Waar wind je je over op, vroeg iemand. Ik moest even nadenken. ‘Dat iedereen hamert op het belang van de dialoog, maar niemand die in de praktijk voert,’ antwoordde ik. ‘Omdat veel mensen niet weten hoe het moet. Dialoog is een zondagsbegrip – het klinkt goed, maar bijna niemand weet wat het concreet inhoudt.’
Ik verkondig het al jaren, als een roepende in de woestijn. En dat zal wel zo blijven. De meeste mensen zijn ervan overtuigd dat ze goed in staat zijn dialogen te voeren. Alleen willen anderen niet naar hen luisteren. Dus wat heeft het dan voor zin?
Zelfs de specialisten, de filosofen van het gesprek en het levende woord – Foucault, Habermas, Apel – voerden zelf geen dialogen. Laat staan dat ze studenten opleidden in dialectiek, de kunst van het voeren van gesprekken, het ambacht van de socratische filosoof. Nee, ze gaven college over de theorie van ‘het discours’, over wat communicatief handelen is, over wat in de ideale gesprekssituatie rationeel aanvaardbaar is. Ze oreerden over waarheid als grond van de dialoog en dialoog als grond van de waarheid. Het ging hen niet om het teweegbrengen van reflectie in de praktijk, maar om het analyseren van machtsverhoudingen.
Wat zou er dan moeten gebeuren? We zouden al een heel eind verder zijn als we leidinggevenden enkele praktische beginselen van de dialoog bijbrengen. Zoals het verschil in de gesprekshouding die je aanneemt tijdens probleemoplossing versus ideeontwikkeling, discussies versus onderzoeksgesprekken, een kwestie op zich versus de kwestie voor jou, zenden versus je verplaatsen, vragen stellen versus alleen antwoorden geven. Veel machtige, hooggeleerde en statusgevoelige mensen en hun omgevingen zouden ervan opknappen.
Je kunt ook nog een stap verder gaan en mensen in een leiderschapspositie – zij die de verantwoordelijkheid hebben om een visie te ontwikkelen en een gedegen idee over wat ‘het goede leven’ is – een aantal veelgebruikte instrumenten uit de gereedschapskist van de socraticus leren hanteren. Zoals de begripsverkenning, de heilzame verwarring, de vruchtbare tegenspraak, de methodiek van oordeelsvorming. Plus de begripssplitsing, het ervaringsonderzoek, het samenvoegen tot een kernbegrip. Kortom, een aantal geavanceerde technieken die horen bij de kunst van dialogen voeren.
Zulke mensen zouden standaard moeten worden getraind in dialectiek. Dat was ook het ideaal van Socrates. ‘Zolang er geen mensen aan het hoofd van onze gemeenschap komen te staan die bereid zijn aan filosofie te doen, of degenen die nu voorgangers zijn zich niet diepgaand met filosofie bezighouden, zodat er een integratie ontstaat van zorg voor de gemeenschap en filosofie, zolang zal er geen einde komen aan het ongeluk in onze gemeenschap, beste Glaucon, en misschien wel niet aan dat van de mensen in het algemeen,’ zegt hij in Politeia.
Het inzicht is 2500 jaar oud en geldt nog steeds.

