Home Mens en natuur ‘Dankzij Latour ontstond een ecologische klasse’
Mens en natuur

‘Dankzij Latour ontstond een ecologische klasse’

Niet alleen mensen hebben belangen, maar vissen, stoelen en virussen ook. Die boodschap bracht de Franse filosoof Bruno Latour.

Door Maarten Meester op 17 oktober 2022

Bruno Latour ogen dicht Gaia beeld Manuel Braun

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Filosoof, socioloog en antropoloog Bruno Latour (1947-2022) beschreef situaties en ervaringen in andere termen dan we intuïtief geneigd zijn te doen. ‘Dat gebeurde zonder hocuspocus,’ zegt Gerard de Vries, emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Latour vroeg zich niet af wie wat doet, maar waar en hoe acties plaatsvinden. Dan blijkt al snel dat we agency, het vermogen om activiteiten te ontplooien, niet alleen aan menselijke actoren moeten toedichten, maar ook aan niet-menselijke.’

Latour was een van de belangrijkste hedendaagse Franse denkers en een grote vernieuwer op het gebied van de sociale wetenschappen. Hij was een van de grondleggers van de zogenoemde actor-netwerktheorie. De Vries: ‘Daarin wordt benadrukt dat er sprake is van relaties in hybride netwerken, dus tussen mensen en niet-mensen.’

Neem COVID-19. Virussen bleken in staat om de wereldeconomie plat te leggen. Dat kon mede dankzij hun samenwerking met dieren, mensen en vliegtuigen. ‘Dat is een ongelooflijke demonstratie van de netwerktheorie’, zei Latour. ‘Ik heb veertig jaar lang geprobeerd om sociologen daarvan te overtuigen. Het spijt me dat ik zozeer gelijk heb gehad.’

Samenwerking

De netwerktheorie ontstond mede doordat Latour als een antropoloog wetenschap in actie ging bestuderen. De Vries: ‘Hij trok eropuit, deed antropologisch veldonderzoek in een lab in Californië, op de rand van de savanne in Brazilië en bij de Franse Raad van State. Die aanpak bracht een revolutie teweeg in het wetenschapsonderzoek en zette ook in de geesteswetenschappen mensen aan het denken.’

De actor-netwerktheorie stelt dat feiten het resultaat zijn van samenwerking tussen menselijke en niet-menselijke actoren. Daarmee is die radicaal tegengesteld aan de gangbare opvatting dat feiten panklaar liggen te wachten op ontdekking door objectieve wetenschappers. Maar – en dat is niet altijd goed begrepen – Latour was geen relativist die wetenschap reduceert tot een sociale constructie.

Neem het wetenschappelijke feit dat het klimaat verandert. Dat is er dankzij wetenschappers, dankzij hun theorieën en concepten, en dankzij overheden die de wetenschappers bekostigen. Maar het is er ook dankzij weerstations, dankzij belletjes in het ijs die het mogelijk maken om CO2-niveaus uit een ver verleden te bepalen, en dankzij CO2 en andere broeikasgassen zelf. De samenwerking van al deze hybriden in een netwerk maakt het feit dat het klimaat verandert steeds harder.

Volgens Latour probeert onze maatschappij sinds de wetenschappelijke revolutie van de zeventiende eeuw die samenwerking tussen mensen en niet-mensen weg te moffelen. Dat is kenmerkend voor wat hij de ‘moderne constitutie’ noemt. De gedachte is dan: wetenschappers leveren de feiten, politici de normen. Op basis van Latours antropologische veldwerk onder wetenschappers heeft hij laten zien dat die constitutie een fictie is. Een gevaarlijke fictie. Zo impliceert die dat klimaatwetenschappers niet mogen waarschuwen voor de opwarming van de aarde, omdat zij daarmee op het terrein van de politici komen.

