Home Niet-westerse filosofie Deze taoïst vertelt hoe we ons ware ik worden
Niet-westerse filosofie

Deze taoïst vertelt hoe we ons ware ik worden

Door The School of Life op 29 maart 2017

Deze taoïst vertelt hoe we ons ware ik worden
Cover van 04-2017
04-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Als ik loslaat wie ik ben, word ik wie ik zou kunnen zijn.’ Daoïsme en wu wei volgens de Chinese filosoof Lao Tsu.

Er is in feite weinig bekend over de Chinese filosoof Lao Tsu (soms ook Laozi of Lao Tse genoemd), een vooraanstaand figuur in het daoïsme (ook als ‘taoïsme’ vertaald), een spirituele praktijk die nog steeds populair is. Hij zou in de zesde eeuw voor Christus rapporteur zijn geweest aan het hof van de Centraal-Chinese Zhou-dynastie, en een oudere tijdgenoot van Confucius. Dit zou kunnen kloppen, maar het zou ook kunnen dat hij een mythisch figuur was, zoals Homerus in de westerse cultuur. Het is in elk geval zeer onwaarschijnlijk dat hij verwekt werd toen zijn moeder een vallende ster zag (zoals sommige legenden beweren), dat hij als oude man met lange oorlellen werd geboren, of dat hij 990 jaar werd.

Tekst loopt door onder afbeelding

Illustratie: Maartje de Sonnaville

Lao Tsu zou op een gegeven moment genoeg hebben gehad van het leven aan het hof van de Zhou-dynastie, omdat dat moreel steeds corrupter werd. Dus vertrok hij en reed op een waterbuffel naar de westelijke grens van het Chinese Rijk. Hoewel hij als boer gekleed was, werd hij door de grenswachter herkend, die hem vroeg zijn wijsheden op te schrijven. Volgens deze legende werd wat hij opschreef de heilige tekst Tao Te Ching. Na die geschreven te hebben, zou Lao Tsu de grens zijn overgestoken en uit de geschiedenis zijn verdwenen, misschien omdat hij een kluizenaar werd. In werkelijkheid is de Tao Te Ching waarschijnlijk een compilatie van het werk van vele schrijvers door de jaren heen. Maar de verhalen over Lao Tsu en de Tao Te Ching worden al tweeduizend jaar door verschillende filosofische Chinese scholen doorgegeven en zijn in de loop van de tijd steeds mooier gemaakt.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Er zijn tegenwoordig minstens 20 miljoen, misschien zelfs een half miljard daoïsten op de wereld, vooral in China en Taiwan. Ze mediteren, zingen heilige teksten en vereren verschillende goden en godinnen in tempels die geleid worden door een priester. Daoïsten maken ook pelgrimstochten naar vijf heilige bergen in het Oosten van China, waar ze bidden in tempels en de spirituele energie die van deze heilige plekken uitgaat – ze zouden beheerd worden door onsterfelijken – in zich opnemen.
 

Confucius

Het daoïsme is nauw verwant met andere filosofische stromingen, zoals het confucianisme en het boeddhisme. Veel mensen geloven dat Confucius een leerling was van Lao Tsu. Ook geloven velen dat toen Lao Tsu verdween, hij naar India en Nepal reisde en daar lesgaf of de Boeddha werd. De confucianisten respecteren Lao Tsu tot op de dag van vandaag als een groot filosoof en proberen veel van zijn lessen op te volgen. 

Tekst loop door onder afbeelding

Illustratie: Maartje de Sonnaville

Er is een verhaal over de drie grote spiritueel leiders van Azië (Lao Tsu, Confucius en de Boeddha), waarin ze alle drie azijn moesten proeven. Confucius vond het zuur, net zoals hij vond dat de wereld vol ontaarde mensen was, en de Boeddha vond het bitter, zoals hij vond dat de wereld grotendeels uit lijden bestond. Maar Lao Tsu vond de azijn zoet van smaak. Dat is veelzeggend, omdat de filosofie van Lao Tsu naar de ogenschijnlijke disharmonie in de wereld kijkt en daar een door de dao (tao) bepaalde onderliggende harmonie in ziet.

De Tao Te Ching lijkt in sommige opzichten op de Bijbel: het boek geeft (soms vage en voor meerdere interpretaties vatbare) instructies over hoe je een goed leven moet leiden. Het beschrijft de dao of de ‘weg’ in de wereld, die ook het pad naar deugdzaamheid, geluk en harmonie is. Deze weg is van zichzelf niet moeilijk of verwarrend. Lao Tsu schreef: ‘De grote dao is zeer gelijkmatig, maar de mensen nemen graag zijwegen.’ Volgens Lao Tsu is het probleem met deugdzaamheid niet dat die moeilijk of onnatuurlijk is, maar dat we ons ertegen verzetten het pad te volgen dat ons de meeste voldoening kan schenken. 
 

