Emmanuel Levinas "Het gelaat toont het idee van oneindigheid"

"Het is niet jij die de wereld een plaats geeft, maar het is de Ander, die jou aanspreekt, appelleert en jou een plaats geeft"

Emmanuel Levinas is één van de grootste denkers in de naoorlogse periode van de twintigste eeuw. Zijn ethische filosofie is geïnspireerd door zijn ervaring als frans militair in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks zijn joodse afkomst heeft hij zijn krijgsgevangenschap in Duitsland overleefd. Levinas sloot zich niet af voor de gruweldaden die zich daar voltrokken, ze spoorden hem juist aan tot een pleidooi voor een betere en humane omgang tussen mensen.

Volgens Levinas is de medemens niet slechts een ander persoon, maar verschijnt als een vreemde ander. Om het overstijgende anders-zijn van de ander te benadrukken schrijft hij de Ander herhaaldelijk opzettelijk met een hoofdletter. De Ander is geen object waar ik gebruik van kan maken. Volgens Levinas verschijnt de Ander – hij spreekt van ‘het gelaat van de Ander’ – als ontoegankelijk schepsel dat een appèl doet op mijn verantwoordelijkheid. Deze gedachte, verkondigd in Levinas’ hoofdwerk Totaliteit en Oneindigheid (1961), heeft artsen, maatschappelijk werkers en verpleegkundigen geïnspireerd hun patiënten op een meer zorgzame en respectvolle te behandelen.

Door de Ander centraal te stellen, zet Levinas zich af tegen een filosofische traditie die zich voornamelijk richt op het ego. Sinds Descartes ligt het zwaartepunt in de filosofie bij het denkende subject, het cogito. Dit subject wil en verlangt het één en ander van zijn omgeving. In de heerschappij van het subject is er geen plek meer voor een werkelijk ethische verhouding met de Ander. Hoewel Duitse filosoof Martin Heidegger zijn geestelijke voorvader is, verwijt Levinas Heidegger deze filosofische blinde vlek.

VIDEO'S

Interview met Levinas