Ecologie

Het klimaatvoorbeeld is niet toevallig: Latour heeft zijn aandacht de afgelopen decennia steeds meer naar de ecologie verlegd. ‘Zijn werk over natuur en klimaat was zijn tijd ver vooruit’, zegt Peter-Paul Verbeek, hoogleraar filosofie en ethiek van wetenschap en techniek en rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam. ‘Het legde een nieuwe conditie van de mens en het menselijk denken en handelen bloot: de planeet waarop we leven is opeens niet meer de vanzelfsprekende stabiele achtergrond die ze altijd was.’

Zijn schrijfstijl veranderde in die periode ook, zegt uitgever Solange de Boer van Octavo, die teksten van Latour in het Nederlands uitbrengt. ‘Minder theoretisch, meer literair en duidelijk erop gericht een breder publiek aan te spreken. Hij wilde mensen echt wakker schudden, zonder te verhullen dat het om complexe problemen ging.’

Zijn latere teksten brengen uiteenlopende kennisgebieden – filosofie, religie, rechten, kunst – bijeen in een samenhangend geheel. De Boer: ‘Die teksten getuigen van een enorme eruditie. Maar door de onderhoudende schrijfstijl, de scherpzinnige observaties en de kwinkslagen tussendoor weet Latour je aandacht continu vast te houden. Dit werk is voor velen een inspiratiebron: voor lezers, voor – vaak ook jonge – wetenschappers, maar ook voor kunstenaars. De urgentie ervan is ook duidelijk geworden. Mensen zetten zijn werk voort, ze vormen de ecologische klasse die volgens Latour gevormd moet worden om een leefbare aarde te behouden.’

Tot die klasse behoort ‘beeldhouwster in de ruimste zin van het woord’ Yvonne Dröge Wendel. ‘Ik ben Latour eeuwig dankbaar. Voor mijn afstuderen in 1992 maakte ik werk over dat mensen zoveel weggooien en dingen niet serieus nemen. Ik probeerde dat vanuit Martin Heideggers filosofie te benaderen, maar dat lukte niet. Bij toeval kwam ik op een conferentie in contact met een voormalige PhD-student van Latour. Zo leerde ik zijn filosofie kennen, waarin hij stelt dat dingen meer zijn dan de rekwisieten van ons leven. Met name zijn denken in netwerken sprak me aan. Je ziet dat ook terug in mijn recente tentoonstelling To Be To Gather, in het Haagse kunstcentrum Stroom. Daarin onderzoek ik hoe mensen en dingen betekenisvolle relaties kunnen aangaan.’

Parlement van de Dingen

Latour heeft ook bijgedragen aan de oprichting van de Ambassade van de Noordzee. ‘Onder de vlag van het Parlement van de Dingen hebben we onder andere gespreksoefeningen georganiseerd waarin we met een groep deelnemers proberen de menselijke en niet-menselijke stemmen in en rondom de Noordzee te laten spreken’, vertelt Christiane Bosman, directeur communicatie en publieksprogramma. ‘Latour nam enthousiast deel aan een van deze oefeningen, waarin hij de rol van onderzeeër met verve vervulde. Na afloop benadrukte hij nog eens het belang van een initiatief als de Ambassade van de Noordzee, juist in Nederland, vanwege de gekunstelde relatie die Nederlanders van oudsher hebben met land en water. Niet lang hierna hebben wij onze Ambassade daadwerkelijk opgericht.’

Latours invloed was sterk verbonden met zijn persoonlijkheid. Toch denken Nederlanders die met hem hebben gewerkt dat zijn filosofie ook zonder hem toekomst heeft. Verbeek: ‘Zijn werk is groter dan hijzelf. Het heeft niet alleen de science and technology studies en filosofie beslissend beïnvloed, maar heeft ook daarbuiten een enorme impact. Ik hoop dat zijn humor en lichtvoetigheid, zijn spelen met genres en zijn aanstekelijke creativiteit nog lang in herinnering blijven, om mensen te inspireren zelf creatief en kritisch en geëngageerd te denken.’

