Home Historisch profiel Jean Baudrillard, de radicale mediacriticus
Historisch profiel Politiek Taal Waarheid

Jean Baudrillard, de radicale mediacriticus

De realiteit bestaat niet, dacht de Franse filosoof Jean Baudrillard (1929-2007). We leven in een door de media gevormde hyperrealiteit.

Door Maarten Meester op 20 oktober 2023

Jean Baudrillard filosoof hyperrealiteit beeld Imageselect/Horst Rudel

De realiteit bestaat niet, dacht de Franse filosoof Jean Baudrillard (1929-2007). We leven in een door de media gevormde hyperrealiteit.

Filosofie Magazine FM11 vrije wil
11-2023 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Begin 1991 staan de Verenigde Staten en hun bondgenoten klaar om de Iraakse legers uit het bezette Koeweit te verdrijven. Toch stelt de filosoof en socioloog Jean Baudrillard (1929-2007) op 4 januari dat de oorlog niet zal plaatsvinden. Als op 17 januari de eerste bommen vallen, reageert hij zoals we van een Franse postmoderne denker mogen verwachten: hoe weten we dat de oorlog wel werkelijk plaatsheeft? Nadat de Iraakse leider Saddam Hoessein zich heeft overgegeven, schrijft Baudrillard dat de oorlog nooit heeft plaatsgevonden.

Bewijst hij daarmee dat hij al het contact met de werkelijkheid heeft verloren? Een hopeloos naïeve vraag, in Baudrillards ogen. Niet alleen hij, maar de gehele westerse cultuur heeft de realiteit al geruime tijd geleden verlaten. We leven in wat hij een ‘hyperrealiteit’ noemt: we denken de werkelijkheid te kennen omdat er tekens naar haar verwijzen, maar bij nader inzien verwijzen die tekens alleen maar naar elkaar. Wat wij voor de realiteit aanzien is een simulatie, een imitatie van gebeurtenissen in een echte wereld. De realiteit zelf, het origineel, bestaat niet (meer). We zien slechts simulacra, kopieën die staan voor zaken die niet langer een origineel hebben, of dat nooit hebben gehad.

Wat zou bijvoorbeeld de echte Golf­oorlog zijn? Al voor die losbreekt hebben alle betrokken partijen een propaganda-oorlog gevoerd. Zo beschreef een Koeweitse verpleegster huilend hoe Iraakse soldaten, nadat die haar land waren binnengevallen, baby’s uit couveuses haalden, om die op de koude vloer te laten sterven. Voor de tientallen miljoenen Amerikanen die haar getuigenis op tv zagen, was duidelijk dat hun land moest ingrijpen. Alleen bleek later dat de zogenoemde verpleegster de dochter van de Koeweitse ambassadeur in de Verenigde Staten was, die tijdens en na de inval niet in haar thuisland verbleef. Dit verhaal maakte weer deel uit van een continue stroom aan informatie die de media over hun publiek uitstortten. Zelfs op de Franse skipistes was de Golfoorlog via luidsprekers te volgen, schrijft Baudrillard.

We krijgen zoveel informatie binnen dat die betekenisloos wordt

En zijn meer in het algemeen de massamedia geen zwart gat waarin de geschiedenis implodeert? Reduceren ze de gebeurtenissen niet tot makkelijk te consumeren pseudogebeurtenissen? De oorlog in Oekraïne – om een recent voorbeeld te nemen – vermengt zich in de kranten en op onze schermen met Heel Holland Bakt, reclame voor de nieuwste Volvo en het nieuws dat Kim Kardashian bijna tien kilo is afgevallen. In de film The Matrix – geënt op Baudrillards denken – zien we een eindeloze stroom enen en nullen over het lichaam van de slapende held Neo lopen. De boodschap: we krijgen zoveel informatie binnen dat die betekenisloos wordt. Wie denkt dat er sprake is van communicatie, vergist zich volgens Baudrillard: ‘Alleen vaten communiceren.’

De Franse filosoof onderschrijft daarmee de kritiek van Marshall McLuhan, bekend van de slogan ‘The medium is the message’. Maar meer dan de Canadese mediafilosoof beklemtoont hij dat de massamedia in dienst staan van de consumptiemaatschappij en verschillen tussen mensen benadrukken.

