Home Niet-westerse filosofie Ik besta omdat wij bestaan | recensie
Niet-westerse filosofie

Ik besta omdat wij bestaan | recensie

Door Michiel Leezenberg op 19 februari 2026

vrouw Afrikaanse filosofie
Filosofie Magazine hoe denken we dat dieren denken
03-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Afrikaanse filosofie heeft een heel eigen karakter, laten Pius Mosima en Henk Haenen zien in een belangrijk overzichtswerk.

De laatste jaren neemt de belangstelling voor Afrikaanse filosofie gestaag toe. De pionier op dit gebied was in Nederland de Duitser Heinz Kimmerle (1930-2016), maar zijn Mazungumzo (1995) is alleen nog antiquarisch verkrijgbaar. Kimmerle wilde geen autoriteit zijn, maar streefde naar een interculturele filosofie die gebaseerd en gericht is op dialoog. Hij was een leermeester en persoonlijke vriend van Pius Mosima en Henk Haenen, de auteurs van het overzichtswerk Afrikaanse filosofie. Voortbouwend op de Afrikaanse dialoogtraditie en op hun inspiratiebron Kimmerle, hebben Mosima en Haenen dit boek nadrukkelijk in samenspraak geschreven. Ze streven expliciet naar een dialoog tussen het Afrikaanse en het westerse denken. Die blijft in het boek een beetje onuitgewerkt, maar lezers kunnen dat eerder als een uitnodiging dan als een tekortkoming opvatten.

Wil je dit artikel verder lezen?

Sluit een abonnement af op Filosofie Magazine voor slechts 4,99 per maand en krijg toegang tot dit artikel én de duizenden andere diepgaande filosofische artikelen. Luister nu ook alle nieuwe artikelen als audio.
Word abonnee en lees verder > Al abonnee? Log dan in en lees (of luister) verder.

Ubuntu

Wanneer je het over de geschiedenis, cultuur, politiek of filosofie van hedendaags Afrika wil hebben, ontkom je niet aan de immense gevolgen van het kolonialisme en de daarmee gepaard gaande marginalisering, om niet te zeggen verontmenselijking, van de Afrikaanse bevolking. Maar Mosima en Haenen willen de Afrikaanse filosofie juist niet als een dekolonisatiefilosofie presenteren: de Afrikaanse filosofie is niet zozeer reactief, betogen ze, maar vormt een zelfstandige traditie met haar eigen inheemse kenmerken.

Een eerste kenmerk is oraliteit. De Afrikaanse filosofie wordt vooral mondeling beoefend, niet op schrift. Daardoor is het Afrikaanse denken ook wel omschreven als sage philosophy, een filosofie van wijzen. Dat mondelinge karakter speelt ook in het debat rond etnofilosofie, dat een aanzienlijk deel van het boek bestrijkt. Auteurs als Placide Tempels en Henry Odera Oruka hebben geprobeerd een eigen Afrikaanse manier van denken te distilleren uit de grammaticale structuur van talen en uit de tradities van bijvoorbeeld spreekwoorden en mythen. Sommigen vieren deze etnofilosofie als bewijs van het oorspronkelijke filosofische karakter van het Afrikaanse denken; anderen, zoals de modernist Paulin Hountondji, bekritiseren haar als paternalistisch en te zeer gericht op traditie. Mosima en Haenen proberen recht te doen aan de verschillende posities in dit debat, maar hun eigen sympathie lijkt bij de verdedigers van etnofilosofie te liggen.

Het tweede centrale kenmerk is de leer van ubuntu, volgens filosofen als Mogobe Ramose de ontologische en kentheoretische basis van de Afrikaanse filosofie. Tegenover René Descartes‘ individualistische (zo niet solipsistische) ‘Ik denk, dus ik besta‘ plaatst ubuntu ‘Ik besta, omdat wij bestaan’. Het denkende individu staat in deze visie niet los van de natuurlijke wereld en de samenleving. Integendeel, je wordt pas mens wanneer je de menselijkheid van anderen erkent en daarnaar handelt. Dit past goed bij het idee van een oorspronkelijk Afrikaans communitarisme, dat na de dekolonisatie door sommigen werd gezien als een basis voor een socialistische economie. Volgens critici zoals Michael Onyebuchi Eze laat zo’n communitarisme echter te weinig ruimte voor individuele keuzevrijheid binnen een gemeenschap.

Woekeren

Mosima en Haenen streven er niet alleen naar het ‘authentieke karakter van Afrikaans levensbesef en denken’ te bewaren, ze benadrukken ook het therapeutische karakter van deze traditie. Afrikaanse filosofie, betogen ze, ‘kan een tegenkracht worden voor ontbindingsverschijnselen van mens, samenleving en natuur die op het Afrikaanse continent zelf woekeren’.

Al wijzen Mosima en Haenen herhaaldelijk op langere ontwikkelingen in het Afrikaanse denken, toch beperkt hun boek zich tot hedendaagse filosofie. Daarmee vormt het een mooie aanvulling op Peter Adamsons en Chike Jeffers’ recente overzicht Africana philosophy (2025), dat juist in de negentiende eeuw eindigt. Wel draagt deze keuze het risico dat argeloze lezers de Afrikaanse denktraditie als een tijdloos, ‘zuiver Afrikaans’ en onveranderlijk geheel gaan beschouwen, wat geen recht doet aan de dynamiek ervan. Niet alleen ontbreken voormoderne Afrikaanse denkers als Ibn Khaldun en Zera Yaqoub hier, het is ook niet duidelijk hoe de antiek-Egyptische wijsheidstraditie en de denkers van de islamitische rijken in Afrika in dit betoog passen. Ook blijft het een open vraag in hoeverre de inheemse denktradities zelf veranderen in het neoliberale heden. Maar zulke kanttekeningen doen weinig af aan het belang van dit boek, dat voor een groter publiek de rijkdommen van de Afrikaanse filosofie helpt ontsluiten.

Afrikaanse filosofie
Pius Mosima en Henk Haenen
Noordboek
428 blz.
€ 34,90

Loginmenu afsluiten