Home Tegen de ratio

Tegen de ratio

Door David Veldman op 21 november 2012

01-2001 Filosofie magazine Lees het magazine

Uw kinderen trekken sprinkhanen de poten uit en organiseren gladiatorengevechten tussen één enkele pissebed en een leger mieren. U wil ze die wrede spelletjes niet zomaar verbieden, u wil dat ze begrijpen waarom u ze verbiedt.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

U heeft het niet over de pijn die ze de arme beestjes eventueel bezorgen, want u vraagt zich, net als uw kinderen, af of insecten wel pijn kúnnen voelen. Bovendien vindt u pijn geen criterium. Bomen voelen, voor zover wij weten, ook geen pijn, maar dat is nog geen reden om een heel regenwoud om te hakken. Nee, u maakt gebruik van een verwante, maar veel geraffineerder techniek: u zorgt ervoor dat uw kinderen zich in hun slachtoffertjes gaan verplaatsen. 'Stel je voor,' zegt u, 'dat een grote sprinkhaan je op zou pakken en vervolgens eerst je armen en dan je benen af zou rukken. Wat zou jij daarvan vinden?' Aan de afschuw en ontzetting op de gezichten van uw kinderen ziet u dat de methode werkt. Maar ergens wringt er iets. Uw kinderen zullen misschien ophouden met hun insectenmishandeling, maar om welke reden? Omdat ze niet willen dat hen hetzelfde overkomt. Is dat een goede drijfveer? Nu hebben uw kinderen hun boosaardige neigingen wel onder controle, maar die neigingen blijven bestaan. Met andere woorden: uw kinderen 'doen' wel goed, maar ze 'zijn' het niet.

Wij westerlingen hebben ons er bij neergelegd dat we neigingen slechts kunnen onderdrukken. Sterker nog: hoe groter de worsteling, hoe 'beter' de mens. De filosofe en schrijfster Patricia de Martelaere verzet zich tegen deze gedachte. In haar essaybundel Wereldvreemdheid laat zij de beperkingen van die – op de ratio gebaseerde – controle zien. 'Voor een ex-roker is roken niet iets wat hij alleen maar niet doet – zoals dat voor gewone niet-rokers is -, integendeel, voor de ex-roker is niet-roken iets wat hij voortdurend moet doen en wat hem de grootste moeite kost. (…) Wat overwonnen werd is het gevolg van de neiging: de ex-roker heeft zijn gedrag gewijzigd, maar niet zichzelf veranderd. In plaats van alleen maar iets niet te doen, doet hij nu twee dingen: eerst krijgt hij de neiging om te roken, en vervolgens gaat hij tegen deze neiging in.'


Als je neigingen werkelijk wil veranderen, heb je niks aan de ratio, betoogt De Martelaere dan ook. Maar wat is haar alternatief? Het loslaten van de ratio. De Martelaere wil, in overeenstemming met filosofieën als de Tao, maar ook de oude, Griekse Stoa, het intellect zodanig in verwarring brengen dat 'het zichzelf uitschakelt en het antwoord als vanzelf gevonden wordt in een hogere bewustzijnsorde.' Hoe ze zich dat 'antwoord' of het vinden ervan precies voorstelt, wordt niet geheel duidelijk, maar misschien is dat juist de kern van haar betoog. Zo'n antwoord laat zich immers niet beredeneren, het komt vanzelf.
 
Wereldvreemdheid; essays, door Patricia de Martelaere, uitg. Meulenhoff, Amsterdam 2000, 160 blz. f 29,50 / BEF.545