Home Filosoof, hoe moet ik leven?

Filosoof, hoe moet ik leven?

Door Michel Dijkstra op 31 januari 2012

Cover van 02-2012
02-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

Op de afgezaagde vraag naar de zin van het bestaan geeft filosoof Gerard Visser een verrassend fris antwoord.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Eind 2001 kreeg filosoof Gerard Visser op de universiteit bezoek van twee studentes. Ze vroegen hem om een lezing te houden voor de christelijke studentenverenigingen in Leiden: ‘Wij hebben gehoord dat u iets kunt vertellen over de zin van het leven!’ Visser schoot in de lach en zei dat hij dat niet zeker wist. Van een filosoof hoef je niet te verwachten dat hij je vertelt hoe je moet leven!
In het titelessay van de onlangs verschenen bundel Water dat zich laat oversteken gaat Visser alsnog op deze oervraag van de wijsbegeerte in. Dat getuigt van lef, want wat valt er nog toe te voegen aan de onmetelijke stapel literatuur over de zin van het leven? Vissers kiest voor een bijzondere benadering: in plaats van de vraag rechtstreeks te beantwoorden reflecteert hij op de formulering. Hierbij laat hij zich niet alleen inspireren door de hermeneutiek van Dilthey en de fenomenologie van Heidegger, maar ook door het gedachtegoed van de dertiende-eeuwse wijsgeer en mysticus Meister Eckhart. Deze laatste figuur was eveneens de belangrijkste inspiratiebron van zijn vorig jaar verschenen studie Gelatenheid.

Brug
Visser stelt dat de vraag naar de zin van het leven doorgaans op een doelmatige manier wordt beantwoord. Net als een brug, die bestaat om het water over te steken, moet ook het leven een doel hebben. De vraag is echter of we het leven als iets doelmatigs moeten opvatten. Volgens Visser ligt deze visie weliswaar diep in het westerse denken verankerd, maar bestaat er wellicht een alternatief. De doelmatige opvatting van het leven stamt uit het denken van Aristoteles, die stelt dat alles naar zijn voltooiing streeft. In de Middeleeuwen werd het levensdoel van de mens door een strenge religieuze en feodale maatschappij bepaald, maar in de moderne tijd krijgt hij de vrijheid ‘om zijn leven in te richten naar zijn eigen smaak’.
Vanaf dat moment wordt de mens een soort manager van zijn eigen subjectiviteit: hij wil zoveel mogelijk aangename of spannende dingen beleven. Hierbij wordt hij geholpen door de vrije markt, die zijn wensen wil realiseren als hij er voldoende voor betaalt. Volgens Visser gaat achter deze jacht op belevenissen een innerlijke leegte schuil: de vraag naar de zin van het leven blijft onverminderd knagen. Hij stelt dat er een radicaal andere manier is om met deze kwestie om te gaan. De Franse surrealistische dichter René Char toont hier een glimp van in zijn regel ‘De kinderen en de wijzen weten dat niet de brug bestaat, alleen water dat zich laat oversteken’. In zijn leven kan de mens vele doelen nastreven, maar het feit dat hij dit kan doen – zijn leven – wordt veroorzaakt door iets veel groters.
Wie zo nadenkt, krijgt een andere visie op de zin van het bestaan. Visser: ‘We vragen niet meer naar het doel van het leven, maar naar een dimensie die ons doet leven. Het gaat dan niet meer om een doel dat ons voor ogen staat, laat staan een resultaat dat wij bereiken. Wij kunnen dat niet en hoeven dat ook niet – wat ons laat leven is zo onuitputtelijk als water.’ Deze visie, die de zin van het leven niet versmalt tot een doel maar juist wil openhouden en maant tot bescheidenheid ten opzichte van het mysterie van het bestaan, is een verademing in onze moderne consumptiemaatschappij. Bovendien beantwoordt zij de meest uitgesleten filosofische vraag met een nieuw, fris geluid.