Home Niet-westerse filosofie Afrikaanse filosofie? Die bestaat niet
Niet-westerse filosofie

Afrikaanse filosofie? Die bestaat niet

Door Alexandra van Ditmars op 03 februari 2020

Afrikaanse filosofie? Die bestaat niet
Cover van 02-2020
02-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

De scherpe denker Paulin Hountondji verzet zich tegen het idee dat er zoiets bestaat als Afrikaanse filosofie. Ook ubuntu, populair in het Westen, is niet typisch Afrikaans.

De Beninese filosoof Paulin Hountondji (1942) vindt het maar koud in Nederland. Aan het begin van het gesprek excuseert hij zich; hij gaat nog even naar zijn kamer om een jasje en sjaal te pakken. Als hij de lobby van zijn Amsterdamse hotel weer binnenloopt, vertelt hij lachend over zijn eerste bezoek aan Nederland, in 1994. Hountondji was uitgenodigd door de Universiteit van Groningen om te spreken over zijn expertise: Afrikaanse filosofie. Maar hij had niet op sneeuw en kou gerekend. Tegen de tijd dat hij zijn hotel bereikte, waren zijn zomerschoenen doorweekt en liep hij soppend naar binnen, een spoor van water achterlatend.

Bij zijn tweede bezoek aan Nederland, in 1999, was hij beter voorbereid. Die keer ging hij naar het Paleis op de Dam, om de Prins Claus Prijs in ontvangst te nemen. Die wordt jaarlijks uitgereikt aan personen die hebben laten zien dat ze een bepaald thema progressief benaderen. ‘Ruimtes van vrijheid creëren’ was dat jaar het thema, en het was Hountondji op het lijf geschreven: al decennia bestrijdt hij stereotiepe beelden van Afrikanen en mengt hij zich actief in discussies over Afrika en Afrikaanse filosofie. Daarbij waarschuwt hij altijd voor tunnelvisie, en benadrukt hij dat het belangrijk is vrij te kunnen denken.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


Hountondji is een van de belangrijkste Afrikaanse filosofen van deze tijd. Hij studeerde aan de prestigieuze École normale supérieure in Parijs, waar de Franse filosoof Jacques Derrida (1930-2004) een van zijn leraren was. De Afrikaanse denker staat bekend als scherp en bevlogen. Zijn uitgesproken mening over wat er op filosofisch gebied moet gebeuren in Afrika leverde hem vrienden en vijanden op. Hij was onlangs kort in Nederland, om de uitreiking van de Prins Claus Prijs van 2019 bij te wonen en om enkele lezingen te geven.

Hountondji’s bekendste boek is African Philosophy: Myth and Reality (1983, Franse originele versie 1976). Het is bekroond met internationale prijzen en wordt soms al een klassieker genoemd. Alhoewel na dit boek vele andere publicaties volgden, krijgt dit werk nog altijd verreweg de meeste aandacht. Erg vindt Hountondji dat niet: ‘Dit boek is nog net zo relevant als in de jaren zeventig.

‘Waarom zouden Afrikaanse volkeren allemaal spiritueel zijn?’

Het fundamentele idee achter mijn filosofie is nog altijd hetzelfde: pas op dat je niet slechts oog hebt voor één denktraditie. Dat geldt in twee richtingen. Ga niet denken dat een bepaalde groep mensen allemaal hetzelfde denkt. En hoed je ervoor dat je vastroest in één manier van denken, zonder oog te hebben voor andere manieren – dan zet je jezelf in intellectuele zin gevangen.’
 

Waarom hebt u dit boek geschreven?

‘Het eerste hoofdstuk schreef ik toen ik nog een filosofiestudent was in Parijs. Zoals overal, zowel in Afrika als in het Westen, was het eigenlijk een studie westerse filosofie. We leerden niks over Afrikaanse denkers. Toen hoorde ik over een boek dat over Afrikaanse filosofie zou gaan: Bantoe-filosofie (1945) van de Belgische missionaris Placide Tempels.’ Tot de Bantoes behoren honderden volkeren in Centraal- en zuidelijk Afrika. ‘Ik had hoge verwachtingen van dat boek, maar het viel enorm tegen. De inhoud was onvergelijkbaar met wat in het Westen filosofie wordt genoemd. De westerse filosofie bestaat uit allerlei verschillende denkers die op elkaars gedachtegoed reageren. Maar dit boek gaf een homogene visie weer. Dat is geen ware filosofie, maar etnofilosofie: de Afrikaanse filosofie wordt gezien als een aantal gedeelde overtuigingen. Filosofie is dan geen activiteit van het individu, maar een collectieve wereldbeschouwing, die losstaat van de westerse filosofie. Vanuit deze teleurstelling ben ik gaan schrijven.’
 

