Home Slavoj Žižek: ‘Vergeet al die politieke onzin’

Slavoj Žižek: ‘Vergeet al die politieke onzin’

Door Frank Meester op 05 januari 2012

Cover van 01-2012
01-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

Slavoj Žižek heeft lak aan uiterlijk vertoon, scheldt op het kapitalisme, maar heeft ook moeite met de occupy-beweging – en hij is onafgebroken aan het woord. Een gesprek met ‘het denkbeest uit Ljubljana’.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

‘Je hebt dit gesprek opgenomen. Nu is het aan jou om de woorden te gebruiken die ik heb uitgesproken, maar ze in een totaal andere volgorde te plaatsen, zodat je mij laat zeggen wat jij wilt dat ik zeg. Dan kan ik je niets verwijten. Je hebt het bewijs op band staan.’ Met dit advies sluit Žižek het interview af. En inderdaad zou ik met de woorden die de Sloveense filosoof zojuist geuit heeft met gemak alles kunnen zeggen wat ik wil. Žižek is vanaf het moment dat hij de ruimte betrad aan het woord geweest, slechts af en toe met moeite tot zwijgen gebracht door een korte vraag van mijn kant of een instructie van de fotograaf. Elk voorval brengt bij Žižek onmiddellijk een gigantische woordenstroom op gang. ‘Denk je niet dat die fotograaf aan het bluffen is?’, ‘Al die apparatuur is er puur om indruk op mij te maken.’ Als de fotograaf vraagt of hij zijn kin iets omhoog wil doen: ‘Ah, je wilt me in zo’n agressieve fascistische pose, dat bevalt me.’ ‘Waarom maak je eigenlijk zoveel foto’s, wordt het soms een fotoreportage, met af en toe zo’n goedkope, diepe gedachte als onderschrift: “Geniet van het leven, het is het enige dat je hebt”. Je kent dat wel, van die newagebullshit.’
Žižek geeft niet veel om uiterlijk vertoon. Al zijn kleren zijn afdankertjes. En hij draagt zijn baard niet uit esthetische overwegingen, zo verzekert hij mij, maar omdat die de minst arbeidsintensieve oplossing is. Een keer in de drie maanden, als de baard te veel begint te kriebelen, gaat hij naar de kapperszaak aan de overkant van zijn appartement in Ljubljana, waar een oud vrouwtje werkt dat precies weet hoe hij het wil. Hij is dan in drie minuten klaar. Zo kan hij al zijn tijd besteden aan schrijf- en denkwerk. Bijna elk jaar verschijnen er dan ook een of twee nieuwe werken van de filosoof.
Het mag verwonderlijke heten dat Žižek nog steeds zo productief is. Hij is nu 62 en lijdt aan suikerziekte. Daarom moet hij het een stuk rustiger aan doen. ‘Ik was een echte workaholic. Als ik het druk had, kon ik met gemak twee nachten slaap overslaan. Nu heb ik negen uur per nacht nodig en doe ik ’s middags een dutje. Weet je wat ik deze middag ga doen? Iets wat zo verschrikkelijk lui is: ik laat het bad vollopen met heet water, zet de dvd-speler aan en dan kijk ik een smakeloos melodrama. Zalig.’

Pure theorie
Eerst als tragedie, dan als klucht verscheen onlangs in het Nederlands en gaat over de economische crisis, over het kapitalisme en het liberalisme. ‘Vergeet al die politieke onzin, mijn plezier ligt bij de pure theorie’, zegt Žižek als ik het boek erbij pak. ‘Ik word langzamerhand zo moe van al die mensen die mij vragen stellen over de crisis en het kapitalisme. Natuurlijk voel ik een burgerplicht om te reageren. Maar het spijt me te moeten zeggen dat ik absoluut geloof in onafhankelijk intellectueel werk dat geen enkel evident doel dient. In de beroemde thesis 11 doet Marx de uitspraak dat de filosofen de wereld slechts op verschillende manieren hebben geïnterpreteerd en dat het er nu op aankomt haar te veranderen. Ik denk dat het in de eenentwintigste eeuw juist weer tijd is om die te interpreteren. In de vorige eeuw wisten liberalen, fascisten en communisten wat er gedaan moest worden. Het enige probleem was hoe de mensen te mobiliseren.’
‘Vandaag de dag beschikken wij niet over wat mijn vriend de filosoof Frederic Jameson cognitive mapping noemt: we begrijpen niet goed wat er gaande is in de wereld en hebben daardoor geen vaste ondergrond meer van waaruit wij onszelf kunnen begrijpen. Weet je wat ik zag in de media toen ik in Amerika was? Wetenschappers waren erin geslaagd de hersenen van een jongen direct aan te sluiten op een computer. Die computer was weer verbonden met kunstmatige armen. En toen werd het tragikomisch: ze zorgden voor een ontmoeting tussen de jongen en zijn vriendin, maar op afstand, via het scherm. Zij benaderde hem half naakt. Hij was in staat haar met zijn metalen armen te beroeren. Dus we zijn als goden: met onze gedachten alleen kunnen we objecten laten bewegen. Helaas is het wel zo dat wat naar buiten gaat, ook naar binnen kan. We kunnen via die bedrading het brein lezen. Kun je je voorstellen wat dit betekent voor de geheime diensten? We hebben lang geleefd met de gedachte dat het misschien mogelijk is iemands gedrag te controleren, maar niet zijn denken. Als die scheidslijn verdwijnt tussen mij en de buitenwereld, mijn God, dan zal onze hele identiteit als menselijke wezens aangetast worden.’

