Home Filosofie en literatuur Fragment Calvino: hoe lees je een golf?
Filosofie en literatuur

Fragment Calvino: hoe lees je een golf?

Door Italo Calvino op 31 juli 2026

zee met golven golf
beeld Gurdain Bharj/Unsplash
Filosofie Magazine 8 2026 Hoe gevaarlijk is denken
08-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Meneer Palomar probeert simpelweg naar een golf te kijken. Maar waar begint en eindigt deze?

De zee vertoont nauwelijks een rimpeling en kleine golfjes slaan op het zanderige strand. Meneer Palomar staat op het strand en kijkt naar een golf. Het is niet zo dat hij in gedachten verzonken de golven beschouwt. Hij is niet in gedachten verzonken, want hij weet goed wat hij doet: hij wil naar een golf kijken en kijkt ernaar. Hij is niet beschouwend, want voor beschouwing is het juiste karakter nodig, een juiste geestesgesteldheid en een juiste samenloop van omstandigheden: en hoewel meneer Palomar in principe niets tegen beschouwing heeft, wordt in zijn geval aan geen van deze drie voorwaarden voldaan. Uiteindelijk wil hij niet kijken naar ‘de golven’, maar naar één enkele golf en niet meer: daar hij vage gewaarwordingen wil vermijden, houdt hij bij alles wat hij doet een nauwkeurig begrensd object voor ogen.

Meneer Palomar ziet in de verte een golf opkomen, groeien, naderbij komen, van vorm en kleur veranderen, omslaan, breken, verdwijnen, terugvloeien. Op dit moment zou hij zichzelf ervan kunnen overtuigen dat hij datgene wat hij zich had voorgenomen te doen tot een goed einde heeft gebracht, en kunnen weggaan. Maar één golf isoleren en haar scheiden van de golf die er onmiddellijk op volgt en die haar voor zich uit lijkt te duwen en haar soms inhaalt en overspoelt, is erg moeilijk; net als haar scheiden van de golf die haar voorgaat en die haar achter zich aan naar het strand lijkt te trekken, om zich daarna juist misschien tegen haar te keren als om haar een halt toe te roepen. Als je verder iedere golfslag in de breedte bekijkt, evenwijdig aan de kust, is het moeilijk om vast te stellen tot waar de zich voortbewegende golfkam zich ononderbroken uitstrekt en waar deze zich afscheidt en splitst in zelfstandige golven, met verschillende snelheid, vorm, kracht en richting.

Lees dit artikel verder

Voor € 4,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

Kortom, je kunt geen golf observeren zonder rekening te houden met de ingewikkelde omstandigheden die gezamenlijk aan haar vorming bijdragen en met de even ingewikkelde omstandigheden die zij weer veroorzaakt. Deze omstandigheden verschillen doorlopend, waardoor een golf altijd anders is dan een andere golf; maar het is ook waar dat elke golf gelijk is aan een andere golf, ook als zij er niet direct aan voorafgaat of erop volgt; kortom er zijn vormen en reeksen die zichzelf herhalen, ook al zijn ze onregelmatig verdeeld over de ruimte en de tijd. Aangezien het op dit moment Palomars bedoeling is om eenvoudigweg een golf te zien, dat wil zeggen om alle onderdelen te vatten die haar tegelijkertijd vormen zonder er één te verwaarlozen, zal zijn blik blijven rusten op de beweging van het water dat op het strand slaat zolang hij elementen kan waarnemen die hij nog niet eerder heeft opgemerkt. Zodra hij merkt dat de beelden zich herhalen, weet hij dat hij alles heeft gezien wat hij wilde zien en kan hij ophouden.

Nerveus van aard, levend in een jachtige, overvolle wereld, heeft meneer Palomar de neiging zijn relaties met de buitenwereld te beperken, en om zich voor een algehele zenuwinstorting te behoeden probeert hij zijn gevoelens zoveel mogelijk onder controle te houden.

Italo Calvino (1923-1985) was een Italiaanse schrijver en essayist. Zijn vroegere werk was meer fabelachtig, terwijl hij in latere werken zoals Als op een winternacht een reiziger en Palomar fragmentarischer schrijft. Calvino’s verhalen hebben vaak een filosofische toon, waarbij hij onder meer werd geïnspireerd door de Franse filosoof Roland Barthes.

De voortrollende golftop verheft zich op één punt meer dan elders en daar begint hij een witte rand te krijgen. Als dat gebeurt op zekere afstand van het strand, heeft het schuim de tijd zichzelf te ­overspoelen en te worden opgeslokt, om daarna meteen weer in alles door te dringen, ditmaal opkomend uit de diepte, als een wit tapijt dat het strand op rolt, om de golf die eraan komt te verwelkomen. Echter, net als je verwacht dat de golf op het tapijt rolt, merk je dat de golf er niet meer is, maar alleen het tapijt, en ook dit verdwijnt snel, wordt een glinstering van nat zand die zich vlug terugtrekt, alsof zij wordt teruggedrongen door het droge, doffe zand dat zich uitbreidt en zijn golvende grens verlegt.

Tegelijkertijd moet je de terugwijkende punten van de kop in ogenschouw nemen, waar de golf zich splitst in twee vleugels, één die van rechts naar links de richting van het strand uit gaat, en de ander van links naar rechts, en de plaats waar zij uit elkaar beginnen te lopen of waar zij samenkomen is dit punt in het negatieve. Het volgt de voortrollende vleugels, maar blijft er noodgedwongen bij achter, onderworpen aan hun overlappende beweging, totdat het wordt ingehaald door een andere, sterkere golf die echter hetzelfde probleem heeft van uiteenlopende of samenkomende vleugels, en dan door een nog sterkere die de knoop ontbindt en hem stukslaat.