Dat leverde een behoorlijk kritisch werk op.

‘Ik verzet me tegen het idee dat er zoiets bestaat als één vastomlijnde Afrikaanse filosofie, terwijl vaak wel gedaan wordt alsof dat het geval is.’ Tempels schreef dat Bantoes geloven dat de wereld bestaat uit een vitale kracht, die de onzichtbare werkelijkheid vormt van alles wat bestaat. Niet de dingen zouden voor hen centraal staan, maar deze kracht, die aanwezig is in elke steen, plant, dier, mens en geest. ‘Terwijl er nergens op dewereld een gemeenschap bestaat waarin iedereen het met elkaar eens is. Waarom zouden Afrikaanse volkeren dan ineens allemaal spiritueel zijn, en ook nog eens op dezelfde manier? Natuurlijk is er sprake van bepaalde culturele gebruiken en dominante visies. Maar die moeten niet worden gepresenteerd als iets waar iedereen in gelooft. En al helemaal niet als filosofie – daarvoor is intellectuele diversiteit van belang.’
 

Toch wordt Tempels’ boek als baanbrekend gezien voor het westerse denken over Afrika. Hij zette een complex Afrikaans gedachtegoed uiteen, in een tijd waarin Afrikaanse volkeren werden weggezet als primitief.

‘Dat is waar, maar tegelijkertijd deed hij hetzelfde als de mensen die er racistische denkbeelden op nahielden, die geen oog hebben voor de complexiteit en diversiteit van deze groepen. In beide gevallen is er sprake van een vooroordeel. Dat een vooroordeel positief is, maakt het nog niet juist. Het is onterecht en betuttelend om Afrikaanse volkeren te romantiseren of te generaliseren. We moeten ons de Afrikaanse filosofie niet voorstellen als een rijtje gezamenlijke levensovertuigingen. Alsof Afrika geen kritische denkers heeft.

Afrikaanse filosofie bestaat simpelweg uit de filosofische teksten die geproduceerd zijn door Afrikaanse mensen. Ze hoeven niet over Afrika of Afrikaans denken te gaan. Dat lijkt me heel vanzelfsprekend, maar toch is er telkens weer sprake van etnofilosofie. Zo zijn er in de jaren vijftig, zestig en zeventig ook boeken verschenen over de zijnsfilosofie van mensen in Rwanda, de manier van denken van de Yoruba-stam en de morele filosofie van de Wolof-bevolking in Senegal.’
 

Hebt u ook een hedendaags voorbeeld?

‘Momenteel krijgt de ubuntu-filosofie veel aandacht in westerse landen. Vaak wordt die gepresenteerd als “wat het Westen kan leren van Afrika”.’

De ubuntu-filosofie wordt samengevat als ‘een mens is een mens omdat er anderen zijn’ of ‘ik ben, omdat wij zijn’. Deze uitspraken kunnen gezien worden als het tegendeel van de beroemde uitspraak ‘ik denk, dus ik ben’ van de Franse filosoof René Descartes. Descartes stelde het rationele, verlichte individu centraal; in ubuntu draait het juist om de gemeenschap. Ubuntu benadrukt dat we slechts mens zijn via de humaniteit van andere mensen: we leren van elkaars verschillen, worden gevormd door ontmoetingen en gesprekken met elkaar, en maken op die manier elkaar. Ons ‘zijn’ is vanuit die optiek een geschenk dat we aan elkaar te danken hebben, niet aan onze hersenen. 

‘Een individu in zo’n gemeenschap zou nooit eenzaam zijn. En kinderen hebben er niet slechts twee ouders, maar een heel dorp vol ouders. Het is een mooi denkbeeld, maar wie denkt dat iedere Afrikaan in ubuntu gelooft, idealiseert de Afrikaanse cultuur. Het zou natuurlijk heel goed zijn als iedereen ubuntu naleefde. Helaas is dat niet het geval. Het ubuntu-wereldbeeld is wellicht dominant in bepaalde Afrikaanse gebieden, maar dat betekent niet dat iedere Afrikaan een gemeenschapsmens is. Pas daarom op voordat je iets bestempelt als “Afrikaanse filosofie”.’
 

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er aandacht komt voor die diversiteit in denken?