Gerard de Vries, emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam

Hoe was Bruno Latour als persoon? En hoe hebt u hem leren kennen?
‘Bruno Latour was een briljante geest – erudiet, nieuwsgierig, enthousiasmerend, geestig en genereus. Hij was een alchemist die in staat was om een suf verhaal van een onbekende PhD-student dat iedereen half slapend had aangehoord tijdens de discussie in goud te veranderen. Zo’n proefschrift schreef zich daarna vanzelf.

Ik heb hem begin jaren tachtig tijdens een conferentie voor het eerst ontmoet. Daarna mailden we veertig jaar lang geregeld over wetenschapsonderzoek, filosofie en in latere jaren ook over politiek en de klimaatcrisis. Verder kwamen we af en toe bij elkaar over de vloer. Als een van wat hij in IT-jargon zijn “bèta-testers” noemde, heb ik diverse boekmanuscripten van commentaar en soms kritiek voorzien.

Begin jaren negentig werkte ik een halfjaar bij hem in Parijs. In 2005 kwam hij voor een semester naar Amsterdam, als Spinozahoogleraar – de UvA was de eerste universiteit die hem expliciet als filosoof eerde. Mijn boek over zijn werk dat bij Polity verscheen beviel hem. Met zijn gebruikelijke ironie twitterde hij: “De Vries’ book on BL offers a great economy: 211 pages to read instead of 5.000, much better style, clear order & the whole thing makes sense!” Vervolgens regelde hij een Franse vertaling. Ik zei het al: hij was genereus. Een ware vriend.’

Wat vindt u de betekenis van Latours werk?
‘Hij leverde, schijnbaar onvermoeibaar, beschrijvingen, analyses en presentaties die ons onszelf en de wereld waarin en waarvan we leven met nieuwe ogen leren te zien.’

Wat gaat er verloren als de mens achter Latours ideeën verloren gaat? Is zijn werk zonder hem nog mogelijk?
‘Het gaat dan om de verschuiving van kennistheorie naar ontologie, Latours kritiek op de moderne constitutie en het besef dat we een planeet bewonen die we met velen delen. Dat zijn uitkomsten van een filosofie waarvoor – zoals hij ooit schreef – de wet en de profeten zijn: vastleggen, niet uitfilteren; beschrijven, niet disciplineren. Die aanpak valt te leren, maar dat kost tijd – want meestal moet je eerst iets afleren. Lees als start Aramis, or The Love of Technology, het boek dat Latour zelf – zo zei hij me eens – het meest na aan het hart lag.  Vormgegeven als een bildungsroman introduceert het als geen ander Latours idee van wat filosofen moeten doen.’

Christiane Bosman, directeur communicatie en publieksprogramma Ambassade van de Noordzee

Hoe hebt u Bruno Latour leren kennen? En hoe was hij als persoon?
‘Wij hebben Bruno Latour bij de oprichting van het Parlement van de Dingen en de Ambassade van de Noordzee leren kennen als een genereus en motiverend persoon. In zijn essay We zijn nooit modern geweest schrijft hij: “Ik heb mijn werk als filosoof en grondlegger gedaan door de versnipperde thema’s van een vergelijkende antropologie bijeen te brengen. Het is aan anderen om het Parlement van de Dingen bijeen te roepen”. Dit hebben we ter harte genomen.

In het eerste jaar van de Ambassade hebben we samen flink gestudeerd op Latours boek Facing Gaia. Voor ons waren de ideeën van Latour over het antropoceen en ecologie een ingang naar totaal andere wereldbeelden rondom mens-natuurrelaties. We beschouwen zijn denken ook als een gateway drug voor westerse mensen die proberen te ontsnappen aan het normatieve en binaire mens-natuurdenken en in aanraking willen komen met een wereld waarin niet-mensen politieke actoren zijn.