Wu wei

Om de dao te volgen, moeten we meer doen dan er alleen over lezen of nadenken. We moeten wu wei (‘vloeiende’ of ‘moeiteloze handeling’) leren, een soort doelbewuste acceptatie van de dao, en daarmee in harmonie leven. Dit lijkt misschien hoogdravend en bizar, maar de meeste suggesties van Lao Tsu zijn eigenlijk heel simpel.

Tekst loopt door onder afbeelding

Illustratie: Maartje de Sonnaville

Ten eerste moeten we meer tijd nemen voor kalmte. ‘Het hele universum geeft zich over,’ zei Lao Tsu, ‘aan de geest die kalm is.’ We moeten onze strakke agenda’s, zorgen en ingewikkelde gedachten een tijdje loslaten en de wereld gewoon ervaren. We haasten ons vaak van de ene plaats naar de andere in het leven, maar Lao Tsu herinnert ons eraan dat ‘de natuur zich niet haast, maar toch alles tot stand wordt gebracht’.

Het is vooral belangrijk dat we beseffen dat sommige dingen – rouwen, wijzer worden, een nieuwe relatie krijgen – gebeuren als de tijd daar rijp voor is, net als het verkleuren van bladeren of het uitlopen van bloembollen. Wanneer we kalm en geduldig zijn, moeten we ook openstaan. ‘Het nut van een pot is dat hij leeg is’, zei Lao Tsu. ‘Maak jezelf helemaal leeg. Laat je geest kalmeren.’ Als we het te druk hebben, ons te veel zorgen maken of te veel ambitie hebben, ontgaan ons duizenden momenten in het menselijk bestaan die ons van nature worden gegeven. We moeten ons bewust zijn van de weerkaatsing van het licht op de golven in een vijver, van hoe andere mensen eruitzien wanneer ze lachen, van het gevoel van de wind in onze haren. Deze ervaringen herstellen de verbinding met delen van onszelf.
 

Ware ik

Dit is een andere belangrijke les van Lao Tsu’s geschriften: we moeten in contact staan met ons ware ik. We maken ons veel zorgen over wie we zouden moeten worden, maar we moeten de tijd nemen om te zijn wie we in ons hart al zijn. Zo ontdekken we misschien dat we van nature vrijgevig zijn, of speels, iets wat we vergeten waren. Ons ware ik wordt vaak in de weg gestaan door ons ego en is te vinden door ons open te stellen voor de wereld om ons heen, in plaats van ons te richten op een innerlijk beeld dat te kritisch en te ambitieus is. ‘Als ik loslaat wie ik ben,’ schreef Lao Tsu, ‘word ik wie ik zou kunnen zijn.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Illustratie: Maartje de Sonnaville

Wat is op het gebied van filosofie het beste boek dat je kunt lezen? Wat Lao Tsu betrof was het geen drukwerk (of beschreven rol perkament), maar het ‘boek’ van de natuur. De natuur, en dan vooral de rotsen, het water, de stenen, de bomen en de wolken, biedt ons voortdurend verstandige lessen over wijsheid en kalmte. Het enige wat we moeten doen is er wat meer aandacht aan schenken. Wat Lao Tsu betrof komt veel van wat er mis is met ons voort uit onze nalatigheid om ‘in overeenstemming met de natuur’ te leven. Onze jaloezie, woede, onze manische ambitie en ons gefrustreerde gevoel van ergens recht op hebben komen allemaal voort uit het feit dat we niet leven zoals dat volgens de natuur zou moeten. 

De ‘natuur’ heeft natuurlijk veel verschillende kanten, en afhankelijk van je invalshoek kun je er bijna alles in zien wat je wilt. Maar toen Lao Tsu het over de natuur had, dacht hij aan heel bepaalde aspecten ervan; hij richtte zich op enkele principes die hij erin zag, die als we ze vaker zouden overnemen in ons leven, ons zouden helpen rust en voldoening te vinden. Lao Tsu vergeleek verschillende aspecten van de natuur met verschillende deugden. Hij zei: ‘De beste mensen zijn als water, waar alles baat bij vindt en dat hen niet tegenwerkt. Het vloeit naar laaggelegen plekken die anderen afwijzen. Daarom lijkt het zoveel op de Weg (dao).’ Elk onderdeel van de natuur herinnert ons aan een eigenschap die we bewonderen en zouden moeten koesteren in onszelf: de kracht van de bergen, de veerkracht van de bomen, de vrolijkheid van de bloemen. 

