Home Niet-westerse filosofie Mogobe Ramose: ‘Ubuntu kan de mens uit een westerse slaap wekken’
Niet-westerse filosofie

Mogobe Ramose: ‘Ubuntu kan de mens uit een westerse slaap wekken’

Door Alexandra van Ditmars op 04 januari 2018

Mogobe Ramose: ‘Ubuntu kan de mens uit een westerse slaap wekken’
Cover van 01-2018
01-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

Een mens wordt pas echt mens door verbinding met anderen, volgens de Afrikaanse ubuntu-filosofie. Het klassieke werk hierover is eindelijk in het Nederlands verschenen als Ubuntu. Stroom van het bestaan als levensfilosofie, geschreven door de filosoof Mogobe Ramose.

Ik ben omdat wij zijn. Menselijk worden door anderen. Filosofie van de verzoening. Het woord ‘ubuntu’, een belangrijk concept in de Afrikaanse traditie, kent vele benamingen. Politiek leider Nelson Mandela, de man die ubuntu wereldwijde faam bezorgde, verwoordde het als ‘het diepe Afrikaanse besef dat we slechts mens zijn via de humaniteit van andere mensen’. Maar, benadrukte Mandela daarbij, dat betekent niet dat ubuntu een plaatselijk fenomeen is. Integendeel zelfs: het Westen kan er nog flink wat van leren.

Het klassieke werk over ubuntu verscheen onlangs in het Nederlands als Ubuntu. Stroom van het bestaan als levensfilosofie, en vormt een goede aanleiding om die lessen in praktijk te brengen. Het boek is geschreven door de Zuid-Afrikaanse filosoof Mogobe Ramose (1950), hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Zuid-Afrika in Pretoria.

Tekst loopt door onder afbeelding

Vanuit ubuntu is het bestaan een continue stroom, waarin alles steeds een balans zoekt. En waarin je pas werkelijk mens wordt door de verbindingen met de mensen om je heen. Dat klinkt wellicht wat vaag, maar juist vanwege de dynamiek ervan laat het begrip zich niet zo gemakkelijk in definities vangen. Een voorbeeld werkt daarom beter. Om terug te komen op Mandela: kijk naar hoe hij zijn gevangenschap onderging.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Zesentwintig jaar zat Mandela in de gevangenis vanwege zijn strijd tegen de apartheid. Zijn cel was klein en koud, het regime van de bewakers bruut. Genoeg redenen om verbitterd te raken, niets van de bewakers te willen weten en je tijd uit te zitten. Maar Mandela liet zich nooit leiden door dergelijke negativiteit. Hij wilde in gesprek met zijn bewakers, leerde hun taal, bracht begrip op voor hun eigen geschiedenis. Daarmee verraste hij later de blanke machthebbers positief. En dat is typisch ubuntu: door open te staan voor anderen is het mogelijk samen tot verandering te komen.

Bloedtransfusie

Interactie, relaties tussen mensen onderling, toewijding – dat is waar deze filosofie, die in veel landen ten zuiden van de Sahara een levensoriëntatie is, om draait. Daarmee kun je samen een betere wereld scheppen, is het idee, zowel op het gebied van politiek, religie en recht als wat onze omgang met de aarde en elkaar betreft. Telkens komt daarbij het besef van een fundamentele medemenselijkheid terug. In de woorden van Ramose: ‘Mens zijn is je menselijkheid bevestigen door de menselijkheid van anderen te erkennen, en op grond daarvan menselijke relaties met anderen aangaan.’

Simpelweg ‘mens zijn’ is dus niet genoeg. ‘Je krijgt de opdracht – ja, als het ware het bevel, om daadwerkelijk een mens te worden.’ Het gaat erom te bewijzen dat je de belichaming bent van ubuntu. En dat betekent inzien dat het bloed dat door jouw aderen stroomt hetzelfde bloed is als dat van de rest van de mensheid. Ramose schrijft over het inzicht dat mensen zozeer één zijn dat er bloedtransfusie kan plaatsvinden tussen verschillende culturen. Over het besef dat ‘de pijnstiller die hunne koninklijke hoogheden gebruiken’ met precies hetzelfde doel door de eenvoudige landman wordt geslikt. En over het belang van altijd willen leren van elkaars positie – let wel: dat is iets anders dan het met elkaar eens zijn.