In 2020 hadden we de eer om samen met Stichting Internationale Spinozaprijs de prijsuitreiking van de Spinozalens, een onderscheiding voor denkers over ethiek, aan Latour te organiseren. Daaromheen hebben we de manifestatie Welkom in het Parlement van de Dingen op touw gezet. Latour was het middelpunt van een serie programma’s met verschillende deelnemers, van ingenieurs tot kunstenaars en van hoogleraren tot middelbare scholieren. In al deze disciplines en mensen was hij even geïnteresseerd.’

Wat vindt u de betekenis van Latours werk?
‘Wat ons aanspreekt in zijn werk is de uitnodiging naar andere disciplines, zoals de kunst. Bij de prijsuitreiking van de Spinozalens zei Latour dat hij zich in eerste instantie altijd had gericht op de wetenschap als de vertegenwoordiger van het niet-menselijke, maar dat kunst, ontwerp en andere disciplines de blik op zijn eigen werk verbreed hadden.’

Wat gaat er verloren als de mens achter Latours ideeën verloren gaat? Is zijn werk zonder hem nog mogelijk?
‘Latour heeft steeds in zijn denken interessante en niet voor de hand liggende afslagen genomen – van wetenschapssociologie naar techniekfilosofie, naar zijn denken over klimaat. We zullen deze originele denker missen en zelf moeten speculeren over welke onverwachte afslagen dit denken in de toekomst zal nemen.’

Solange de Boer, uitgever bij de door haar opgerichte uitgeverij Octavo

Hoe hebt u Bruno Latour leren kennen? En hoe was hij als persoon?
‘In november 2017 kwam hij naar Nederland voor de boekpresentatie van Oog in oog met Gaia, dat wij hebben uitgegeven. Dat was een groot evenement in de Lutherse kerk. In Oog in oog met Gaia komt veertig jaar denkwerk samen. Ik heb toen twee dagen met hem opgetrokken. Dat is, zoals iedereen die hem heeft ontmoet weet, ook een “evenement”. Bruno Latour was een sprankelende persoonlijkheid.

Een jaar later hebben we hem weer uitgenodigd, voor de boekpresentatie van Waar kunnen we landen? Hij heeft dat boek geschreven omdat vrienden tegen hem zeiden: als klimaatmutatie echt zo belangrijk voor je is, moet je Oog in oog met Gaia voor een breder publiek in een kortere tekst samenvatten. Dat heeft hij gedaan, maar hij heeft ook nieuwe inzichten toegevoegd. Weer twee dagen met hem op pad, weer een feest. 

In november 2018 zei hij vlak voor vertrek dat hij in januari naar het ziekenhuis moest voor onderzoeken. Later hoorde ik dat hij alvleesklierkanker had, een schok. Toen ik hem mailde, schreef hij terug: “Solange, ik ben net bij de oncologen geweest, niet te verwarren met de ecologen, en ze zeggen dat het weer de goede kant opgaat!” Zijn humor verdween nooit, maar hij heeft heel hard moeten vechten om het nog drie jaar te kunnen volhouden. Tijdens het schrijven van Waar ben ik?, de opvolger van Waar kunnen we landen?, zei hij al: “Ik hoop dat ik de tekst kan afronden”.’

Wat vindt u de betekenis van Latours werk?
‘Latour heeft van begin af aan de link tussen filosofie, sociologie en de praktijk gelegd doordat hij altijd ook empirisch onderzoek deed. Zijn latere werk over de klimaatmutatie heeft bovendien een enorme urgentie. Daar legt hij sterk de link met de politiek.’

Wat gaat er verloren als de mens achter Latours ideeën verloren gaat? Is zijn werk zonder hem mogelijk?
‘Hij werkte graag samen met anderen, egotripperij stond ver van hem af. Hij deed dat bij wetenschappelijk onderzoek, maar ook door tentoonstellingen te maken met onder anderen Peter Weibel (Iconoclash (2002), Making Things Public (2005), Critical Zone (2020)); door theaterstukken te maken met Frédérique Aït-Touati (Gaia Global Circus (2013-2016), Make it Work (2015), INSIDE (2016-2018), Moving Earths (2019-2020) en VIRAL (2021)); en door het Parlement der Dingen in praktijk te brengen, rollenspellen waarbij de wereld vanuit andere organismen en objecten wordt bekeken.

