‘Je bent een zwijn, een demon, een aasgier’. Het eerste gesprek tussen de bekende Duitse historicus Andy Warburg (1866-1926) en psychiater Ludwig Binswanger verliep weinig harmonieus. De Eerste Wereldoorlog had er bij Warburg fors ingehakt: hij meende verantwoordelijk te zijn voor het ontstaan van die oorlog, leed aan hevige angsten, dacht te worden achtervolgd en had terugkerende hallucinaties van door foltering geteisterde familieleden. In een kliniek in Hamburg waar hij eerder was opgenomen, kreeg hij bonje met het personeel over de maaltijden: hij was ervan overtuigd dat ze hem delen van zijn geslachte kinderen voorschotelden. Ludwig Binswanger (1881-1966), die kliniek Bellevue in het Zwitserse Kreuzlingen van zijn vader had overgenomen en er de mens centraal wilde zetten, constateerde dat Warburg nog volledig over zijn intellectuele vermogens beschikte, maar niet in staat was om zijn levenswerk – kunsthistorisch onderzoek – voort te zetten. Warburg leed aan een zware psychose, luidde zijn diagnose.
Er is geen reden om Warburgs psychotische ervaringen, en die van vele anderen, te romantiseren. Deze waanzin, een mengeling van intense gevoelens en al dan niet ingebeelde waarnemingen, die dan weer angstaanjagend, dan weer indrukwekkend mooi kunnen zijn, is een ontluisterende confrontatie met lijden. Voor de persoon zelf én zijn of haar omgeving. Mijn eerste ervaring ermee was toen ik een studiegenoot in een periode van enkele weken zag veranderen in een ‘klassieke’ gek, het ene moment zielsgelukkig in zijn wanen, het andere moment agressief, dan weer angstig en vooral moeilijk te bereiken. Al had ik, opgroeiend in een dorp met twee psychiatrische klinieken, heel wat psychiatrische patiënten gezien – meestal onder medicatie – nu kwam bij mij voor het eerst de beangstigende vraag op: kan ik ook zo worden?
Het is deze vrees, maar ook fascinatie, voor waanzin en de waanzinnige die terug te vinden is in films, literatuur, beeldende kunst en muziek. Daar komen we het hele palet van angsten, vreemde fantasieën, dwanggedachten en verstorende gedragingen tegen – en soms ook treffende ‘waarheden’ die voor de ‘gewone’, aangepaste mens ontoegankelijk of ongepast zijn.
Waanzinnig geboren
Maar zijn die vervreemdende ervaringen wel alleen voorbehouden aan de waanzinnige? Behoren ze niet gewoon tot het menselijk repertoire? Freuds dochter Anna Freud beschreef tien afweermechanismes in Das Ich und die Abwehrmechanismen (1936), waaronder ontkenning en rationalisering. In de hedendaagse psychotherapie gaan deze afweermechanismes, distorties en dwanggedachten door voor copingstrategieën om angst, verdriet en chaos af te weren. Humankind cannot bear very much reality, dichtte T.S. Eliot al in Four quartets. De realiteit in ons en buiten ons kan soms zo overweldigend zijn, dat we onze toevlucht nemen tot die strategieën die in de waanzin zo veelzeggend zijn. En hoewel ze ons in eerste instantie moeten beschermen, hebben ze de onhebbelijke eigenschap om zich ook tegen onszelf, ons eigenbelang en dat van anderen te keren. Om het simpel te zeggen: een moeilijk gesprek met een geliefde uit de weg gaan, door deze persoon te ghosten – te negeren op telefoon en computer – dempt een eerste angst voor afwijzing, maar zal de relatie uiteindelijk geen goed doen. Ook je zelfbeeld en je vermogen om conflicten op te lossen gaan er niet op vooruit. Het vermogen om conflicten wél aan te gaan en op te lossen zou je ‘mentaal gezond’ kunnen noemen.
We worden allemaal waanzinnig geboren
De Britse psychoanalyticus Adam Phillips benadrukt in zijn boek Going sane, waarin hij onderzoekt wat mentale gezondheid nu eigenlijk is, dat we allemaal ‘waanzinnig’ geboren worden. Dat wil zeggen dat de staat van de waanzinnige gelijk is aan die van het kind: innerlijke verbrokkeldheid, intense gevoelens en lichamelijke en emotionele behoeften die hier en nu bevredigd moeten worden door anderen. Als kind moeten we leren omgaan met de heftige gevoelens die ineens in ons opkomen, met onze extreme afhankelijkheid en de daarmee gepaard gaande machteloosheid. Het kind moet leren die emoties te benoemen, in een kader te zetten en betekenis te geven. Ook moet het leren om behoeften uit te stellen, geduld te oefenen, verantwoordelijkheid te nemen en om te gaan met de onvermijdelijke afhankelijkheid van anderen, emotioneel en materieel, en daar het juiste midden in te vinden. Mentale gezondheid is daarom niet het tegenovergestelde van waanzin, maar het vermogen om waanzin te beheersen. Dit noemen we de ontwikkeling naar volwassenheid, waarbij de volwassene kan benoemen wat hij voelt, met zichzelf in dialoog kan gaan over die gevoelens (die niet zelden tegenstrijdig zijn), verantwoordelijkheid kan nemen voor zijn emoties, kwetsbaarheid kan ervaren en een realistisch besef ontwikkelt van de ander als onderscheiden van hemzelf. Het kind gunnen we de worsteling met de waanzin, zolang we een ontwikkeling naar volwassenheid zien. Regressie is het mentaal ongezonde, zoals bijvoorbeeld weglopen voor verantwoordelijkheid en confrontatie – even doen als een kind dat nergens verantwoordelijk voor hoeft te zijn. Ook ghosten is daarvan een voorbeeld: een lichte vorm van waanzin.
