijn. Het is een relatief onschuldige ongelijkheid, maar voor velen is bijvoorbeeld de aanblik van een urinerende man in een park nog altijd minder schokkend dan het ontdekken van een vrouw die gehurkt achter een bosje zit. Dingen veranderen, maar een geschiedenis van eeuwenlange ongelijkheid schud je niet zomaar van je af.