Het daoïsme adviseert ons bomen als voorbeeld van een groot uithoudingsvermogen te zien. Ze worden voortdurend gekweld door de elementen, maar omdat ze een ideale mengeling van soepelheid en veerkracht vormen, reageren ze zonder de stijfheid en afweer die ons zo eigen zijn, waardoor ze vaak beter dan wij overleven en gedijen. Bomen zijn ook een toonbeeld van geduld, want ze doorstaan lange dagen en nachten zonder te klagen; ze passen zich aan aan de langzame overgang van het ene seizoen in het andere; ze worden niet boos in een storm en verlangen er niet naar hun plaats te verlaten om een onbezonnen reis te gaan maken; ze hebben er vrede mee hun lange slanke vingers meters ver van de grootste bladeren, die het regenwater opvangen, en de stam diep in de vochtige aarde te houden. 

Een andere favoriete bron van daoïstische wijsheid is water, want dat is zacht en vriendelijk, maar als het genoeg tijd krijgt, is het krachtig genoeg om steen van vorm te doen veranderen. We zouden het geduld en doorzettingsvermogen van water kunnen betrachten wanneer we met bepaalde familieleden of frustrerende situaties op het werk te maken hebben. De daoïstische filosofie heeft tot een richting in de
Chinese landschapsschilderkunst geleid die nog steeds bewonderd wordt, omdat die ons op de deugden van de natuur wijst.

Het lijkt in zekere zin vreemd te beweren dat ons karakter beter wordt in de nabijheid van een waterval of een berg, een naaldboom of speenkruid: elementen die geen zorgen hebben en die dus ogenschijnlijk geen bepaald gedrag kunnen aanmoedigen of controleren. Maar onbezielde elementen kunnen toch van invloed zijn op mensen die erbij in de buurt zijn – om op de hoeksteen te komen van Lao Tsu’s pleidooi voor het positieve effect van de natuur. Natuurlijke elementen kunnen ons zekere waarden ingeven – bergen: waardigheid; naaldbomen: vastberadenheid; bloemen: vriendelijkheid – en ons daarom tot bepaalde deugden aanzetten. 

Het idee dat het aanschouwen van de natuur een bron van inzicht en rust is, is in theorie bekend, maar dat vergeten we gemakkelijk, omdat we het als vanzelfsprekend beschouwen en nooit de tijd nemen erover na te denken. Ons hoofd zit vaak vol nutteloze stellingen en ideeën, dingen die zich in onze verbeelding hebben gewurmd en zorgen veroorzaken, waardoor ze het leven moeilijker voor ons maken. Bijvoorbeeld: ‘Heb de moed om je dromen achterna te gaan’,‘Sluit nooit compromissen’ en ‘Vecht tot je gewonnen hebt’. Deze ideeën kunnen (in sommige gevallen) als een soort gif fungeren, waarvoor de woorden van Lao Tsu – in combinatie met de natuur – het ideale tegengif vormen. De natuur heeft geen haast, maar toch wordt alles tot stand gebracht. Het leven is een reeks natuurlijke en spontane veranderingen. Verzet je er niet tegen. Dat veroorzaakt alleen maar verdriet.
 

Kalmerend

De woorden van Lao Tsu brengen ons in een bepaalde stemming; ze zijn kalmerend, geruststellend en vriendelijk. Hoewel we het vaak moeilijk vinden deze gemoedstoestand vast te houden, is deze heel nuttig voor allerlei opgaven waarvoor we ons in het leven gesteld zien: ervoor zorgen dat de kinderen ’s ochtends naar school gaan, je haar grijs zien worden, het grotere talent van een rivaal accepteren, beseffen dat je huwelijk nooit gemakkelijk zal zijn… Wees tevreden met wat je hebt. Geniet van de dingen zoals ze zijn. Het zou niet goed zijn Lao Tsu’s uitspraken in alle gevallen letterlijk te nemen. Het zou dom zijn om met alles blij te zijn (een middelmatige eerste versie van iets, een auto-ongeluk, onterechte gevangenneming, een gewelddadige steekpartij…). Maar wat hij zegt is in bepaalde gevallen heel nuttig: wanneer je kind een andere kijk op het leven heeft, die desalniettemin van een onverwacht inzicht getuigt; wanneer je niet bent uitgenodigd, maar de kans hebt om thuis te blijven en voor de verandering over je eigen ideeën kunt nadenken; wanneer je een fijne fiets hebt, ook al is hij niet van glasvezel gemaakt. 

We weten dat de natuur goed is voor ons lichaam. Lao Tsu’s bijdrage is echter dat hij ons eraan herinnert dat de natuur ook een bron van filosofische wijsheid is, van lessen die een bepaalde indruk op ons kunnen maken, omdat die ons via onze ogen en oren bereiken in plaats van via ons verstand. Er zijn natuurlijk zaken die moeten worden aangepakt en er zijn momenten waarop je ambitieus moet zijn, maar het werk van Lao Tsu is ook voor niet-daoïsten van belang, vooral in de moderne wereld, waarin we worden afgeleid door de technologie en gericht zijn op ogenschijnlijk voortdurende, plotselinge en heftige veranderingen. Zijn woorden gelden als een herinnering aan het belang van kalmte, openheid en verzoening met de onvermijdelijke kracht van de natuur.