Žižek wil met dit voorbeeld ook laten zien dat ideologie nog steeds overal werkzaam is en niet, zoals sommigen denken, is gestorven in de jaren negentig waardoor we nu gewoon realisten zijn. Žižek: ‘Liberalisme, kapitalisme, democratie lijken realistische oplossingen. Ze zijn misschien niet ideaal, maar wel het minst slecht. We moeten zogenaamd accepteren dat we de wereld niet kunnen redden, dat er altijd arme mensen zullen zijn en ga zo maar door. Van de andere kant stoppen we veel geld in onze poging een god te worden: we werken aan onze onsterfelijkheid, we vinden allerlei dingen uit om er mooier uit te zien of meer plezier te beleven. Misschien moeten we dat eens omdraaien. We zouden ook realistisch kunnen zijn door te zeggen dat het nu eenmaal niet mogelijk is om onsterfelijkheid te bereiken of twee penissen te hebben, maar dat het wel reëel is om wat meer geld uit te geven aan armoedebestrijding. Ideologie is precies dat wat ons laat zeggen, dit is mogelijk en dit is onmogelijk.’
‘Daarom is die occupy-beweging van belang: zij is een opstand tegen die verborgen ideologie. Het gaat er natuurlijk niet om wat de betogers precies zeggen. Als je naar die mensen luistert, dan hoor je platitudes als “Geld zou mensen moeten dienen, in plaats van dat mensen geld dienen”. Fuck it. Daar zou zelfs Hitler het mee eens zijn. Het echte belang is dat er voor het eerst een brede beweging is die drie cruciale inzichten belichaamt: ten eerste dat er iets structureel mis is met het kapitalistische systeem. Tot nu toe waren protestbewegingen meestal tegen iets specifieks gericht: tegen oorlog, racisme of neutronenbom, nu gaat het om een algemener ongenoegen. Daarbij komt ten tweede de overtuiging dat ons bestaande democratische stelsel niet sterk genoeg is om de kapitalistische excessen het hoofd te bieden. Dit is geen roep om leninisme of de oude sociaal-democratie. Nee, de twintigste eeuw is echt voorbij. Occupy laat dus ten derde zien dat verandering mogelijk is, al weten we nog niet hoe. Occupiers openen een ruimte, juist ook voor mensen die niet in die tentjes zitten. Zo was het ook bij de Franse revolutie: wat er in de Parijse straten gebeurde was vreselijk, maar het verlichte publiek in de rest van Europa wist erdoor dat vrijheid en verandering echt mogelijk waren. Die occupy-beweging herinnert ons eraan dat we moeten beginnen te denken.’

Crisismanagement
‘Een belangrijke boodschap, speciaal voor filosofen. De Franse cultureel antropoloog en filosoof Claude Lévi-Strauss, maakte een prachtig punt over het verbieden van incest. Waarom we incest verbieden is niet een vraag waarop we het antwoord niet weten, maar het is een antwoord waarop we de vraag niet weten. Ik denk dat de huidige protesten ongeveer hetzelfde zijn. Ze zijn het antwoord. Onze taak als intellectuelen is om de vraag te formuleren. Het probleem is dat het onderwijs steeds meer wordt ingericht als een fabriek die experts produceert. Die experts proberen acute problemen – milieurampen, rellen in buitenwijken, economische meltdowns – te verhelpen. Allemaal leuk en aardig, maar op die manier doe je aan crisismanagement en hou je het systeem dat de oorzaak is juist in stand. Als we vragen bedenken bij de antwoorden van deze tijd, dan plaatsen we de problemen in nieuwe verhalen. Daardoor zullen sommige problemen opeens niet meer als een probleem verschijnen, terwijl nieuwe onverwachte problemen opdoemen.’
‘Wat de rol van marxisme hierbij is? Om mijn vrienden te provoceren, claim ik dat ik een Marxistisch communist ben. Kijk, we moeten Marx herhalen. Op zo’n manier dat we heel kritisch zijn. Misschien kan links dan eindelijk een goed antwoord formuleren op de vraag hoe de stalinistische nachtmerrie heeft kunnen plaatsvinden. Tot nu toe is het antwoord: slechte mensen als Stalin waren slechte dingen aan het doen. Een slecht antwoord want echte horror ontstaat niet door “slechte mensen die slechte dingen doen”. Horror ontstaat wanneer mensen die in principe goed zijn en denken dat ze goede dingen doen in werkelijkheid vreselijke dingen doen. Dat is ook de reden waarom ik tegen de film Das leben der Anderen ben. Die film is niet anti-communistisch genoeg. Een decadente corrupte minster wil de vrouw van de toneelschrijver neuken. Hij geeft de Stasi de opdracht de schrijver te controleren en iets te vinden waardoor hij van hem af kan komen. Dat is typisch liberaal denken. Achter elk kwaad moet je een boosdoener vinden. Maar was de tragedie van de DDR niet juist dat zelfs als er geen corrupte minister was die graag iemands vrouw wilde neuken, iedere kritische schrijver onder politiecontrole stond? Precies diezelfde kritiek kun je geven op verklaringen voor de problemen van de huidige tijd. De hebzucht van enkele bankiers zou de oorzaak zijn van de crisis. Neem de Amerikaanse piramidebankier Bernard Madoff. Hij werd publiekelijk ten schande gemaakt. In plaats van het systeem te bekritiseren, hebben we nu een slechte, gierige Jood gevonden.’