Even wennen is het wel, dit Afrikaanse eenheidsdenken. In de inleiding schrijft de Nederlandse ubuntu-expert Henk Haenen over hoe Ramose naar een nieuwe grammatica zoekt, waar een andere denkstructuur uit voortvloeit. ‘Voor de westerse mens is dit even knipperen met de ogen.’

Westerse wake-up call

Zoals de grote filosoof Immanuel Kant en andere westerse denkers de mens tegenover de natuur plaatsen, zo staat die volgens de ubuntu-filosofie daar juist middenin, legt Haenen uit. Bij deze Afrikaanse denktraditie luidt de basisvraag: wie is de mens? Dat vormt een behoorlijk contrast met de beroemde vier vragen van Kant: wat kan ik weten? wat moet ik doen? wat mag ik hopen?, die met z’n drietjes resulteren in de hamvraag: wat is de mens? Bij ubuntu draait het juist om de antropologische vraag, om het ‘wie’, niet om het ‘wat’. ‘De mens als geheel komt als eerste in beeld.’

Die mens staat daarbij in levendige verbinding met zijn omgeving, de natuur en de kosmos. Ubuntu kan de mens ‘uit een westerse slaap wekken’, is ‘een wake-up call’ om al te vanzelfsprekende opvattingen over leven, mens en maatschappij eens vanuit een andere hoek te bekijken, schrijft Haenen.

Vertrouwde westerse tegenstellingen worden in het boek zonder pardon verbroken. Individu en collectief? Dat zijn in ubuntu twee handen op één buik. Door als individu de connectie aan te gaan met je omgeving, wordt je eigen identiteit bevestigd en bekrachtigd. Gesprekken, ervaringen en uitwisseling van gedachten zijn wat ons vormt, waardoor anderen cruciaal zijn voor onze persoonlijkheid. En met die persoonlijkheid begeven we ons weer in de gemeenschap. Individu en collectief zijn daarmee interactief, tot in de kern met elkaar verbonden.

Of neem ‘zijn’ en ‘worden’. Een onterechte tegenstelling, volgens Ramose. ‘Zijn en Worden kunnen niet tegenover elkaar worden gesteld; ze duiden twee samenhangende aspecten van de werkelijkheid aan.’ Het ‘wordende zijn’ wordt in onze taal telkens uit elkaar gehaald, het is het een of het ander. Terwijl het juist een onophoudelijke stroom van beweging in onze wereld aanduidt, die door deze talige splitsing wordt verdraaid. Hoe zou de werkelijkheid eruitzien als het ‘wordende zijn’ helemaal niet gefragmenteerd was, vraagt Ramose zich af.

Wie zich openstelt voor ubuntu, kan weleens heel anders naar bepaalde idealen gaan kijken. Zo klinkt ‘multicultureel’ velen als nastrevenswaardig in de oren. Maar ook ‘multi’ duidt weer op fragmentatie, op cultureel naast elkaar bestaan. ‘Intercultureel geeft een ubuntu-perspectief aan’, schrijft Haenen. Daarbij gaat het niet zoals bij ‘multi’ om elkaar tolereren, het zich naast elkaar te bewegen, maar om ‘het streven om er als maatschappelijke groepen “samen uit te komen”, via dialoog, via discussie en via actieve interesse in elkaars waardepatronen’.

Ubuntu laat zien dat de werkelijkheid weleens heel anders kan zijn dan vaak gedacht. Dat alles misschien wat minder vaststaat en wat meer in beweging is dan dat het lijkt. En dat mensen in de westerse wereld soms zomaar vergeten om mens te zijn.