Home Filosofie en literatuur De verwondering bloeit onverminderd in Italo Calvino’s meesterwerk ‘Palomar’ | recensie
Filosofie en literatuur

De verwondering bloeit onverminderd in Italo Calvino’s meesterwerk ‘Palomar’ | recensie

Door Ira Pronk op 1 oktober 2026

schrijver Italo Calvino auteur van Palomar op een fiets
Italo Calvino (1923-1985)
Filosofie Magazine Bestaan wonderen alleen als je erin gelooft?
10-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine

Palomar is een aanrader voor iedereen bij wie de filosofische nieuwsgierigheid ooit met verbazing begon, schrijft recensent Ira Pronk.

Wat bedoelen merels als ze zingen? Kun je jezelf waarnemen? En hoe voelt het om tijdens je leven dood te zijn? In de literaire klassieker Palomar van de Italiaanse schrijver Italo Calvino (1923-1985) probeert het hoofdpersonage, meneer Palomar, steeds nét iets meer van de wereld te zien, te ervaren of te begrijpen. Telkens loopt die poging vast. Hij stuit op paradoxen die zich niet laten oplossen en druipt vervolgens af – nog altijd even nieuwsgierig. In zevenentwintig korte, poëtische vignetten onderzoekt hij alles wat zijn aandacht trekt, van de betekenis van taal tot de vreemdheid van planeten.

Palomar is een van de verrassendste boeken die ik in lange tijd heb gelezen. De nerveuze en innemende meneer Palomar duikt nog geregeld op in mijn gedachten. Het boek heeft me anders leren kijken en opnieuw laten nadenken over wat filosofie eigenlijk de moeite waard maakt.

Lees dit artikel verder

Voor € 6,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

Golven

Het openingsverhaal, ‘Een golf lezen’, zet meteen de toon. Meneer Palomar staat op het strand en kijkt naar de golven die opkomen, groeien, van vorm veranderen en uiteenvallen. Omdat hij niet van ‘vage gewaarwordingen’ houdt, besluit hij één enkele golf nauwkeurig waar te nemen. Maar elke golf waarop hij zijn aandacht richt, wordt ingehaald of overspoeld door een andere. Bekijkt hij een golf in de breedte, dan blijkt het onmogelijk vast te stellen waar die begint en ophoudt. Uiteindelijk probeert hij in gedachten een vierkant in zee af te bakenen waarbinnen hij één golf kan isoleren. Ook dat mislukt. Calvino besluit: ‘Meneer Palomar verwijdert zich langs het strand, even gespannen als hij was gekomen en nog minder zeker van alles.’

Zelden las ik iets dat tegelijkertijd zo grappig, monter en toegankelijk is én zo diepgaand. Palomars vergeefse poging om één golf te onderscheiden, zegt iets over onze verhouding tot de wereld: we worden overspoeld door indrukken en proberen die vervolgens met begrippen, grenzen en categorieën hanteerbaar te maken. Alleen trekt de werkelijkheid zich daar meestal weinig van aan.

Het denken kan de werkelijkheid niet overmeesteren

Palomar staat te boek als een ‘filosofische roman’ en leest ook zo. Sommige verhalen – zoals ‘De wereld kijkt naar de wereld’ – zijn vrijwel puur denken, pure fenomenologie. Toch valt op hoezeer dit boek verschilt van wat we doorgaans tot filosofische romans rekenen, zoals Walging van Jean-Paul Sartre of De gebroeders Karamazov van Fjodor Dostojevski. Filosofische romans zijn vaak ideeënromans, waarin grote thema’s als sterfelijkheid, schoonheid of schuld worden onderzocht. Palomar daarentegen eindigt eigenlijk altijd een idee armer dan voordat hij begon te denken.

Telkens opnieuw geboren

In het nawoord schrijft dichter Roelof ten Napel dat Calvino Palomar als zijn dagboek beschouwde: Palomars gedachten, gevoelens en ervaringen zijn variaties op Calvino’s eigen binnenwereld. Veel locaties en situaties uit het boek zijn terug te voeren op het leven van de schrijver. Wat Calvino daarbij dreef, wordt mooi zichtbaar in zijn essay ‘The written and the unwritten world’, dat in een gelijknamige bundel is gepubliceerd. Calvino beschrijft daarin hoe hij afwisselend in twee werelden leeft: de geschreven en de ongeschreven wereld. In de geschreven wereld voelt Calvino zich thuis. Daar komt betekenis volgens overzichtelijke regels tot stand en blijft de werkelijkheid in zekere zin hanteerbaar. ‘Maar me in de echte wereld begeven,’ schrijft Calvino, ‘staat telkens weer gelijk aan het herhalen van het trauma van de geboorte.’

Meneer Palomar blijft zich – als een kind – over die echte, ongeschreven wereld verbazen. Waar veel filosofie uiteindelijk naar inzicht streeft, staat in Palomar juist onwetendheid centraal. In dat opzicht deed het boek me denken aan de Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven (1928-2001). Voor hem betekende filosoferen: de werkelijkheid liefhebben, en dus ontzag houden voor haar onbevattelijkheid. Het denken kan de werkelijkheid nooit volledig overmeesteren, dacht Verhoeven. Meneer Palomar probeert dat telkens toch. Precies daarin zit de humor en de tragiek van het boek: zijn denken is onvermoeibaar, maar de wereld blijft hem steeds een stap voor.

Dat type filosofie – waarin denken je niet noodzakelijk dichter bij een antwoord brengt, maar wel dichter bij het mysterie van de werkelijkheid – kom ik niet vaak tegen in filosofische romans en is ook in filosofische non-fictie zeldzaam. En als ik het tegenkom, dan zelden zo fantasierijk als bij Calvino. Palomar is een aanrader voor iedereen bij wie de filosofische nieuwsgierigheid ooit met verbazing begon.

Palomar
Italo Calvino
vert. Henny Vlot, nawoord Roelof ten Napel

Cossee
144 blz.
€ 21,99

Loginmenu afsluiten