‘Allereerst moet je beseffen dat je veel stemmen nooit hoort. Neem bijvoorbeeld de begrafenis van koning Ghezo in Benin, halverwege de negentiende eeuw. Hij had enorm veel vrouwen, en velen van hen werden na zijn dood levend met hem begraven. Het idee was dat ze hem zo in het hiernamaals ook nog konden dienen. De dominante visie destijds was dat dit een goed idee was. Maar ga er niet vanuit dat iedereen in Benin het vroeger een goed idee vond om mensen levend te begraven. Zo weten we niet wat de moeders van deze prinsessen hierover dachten. Zij waren niet in de positie om hun mening duidelijk hoorbaar te maken, maar ik kan me goed voorstellen dat die flink afweek van de norm. Achter hun precieze denkbeelden komen we waarschijnlijk nooit meer; in hun eigen tijd werd al niet naar hen geluisterd.

‘Westerse filosofen hebben veelracistische onzin over Afrikaanse mensen verspreid’

Ook hebben we weinig idee van de intellectuele debatten die hebben plaatsgevonden in prekoloniaal Afrika, of de mythen die er werden verteld. Veel ervan werden enkel oraal overgeleverd – niet schriftelijk, zoals in veel westerse landen wel gebeurde. Daarnaast brak er een periode aan waarin Afrikanen tot slaven gemaakt werden, en werd gesteld dat ze niet in staat waren om te filosoferen. Een groot deel van de Afrikaanse filosofie en mythen is verloren gegaan, of er zijn slechts wat fragmenten bewaard gebleven.
De vraag is: hoe kunnen we deze denkgeschiedenis herontdekken? Wellicht zijn er toch wat schriftelijke bronnen te vinden, of leven er nog mensen die de verhalen van hun voorouders hebben gehoord. Er moet enorm veel werk verzet worden om dat oude gedachtegoed terug te halen. Maar als we de werkelijke geschiedenis van de filosofie willen kennen, in plaats van enkel de westerse geschiedenis, is dit nodig.’
 

Moet er ook iets gebeuren met de westerse filosofie?

‘We moeten vooral niet bang zijn om grote westerse denkers – zoals Kant, Hegel, Hume, Descartes – te blijven lezen, zowel in Afrika als in het Westen. Maar we moeten onze ogen er niet voor sluiten dat veel westerse filosofen racistische onzin over Afrikaanse mensen hebben verspreid. Zo schreef Hume over de“natuurlijke inferioriteit” van zwarten, citeerde Kant Hume weer, en zei Hegel dat het zwarte continent niet werkelijk deelnam aan de menselijke geschiedenis. We moeten vervolgens ook inzien dat deze denkers niets over Afrika wisten, dat ze van niemand tegenspraak kregen, dat ze leefden in heel andere tijden. Op deze manier “deconstrueer” je hun gedachtegoed.’
 

‘Deconstructie’ is een woord dat vooral bekend is geworden dankzij Derrida, een van uw voormalige leraren. Bent u door hem geïnspireerd?

‘Ik waardeer Derrida zeer, zowel zijn werk als zijn persoonlijkheid. We hebben na mijn studietijd altijd contact gehouden. Maar hij spreekt veel meer over deconstructie dan ik, en gebruikt het concept ook anders.’

Derrida wilde met zijn deconstructie aantonen dat mensen vaak buitensporig loyaal zijn aan een bepaald idee, terwijl in het tegendeel daarvan ook aspecten van de waarheid liggen. Vaak wordt ons denken gekleurd door een bepaalde voorkeur, zegt hij, die ongerechtvaardigd is. Bijvoorbeeld door rede boven passie te plaatsen, (lange tijd) mannelijkheid boven vrouwelijkheid, winst boven vrijgevigheid, hoge cultuur boven lage cultuur. Zo’n voorkeur zorgt er volgens Derrida voor dat je blind wordt voor de waarde van de – in jouw ogen – ‘mindere kant’. In zijn werk deconstrueerde hij dit soort tegenstellingen, in de hoop dat men zou inzien dat beide kanten elkaar nodig hebben.

‘Dat is niet dezelfde deconstructie als die ik bepleit, maar de achterliggende gedachte ervan komt wel overeen met de kern van mijn werk: pas op dat je niet alleen maar oog hebt voor één kant van een verhaal, traditie of filosofie. Gun jezelf de intellectuele vrijheid om met een open blik naar de werkelijkheid te kijken.’


Paulin Hountondji. African Philosophy as Critical Universalism.
Franziska Dübgen
Stefan Skupien
Palgrave Pivot
192 blz. | € 63,99 (hardcover) € 49,99 (e-book)

Beeld Anastasya Eliseeva/New Frame