Zich modellerend naar het patroon van de golven, strekken nauwelijks waarneembare uitlopers van het strand zich uit in het water; ze zetten zich voort in zandbanken onder water, net hoe de stromingen ze bij ieder getijde vormen en weer doen verdwijnen. Een van deze lage zandtongen heeft meneer Palomar uitgekozen om te observeren, omdat de golven er van beide kanten schuin tegenaan rollen, over het half ondergelopen oppervlak heen stromen en dan de golven ontmoeten die van de andere kant komen. Dus om te begrijpen hoe een golf in elkaar zit, moet je rekening houden met deze krachten in tegengestelde richtingen die elkaar in zekere mate opheffen en elkaar in zekere mate versterken, en die ervoor zorgen dat alle krachten en tegenkrachten uiteindelijk teniet worden gedaan in het altijd weer uitvloeiende schuim.

Meneer Palomar probeert nu zijn observatiegebied te beperken; als hij een vierkant in gedachten houdt van ongeveer tien meter strand bij tien meter zee, kan hij een inventaris opmaken van alle golfbewegingen die zich daar met verschillende frequentie herhalen binnen een gegeven tijdsspanne. Het moeilijke is om de grenzen van dit vierkant vast te leggen, want wanneer hij bijvoorbeeld de lijn van een voortrollende golf beschouwt als de kant die het verst van hem vandaan ligt, onttrekt deze lijn in haar naderbij komende en opgaande beweging alles wat erachter ligt aan zijn blik; en zo krimpt de bestudeerde ruimte in en wordt tegelijkertijd verpletterd.

Hoe dan ook, meneer Palomar verliest de moed niet en hij gelooft telkens dat hij erin is geslaagd alles te zien wat hij kon zien vanuit zijn waarnemingspunt, maar dan doet zich steeds weer iets voor waarmee hij geen rekening had gehouden. Als hij niet zo ongeduldig was geweest om een compleet en definitief resultaat te willen behalen met dit kijkwerk, dan zou het aanschouwen van de golven een zeer ontspannende oefening voor hem zijn en zou het hem kunnen behoeden voor zenuwcrises, hartaanvallen en maagzweren. En misschien zou het de sleutel kunnen zijn tot de beheersing van de complexe structuur van de wereld, haar terugbrengend tot het meest simpele mechanisme.

Maar iedere poging om tot een definitie van dit model te komen krijgt te maken met een lange golf die loodrecht op de brekers komt aanrollen, evenwijdig aan de kust, en die een ononderbroken, nauwelijks oprijzende kam voortstuwt. De vooruitspringende golven die naar de oever bruisen verstoren de gelijkmatige beweging van deze compacte kuif niet, die hen snijdt met een loodrechte hoek terwijl het onduidelijk is waar zij heen gaat of waar zij vandaan komt. Misschien wordt het zeeoppervlak wel bewogen door een zuchtje westenwind, dwars op de krachten die uit de diepte van de ­watermassa’s van de open zee komen, maar deze golf die uit de luchtstroming voortkomt verzamelt in het voorbijgaan ook de krachten in schuine richting die in het water ontstaan; zij buigt ze af, stuurt ze in haar richting en neemt ze mee. Zo wordt zij almaar hoger en sterker, totdat haar kracht door de botsing met tegengestelde golven langzamerhand afzwakt en zij helemaal verdwijnt of wordt afgebogen, zodat zij ondergaat in een van de vele dynastieën van schuine golven, en met hen op het strand wordt gesmeten.

Als je je aandacht richt op één aspect treedt dit ineens op de voorgrond en beslaat het het hele kader, zoals gebeurt bij tekeningen waarbij je, als je met je ogen knippert, het hele perspectief ziet veranderen. Doordat de golfkammen met hun verschillende richtingen elkaar op deze manier kruisen, blijkt nu het patroon van het totaalbeeld opgedeeld in vierkanten die ontstaan en verdwijnen. Voeg daar nog aan toe dat iedere terugvloeiende golf ook weer een eigen kracht heeft, die de daaropvolgende golven tegenwerkt. En als je je aandacht concentreert op deze terugwaartse krachten lijkt het wel of de enige echte beweging díe beweging is die vertrekt van het strand en gaat naar de open zee.

Is misschien het ware resultaat dat meneer Palomar nu bijna heeft bereikt dat hij de golven in tegengestelde richting laat lopen, dat hij de tijd omkeert, dat hij de ware aard van de wereld ontdekt die achter datgene ligt waaraan onze zintuigen en onze geest gewend zijn? Nee, hij voelt hoogstens een lichte duizeling, meer niet. De hardnekkige kracht die de golven naar de kust stuwt heeft de slag gewonnen: inmiddels zijn ze een stuk hoger geworden. Als de wind eens ging draaien? O wee als het beeld dat meneer Palomar zo minutieus heeft weten samen te stellen weer in de war wordt gebracht, versplintert en vervliegt. Alleen als het hem lukt alle aspecten tezamen voor zich te zien, kan hij beginnen met de tweede fase van de onderneming: deze kennis uitbreiden tot het hele heelal.

Je zou alleen je geduld niet moeten verliezen, iets wat weldra gebeurt. Meneer Palomar verwijdert zich langs het strand, even gespannen als hij was gekomen en nog minder zeker van alles. 

Dit is een fragment uit Palomar van Italo Calvino, vertaald door Henny Vlot (Cossee, 2026).

Palomar
Italo Calvino
vert. Henny Vlot, nawoord Roelof ten Napel

Cossee
144 blz.
€ 21,99

Loginmenu afsluiten