Lege woestijn
Waanzin wordt lijden wanneer de innerlijke verbrokkeldheid te groot wordt en grip op emoties en reacties op de buitenen binnenwereld verdwijnt. Dat geldt zeker wanneer de ‘symbolische orde’, zoals de Franse denker en psychoanalyticus Jacques Lacan (1901-1981) het verwoordt, onherkenbaar wordt: geld wordt dan niet meer herkend als waardevol, de betekenis van woorden wordt niet meer gevat. In dat laatste geval is de wereld een lege woestijn onder een verblindend licht. Les non-dupes errent, aldus Lacan: de mensen die zich niet hebben laten ‘bedriegen’ door symbolen en conventies, dwalen.
Op de divan bij Jacques Lacan
Ook hallucinaties, waar mensen in hun waanzin zo ontzettend onder kunnen lijden, kunnen gezien worden als een onvermogen om gefragmenteerde herinneringen of vervormde associaties te herkennen als iets van zichzelf, en de neiging om ze in plaats daarvan te ervaren als een ‘invasie’ van buiten. De Zwitserse psychiater Eugen Bleuler (1857-1939), die het hebben van meerdere psychoses de naam ‘schizofrenie’ gaf, suggereerde zoiets. De in Amerika werkzame trauma-onderzoeker Bessel van der Kolk, bekend van zijn boek The body keeps the score (Traumasporen, 2014), herkent deze verklaring in zijn werk met onder anderen getraumatiseerde Vietnamveteranen, die vooral ‘s nachts dergelijke hallucinaties ervaren.
‘Waanzinnige’ verklaringen zoals ‘Aliens of demonen besturen mij’ zijn in dit licht te zien als ultieme pogingen om emoties en herinneringen die voelen als dingen van buitenaf, te beheersen. Maar het zijn pogingen die nog meer angsten oproepen en vervolgens vragen om nog meer verklaringen, of nog meer dwanggedachten, om de invasie tegen te gaan.
Ook opgesloten zijn – in een depressie of in dwangmatige controlezucht bijvoorbeeld – is lijden, vanwege het onvermogen om de dialoog met de wereld om je heen aan te gaan. En wordt die buitenwereld zelf ervaren als volkomen verbrokkeld door gebrek aan cohesie, een voortdurende twijfel aan de feiten of door een overvloed aan onsamenhangende informatie, dan zal de waanzin alle ruimte krijgen. Ook op een collectief niveau kan dit gebeuren. Een collectief gedeelde superverklaring – een complottheorie – kan een verbrokkelde wereld samenhang geven, zelfs als deze verklaring waanzinnig is. Denk aan de theorie dat achter al het kwaad een complot van Joden en vrijmetselaars zit, die de wereld zouden beheersen en proberen te onderwerpen. Zulke overkoepelende verklaringen beschermen je tegen de gevoelde verbrokkeldheid, met collectieve verbinding als bonus.
Shakespeare
Waanzin vraagt niet zozeer om bevrijding, maar ook niet om onderdrukking. Wel om begrenzing, door begrip, duiding, verwoording, dialoog – wat niet altijd eenvoudig is. Ook vormen van zelfexpressie en creativiteit zijn belangrijk om toegang te vinden tot de innerlijke wereld en de wereld daarbuiten. Creativiteit komt dus niet voort uit waanzin, maar weet de waanzin te begrenzen. Shakespeare, schrijft Adam Phillips, is in staat om waanzin voor te stellen, omdat hij er zelf niet door bezeten is.
Wat is waanzin? | spoedcursus
De beweging tussen waanzin en de begrenzing daarvan is zelf een creatief spel. Psychoanalyticus en kinderpsychiater Donald Winnicott (1896-1971) sprak over ons vermogen om het besef van feitelijkheden op te schorten. Hij noemde dit in navolging van de negentiende-eeuwse dichter en filosoof Samuel Tayor Coleridge the supension of belief and the suspension of disbelief; een fenomeen dat we allemaal ervaren als we naar een film kijken. We weten dat wat we zien niet echt is, maar dit besef kunnen we even negeren; anders zou meeleven niet mogelijk zijn. Tegelijkertijd beseffen we ook wél dat het niet echt is, anders zouden we tot actie overgaan en ons fysiek met het verhaal gaan bemoeien.
Thuis in de wereld
Ludwig Binswanger zag dat zijn patiënten, waaronder Andy Warburg, zich afsloten voor de wereld. In de visie van Binswanger gaven ze een primaire gerichtheid op die de mens heeft, namelijk gerichtheid op de wereld. De ‘zieke geest’ ervaart de wereld als niet vertrouwd en sluit zich in een eigen wereld op. Alles lijkt vreemd.
Toen Warburg aan de beterende hand was, kon hij zijn werk weer oppakken. Dat gold niet voor de eveneens waanzinnig geworden filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) – overigens behandeld door Binswangers oom. Hij kwam in de waanzinnige laatste tien jaar van zijn leven niet meer aan schrijven, of zelfs spreken, toe.
Het vermogen om een realiteit te verdraaien, te bedenken en te veranderen in onze fantasie, is de bron van creativiteit. Maar een volwassen houding in het leven, zegt Winnicott, zal vroeg of laat de realiteit moeten onderkennen. Met een gezond zelfgevoel; dat wil zeggen, aldus Winnicott, een zelfgevoel dat in staat is om een verbinding aan te gaan met een wereld buiten hem, zonder de ervaring van zelfverlies te hebben en zonder de noodzaak van te veel controle. Mentaal gezond betekent in deze zin een eenvoudige gevoel van thuiszijn in de wereld. Een leven ‘dat de moeite van leven waard is’.

