Home Filosofie en literatuur Klassieker Calvino: kunnen we voorbij de oppervlakte kijken?
Filosofie en literatuur

Klassieker Calvino: kunnen we voorbij de oppervlakte kijken?

Door Roelof ten Napel op 31 juli 2026

Italo Calvino auteur van Palomar
Filosofie Magazine 8 2026 Hoe gevaarlijk is denken
08-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
In Palomar laat Italo Calvino zijn verteller met subtiele observaties op zoek gaan naar de betekenissen van golven, giraffes en gazons.

Laat ik in de geest van Italo Calvino openen met een alledaagse scène en vooral, in de geest van Palomar, met het beschrijven hoe die scène in gedachten ontstaat.

Ik stel me voor dat ik met een vriendin in een café zit, en direct vult mijn verbeelding zich met allerlei ongekozen details. We zitten niet op losse stoelen maar in een nis op een halfronde bank, ik zie de zachte verlichting aan de muren, de vloer hapert tussen rood tapijt, groen tapijt en hout. Wanneer ik doorkrijg uit welk café mijn voorstellingsvermogen de meeste details aan het stelen is, begin ik met bijsturen. Ik voeg andere elementen toe, waarvan ik er sommige onmiddellijk weer moet intrekken omdat ze niet werken, het café dat door de combinatie ontstaat stoot me af: ook in mijn verbeelding wil ik er niet zitten.

Lees dit artikel verder

Voor € 4,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

Roelof ten Napel (1993) is schrijver, dichter en essayist. Voor zijn dichtbundel Dagen in huis ontving hij De Grote Poëzieprijs 2022. Hij is kunst- en literatuurcriticus voor De Groene Amsterdammer en columnist voor Filosofie Magazine.

Ik hoef niet het hele interieur in kaart te brengen voordat ik de scène in gang zet; zoals in een droom doemt alles op zodra het nodig is en verandert alles wat niet meer past. Het perspectief, dat op een neutraal punt in de ruimte hing, verspringt naar een belichaamde plek op de bank, en meteen begin ik iets te voelen van hoe mijn onderarmen tegen de tafel leunen, waarop ik spontaan een paar leeggedronken glazen zie staan.

In de loop van het gesprek vraagt de verzonnen vriendin of ik nog iets interessants aan het lezen ben. Palomar, zeg ik, van Italo Calvino. Haar uitdrukking suggereert, hoewel ik die maar troebel zie, dat ze wel eens van Calvino heeft gehoord, maar het boek verder niet kent. Op dat moment heeft de fantasie geen andere uitweg: ze vraagt, zoals iedereen dan vraagt, waar het boek over gaat.

Maar ik weet niet eens wat voor boek het überhaupt is, laat staan dat ik het verhaal kan samenvatten. Is het een roman, zoals we vaak maar zeggen? Toen het verscheen, kreeg het boek geen genre mee.

Wat vond Calvino zelf? Hij had het over oefeningen in het beschrijven, over een soort essayistisch proza dat ergens tussen fabels en kleine prozagedichten in zat. Een boek dat zich ‘vaker binnen dan buiten de perken van de fictie’ begaf. Als hij in brieven naar Palomar verwees, ging het niet over een roman, maar noemde hij het opvallend vaak een dagboek.

Het ontstond in de tweede helft van de jaren zeventig als een reeks losse stukken in de kranten Corriere della Sera en Repubblica. Misschien heeft het ook daardoor wel iets weg van twee boeken van de Franse filosoof Roland Barthes, die beide uit losstaande fragmenten bestaan waarin steeds een houding of gedachtegang wordt ontleed. In Mythologieën kijkt Barthes naar de manier waarop Fransen over hun eigen cultuur fantaseren, en in Het rijk van de tekens naar hoe hij zelf, als buitenstaander, gaat fantaseren over een utopische cultuur nadat hij een reis heeft gemaakt door Japan. Nadat Barthes overleed, haalde Calvino dat tweede boek aan in zijn in memoriam, en de beschrijving die hij daar gaf kun je moeiteloos voor Palomar gebruiken: een boek dat vol staat ‘van de meest subtiele observaties’.

Waar Barthes vooral keek naar de culturele en historische wortels van onze fantasieën, gaat Calvino’s aandacht uit naar de kloof tussen ervaring en taal. ‘Hoe kun je iets lezen dat niet geschreven is, zoals de golven van de zee?’

De stukken die Calvino niet in Palomar opnam, werden heruitgegeven als essays. Het is geen slecht antwoord op de ingebeelde vraag van de verzonnen vriendin in het café: Palomar is een bundel met essays over alledaagse observaties, geschreven vanuit een fictieve hoofdpersoon. Calvino maakt gebruik van zijn eigen omgeving, ook Palomar woont in Rome en Parijs, zonder dat het boek echt autobiografisch wordt. Het is eerder omgekeerd, de fictieve hoofdpersoon stelt Calvino in staat om allerlei gedachtegangen te overwegen zonder zich te hoeven storen aan de vraag of hij er zelf in gelooft. Een soort suspension of disbelief naar zijn eigen beleving, die uitmondt in korte, fictieve essays over hoe je iets zou kunnen zien.

In plaats van al die context zou ik de vriendin ook een alinea uit het boek kunnen laten lezen: ‘Zo redeneren de vogels, of tenminste zo redeneert meneer Palomar die zich voorstelt dat hij een vogel is. “Alleen nadat je de oppervlakte der dingen hebt leren kennen – concludeert hij – kun je doordringen tot dat wat eronder ligt. Maar de oppervlakte der dingen is onuitputtelijk.”’ Daar zit, op een onwijs geconcentreerde manier, alles van Palomar in.

Dit is een bewerkt fragment uit het nawoord van Roelof ten Napel bij het boek Palomar van Italo Calvino, dat op 12 juni 2026 is verschenen bij Cossee.

Palomar
Italo Calvino
vert. Henny Vlot, nawoord Roelof ten Napel

Cossee
144 blz.
€ 21,99

Loginmenu afsluiten