Sociale status

Baudrillard is zich, als zoon van een gendarme, die zelf weer uit een geslacht van eenvoudige boeren komt, goed bewust van sociale verschillen. Wanneer hij als eerste van zijn familie gaat studeren – Germaanse taal en literatuur aan de Sorbonne-universiteit in Parijs – staat Karl Marx hoog in aanzien onder Franse intellectuelen. Ook Baudrillard duikt diep in Marx’ werk; na zijn afstuderen zal hij zelfs werk van hem vertalen. Hij doceert in die periode aan Franse middelbare scholen en Duitse universiteiten, en publiceert in Les Temps Modernes, een tijdschrift opgericht door Simone de Beauvoir, Jean-Paul Sartre en Maurice Merleau-Ponty. Marx komt hij ook weer tegen als hij, geïnspireerd door de studentenopstanden van 1968, sociologie gaat studeren.

Baudrillard is een stuk kritischer dan de gemiddelde Franse intellectueel uit die jaren. Volgens Marx richten economen zich te veel op de gebruikswaarde van producten en veronachtzamen zij de ruilwaarde. In onze kapitalistische samenleving dient een mes niet primair om mee te snijden, maar is het vooral een ruilmiddel waarmee de producent zijn kapitaal vermeerdert. Baudrillard gaat een stap verder: in onze consumptiemaatschappij is niet de ruilwaarde, maar de tekenwaarde bepalend voor producten. Wie bijvoorbeeld voor 164 euro een Laguiole-mes van zwart buffelhoorn koopt, geeft het signaal af dat hij smaak (en geld) heeft.

Voor zijn theorie over de tekenwaarde van consumptiegoederen laat Baudrillard zich inspireren door de Zwitserse taalkundige Ferdinand de Saussure. Die onderscheidt la parole, de concrete taaluiting, van la langue, het onderliggende systeem. De uiting ‘Dit is een mes’ heeft betekenis binnen en dankzij het systeem van de Nederlandse taal. Cruciaal is dat voor Saussure die betekenis voortkomt uit verschillen: ‘Dit is een mes’ betekent iets anders dan ‘Dit is een zes’, doordat het zelfstandig naamwoord in de tweede uiting met een z begint in plaats van met een m.

De film The Matrix is geënt op Baudrillards denken

Zo danken voor Baudrillard producten hun tekenwaarde ook aan het feit dat er soortgelijke, maar toch niet volkomen identieke producten op de markt zijn. In plaats van een Laguiole-mes kunnen we bijvoorbeeld voor veel minder geld een Blokker-mes met dezelfde gebruikswaarde kopen. De verschillende messen zijn een teken van de verschillen in sociale status van de bezitters.

Oppervlakkig bekeken lijkt onze maatschappij de afgelopen eeuwen misschien gelijker te zijn geworden, maar ‘allen zijn gelijk ten opzichte van de objecten wat betreft gebruikswaarde, maar totaal niet ten opzichte van de objecten wat betreft tekens en verschillen, die ten diepste hiërarchisch zijn’. Baudrillard geeft het voorbeeld van een directeur die een werknemer ontslaat wanneer die eenzelfde auto koopt als hij. Auto’s verkleinen de afstand tussen mensen niet, maar vergroten die juist, zoals ook andere objecten dat doen. De filosoof noemt het kapitalisme ‘een monsterlijke onderneming zonder principes, punt uit’. In de negentiende eeuw heeft het kapitalisme ons in de fabrieken gedrild tot producenten. In de twintigste eeuw heeft het ons via de massamedia gedrild tot consumenten.

Disneyland

Kunnen we nog ontsnappen? Als de Wachowski-broers (inmiddels de zusters Lana en Lilly) eind twintigste eeuw The Matrix opnemen, laten zij de acteurs Baudrillards hoofdwerk Simulacres et simulation (1981) lezen. De film lijkt de conditie van de postmoderne massamediaconsument perfect weer te geven: wat mensen daarin voor de echte wereld aanzien, is een computersimulatie. In werkelijkheid zijn zij geketende slaven – de simulatie dient om hen tevreden te houden en te verhullen dat ze niet meer zijn dan energieleveranciers voor de intelligente machines die de aarde hebben overgenomen. Wel is in The Matrix verzet mogelijk, doordat de realiteit te onderscheiden valt van de simulatie. Rebellen leven buiten de simulatie in de echte wereld en strijden van daaruit met echte wapens tegen de machthebbers. En ook binnen de simulatie is verzet mogelijk, voor wie zich realiseert dat de Matrix slechts een simulatie is.