Zonder hem zullen zijn onderzoeksprojecten en voorstellingen zeker worden voortgezet en een nieuwe invulling krijgen, maar dat hij er zelf niet meer bij is, is een enorm gemis. Toen ik de Franse uitgever condoleerde, kreeg ik als antwoord: “We hebben vandaag allemaal het gevoel een wees te zijn.”’

Peter-Paul Verbeek, hoogleraar filosofie en ethiek van wetenschap en techniek, en rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam

Hoe hebt u Bruno Latour leren kennen? En hoe was hij als persoon?
‘Hij heeft mijn werk op een beslissende manier beïnvloed, als denker die filosofische analyse en empirisch onderzoek combineerde om de relaties tussen wetenschap, technologie en samenleving te begrijpen. Mijn proefschrift De daadkracht der dingen probeert een manier van denken over technologie te ontwikkelen die begint bij de technologieën zelf, in plaats van die te reduceren tot de condities erachter, zoals filosofen vaak doen. Het werk van Latour maakte dat mede mogelijk.

In zijn benadering valt de wereld niet uiteen in menselijke subjecten en niet-menselijke objecten, maar maken materiële voorwerpen volop deel uit van de sociale werkelijkheid. Dat is precies hoe ik over technologie wilde nadenken: als een actieve kracht in de samenleving, die mede vorm geeft aan menselijke praktijken, ervaringen en interpretatiekaders.

Ik herinner me nog dat ik als promovendus bij een diner naast hem aan tafel belandde. Dat was voor mij een beslissende avond, zowel om de diepte van zijn werk beter te doorgronden als om te ontdekken waar ik een andere weg wilde gaan dan hij. Het gesprek ging over het verschil tussen zijn actor-netwerktheorie en Don Ihde’s postfenomenologie. Latour wilde niets van fenomenologie weten, en al helemaal niet van postfenomenologie. Actor-netwerktheorie benadert de werkelijkheid als bestaand uit netwerken van relaties tussen entiteiten, die in die netwerken elk een eigen rol spelen.

Kennis, technologieën, wetten en instituties zijn uiteindes van zulke netwerken: vanuit die relaties zijn ze wat ze zijn. Don Ihde’s postfenomenologie bestudeert hoe technologie bemiddelt tussen mens en wereld: hoe radiotelescopen mede vorm geven aan kennis in de astronomie en hoe medische instrumenten een centrale rol spelen in zorgpraktijken. Voor Latour gaat fenomenologie precies uit van de scheiding tussen subject en object waar hij vanaf wil, en is de nadruk op de relatie tussen subject en object niet meer dan een pleister over de kloof.

Hij vertelde me die avond bovendien dat hij de netwerken van Ihde veel te kort vond: mens-techniek-wereld. Latours netwerken konden oneindig lang zijn. Toen drong tot me door dat zijn netwerken eigenlijk haaks op die van Ihde staan: Latour bekijkt netwerken van buitenaf, vanuit een derdepersoonsperspectief; Ihde van binnenuit, vanuit een eerstepersoonsperspectief.’

Wat vindt u de betekenis van Latours werk?
‘Hij gaat de geschiedenis in als een van de grootste denkers van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Zijn amodernisme is een wezenlijke stap in de geschiedenis van het denken. Verder is hij medegrondlegger van science and technology studies.’

Wat gaat er verloren als de mens achter Latours ideeën verloren gaat? Is zijn werk zonder hem nog mogelijk?
‘Zijn werk is groter dan hijzelf. Het heeft niet alleen de science and technology studies en filosofie beslissend beïnvloed, maar heeft ook daarbuiten een enorme impact: op de onderwijskunde (constructivisme), de archeologie (objecten ‘lezen’), de kunst, de ethiek (moraal van de dingen) en de antropologie.’