Baudrillard bekritiseert de film juist op dat laatste punt: het onderscheid tussen de realiteit en de simulatie bestaat niet. Dat heeft hij zelf ook al duidelijk gemaakt in uitgerekend Simulacres et simulation, met een fake bijbelcitaat: ‘Het simulacrum is nooit datgene wat de waarheid verbergt – het is de waarheid die verbergt dat er geen is. Het simulacrum is echt.’ Met het onderscheid ­realiteit-simulatie lijkt ook de mogelijkheid tot verzet te verdwijnen. Het verzet houdt volgens Baudrillard het systeem zelfs in stand: ‘Zoals de middeleeuwse samenleving zichzelf in evenwicht hield door God en de duivel, zo houdt de onze zich in evenwicht door de consumptie en door de afwijzing ervan.’

Even tussendoor… Meer lezen over Baudrillard en andere hedendaagse denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

De traditionele kritiek is in zijn ogen niet meer dan een verplicht nummer. De filosoof gelooft ook niet dat er ooit een goede manier van leven is geweest waarnaar we kunnen terugkeren. Verder moet hij niets hebben van linkse intellectuelen die de Verenigde Staten als de grote boeman neerzetten: ‘Ik zal nooit iemand een neerbuigend of minachtend oordeel over Amerika vergeven (…). Alsof de Amerikaniteit vandaag de dag niet elke samenleving, elke natie, elk individu doordringt.’ Sinds 1970 komt Baudrillard – inmiddels docent op Franse universiteiten – graag en veel in de Verenigde Staten, waar hij ook gaat doceren. Hij lijkt zich daar te verlustigen aan wat in zijn ogen één groot Disneyland is, waarbij het echte Disneyland slechts dient om dit in veler ogen onaangename feit te verhullen.

Manipulatie

Tot zijn dood in 2007 verbreedt Baudrillards kritiek op de consumptiemaatschappij en de massamedia zich steeds meer tot een analyse van de westerse omgang met het object. Met technologie – dingen als het wiel en de computer – hebben wij de wereld willen overheersen. Maar het omgekeerde is gebeurd: de objecten hebben zich gewroken en zijn ons gaan domineren. Ze manipuleren ons, zonder dat wij vat op ze kunnen krijgen – denk aan de smartphone.

Volgens Baudrillard moeten we daarom afscheid nemen van de ‘subject­filosofie’, die aanneemt dat het rationele en autonome individu heerst over een wereld van objecten. ‘De enige mogelijke strategie is die van het object.’ Zijn ‘objectfilosofie’ leidt tot teksten waarin de argumentatie het steeds meer verliest van de evocatie. Baudrillard stelt zich steeds meer op als een medium dat iets wil oproepen, in plaats van als een traditionele filosoof die iets rationeel wil bewijzen. De Vlaamse Baudrillard-kenner Philippe Lepers spreekt zelfs van een ‘mystiek van het Object’. Ook met de camera die hij in 1981 in Japan cadeau krijgt, probeert de filosoof de objecten zelf te laten spreken. ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen – maar men kan erover zwijgen met beelden.’

De massamedia zijn een zwart gat waarin de geschiedenis implodeert

Als het object de leiding heeft, moet de mens zijn strategie ook aanpassen, binnen de beperkte mogelijkheden die hij heeft. In plaats van tot mislukken gedoemde pogingen te ondernemen om zelf weer de macht in handen te krijgen, moeten we ons laten verleiden door de objecten en het spel meespelen. De grote massa lijkt dat beter te begrijpen dan de intellectuelen. ‘De helden van de consumptie zijn moe’, maar maken optimaal gebruik van de enige macht die hun nog rest: de ‘macht (…) om niets te willen’. De massa verzet zich passief. Ze helpt het systeem van de objecten zichzelf te gronde te richten via excessen als kanker, obesitas, drugsgebruik, computervirussen, aids, terrorisme en auto-ongelukken.

‘Het enige plezier op aarde is om de dingen zich in een catastrofe te zien ontwikkelen,’ schrijft Baudrillard. Misschien is zijn latere werk nog het best te begrijpen als provocatie. Zoals hij zelf zegt: ‘Alles wat ik beweer heeft geen waarde op zich. Alles hangt af van het antwoord.’