Home Vrijheid ‘Oude mythen beperken nog altijd ons wereldbeeld’
Vrijheid

‘Oude mythen beperken nog altijd ons wereldbeeld’

Ons mensbeeld is gebaseerd op ideeën die niet kloppen, zegt David Wengrow. ‘De Verlichting begon niet in Frankrijk, maar in Amerika.’

Door Florentijn van Rootselaar op 18 november 2022

David Wengrow archeoloog Verlichting geschiedenis mensbeeld Beeld ANP / The New York Times Syndication
FM 12 cover spel spelen schaakbord ballerina
12-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Tabak hebben we geïmporteerd uit de Nieuwe Wereld, daar twijfelt niemand aan. Maar we vergeten dat we uit Amerika niet alleen dat soort middelen hebben meegenomen, maar ook nieuwe manieren van denken. Toen we ons pijpje zijn gaan roken, zijn we ook op een nieuwe manier gaan filosoferen.’

De Britse archeoloog David Wengrow (1972) is in Nederland vanwege zijn boek Het begin van alles. Een nieuwe geschiedenis van de mensheid, de bestseller die hij samen met David Graeber schreef. We spreken elkaar in de bibliotheek van een hotel aan de Herengracht in Amsterdam.

Lang zal Wengrow hier niet blijven, het is druk sinds de publicatie van het boek. Er zit ook nog een reis naar Canada aan te komen, waar hij een ontmoeting zal hebben met inheemse denkers en kunstenaars, onder meer leden van de stam waartoe Kandiaronk ooit behoorde, een inheems-Amerikaans denker en leider die rond 1700 leefde en een centraal figuur is in het boek.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Wengrow, hoogleraar vergelijkende archeologie aan het University College London, praat zoals hij schrijft: meanderend rijgt hij gebeurtenissen en inzichten aaneen; terloops komt hij tot stevige conclusies, die nogal eens ingaan tegen breed gedeelde opvattingen over ons verleden. Neem nu de Verlichting – de periode en denkstroming die ons tot op heden sterk bepaalt. Denk aan de waarde die we hechten aan vrijheid en gelijkheid.

Vrijheid en gelijkheid speelden bij inheemse Amerikanen ook al een grote rol

Die Verlichting, menen we, zou op Europese bodem tot stand zijn gekomen. ‘Dan vergeten we dat een belangrijke katalysator voor de Verlichting de ontmoeting is met de Nieuwe Wereld, die begint vanaf het eind van de vijftiende eeuw, als Spanje het Amerikaanse continent verovert.’

Het andere verhaal van de Verlichting is maar een van resultaten van het onderzoek naar het (verre) verleden van David Wengrow en zijn Amerikaanse medeauteur David Graeber (1961-2020), die overleed voor het boek verscheen. Graeber was niet alleen een gerespecteerd antropoloog, maar stond ook bekend als activist en anarchist. Hij was betrokken bij Occupy Wall Street en zou de slogan ‘Wij zijn de 99%’ hebben bedacht.

Dat activisme klinkt door in elke bladzijde van hun boek, hoezeer dat ook berust op wetenschappelijke interpretaties van vooral archeologisch onderzoek. Wengrow en Graeber peperen het je in: ook de eerste mensen op aarde waren in staat hun wereld op eigen en vrije wijze vorm te geven, en dat vermogen hebben we niet verloren.

Wat is het standaardverhaal over de Verlichting?
‘We vertellen onszelf graag dat het allemaal begon in het oude Griekenland. Je kent het riedeltje wel: de Grieken, het humanisme, de Franse Revolutie – blabla­bla. Opvallend is dat je zo een geschiedenis van grote mannen schrijft; vrouwen komen er niet in voor, en gewone mensen evenmin. Alsof de wereld louter door grote mannen en hun grote boeken beslissende wendingen heeft genomen.

Deze wel heel westerse geschiedenis is ook nogal triest voor de voormalige koloniën. Ben je eeuwenlang vernederd en uitgebuit, en dan hoor je ook nog eens dat alle waarden die jij zo belangrijk vindt – vrijheid en gelijkheid – allemaal gebracht zijn door de onderdrukker.’

U zegt dat de ontmoeting met de Nieuwe Wereld een belangrijke rol heeft gespeeld in het ontstaan van verlichtingsidealen.
‘Veel Europese ontdekkingsreizigers, handelaars, kolonisten en zeker ook de missionarissen in Amerika hadden vanaf het begin intensief contact met de lokale bevolking. Zo maakte rond 1600 pater Gabriel Sagard in Nieuw-Frankrijk kennis met de Wendat, een inheems-Amerikaans volk. Zijn verslagen van die ontmoeting vormden een belangrijke bron van kennis voor vroege verlichtingsdenkers als Locke en Voltaire.

Opvallend voor hedendaagse lezers is dat ze zich meer verwant zullen voelen met de zestiende- en zeventiende-eeuwse inheemse Amerikanen dan met de Europeanen. Zo zagen de mensen uit de Oude Wereld wel in dat de inheemse Amerikaanse bevolking in grotere vrijheid leefde dan zijzelf, alleen hadden ze daar een andere, heel negatieve opvatting over. De missionarissen verdedigden ook de veel grotere ongelijkheid in hun eigen wereld; ze wezen op een onvermijdelijke sociale stratificatie en het belang van de ondergeschikte rol van de vrouw.’

Wat vonden de Amerikanen van de Europeanen?
‘Hun klacht was dat de Fransen, en ook andere Europeanen, zich lieten leiden door wedijver en egoïsme. Tegelijkertijd zagen ze een groot gebrek aan vrijheid: de Europeanen waren angstig, en schikten zich zozeer naar de hiërarchie dat ze wel slaven leken.’

Waren de missionarissen alleen maar negatief over de inheemse Amerikanen?
‘Nee, zeker niet. De jezuïeten, toch de intellectuelen onder de katholieken, zagen hoe welbespraakt de Amerikanen waren. Ze hadden dan ook de nodige oefening met spreken doordat er bijna dagelijks publieke debatten plaatsvonden.

De Wendat waren op hun beurt niet bijzonder onder de indruk van de retorische vermogens van de Fransen: ze vielen elkaar in de rede, ze gebruikten zwakke argumenten en ze waren eigenlijk ook niet erg intelligent. Dat is iets wat ook veel Fransen zouden toegeven. Later zou dit vrije debat worden beschouwd als de kern van de Europese verlichtingscultuur.’

Armoedzaaier

Een belangrijke rol in de kennismaking met de inheemse Amerikanen, zegt Wengrow, vervulde de Franse aristocraat Louis-Armand de Lom de l’Arce, baron de la Hontan, bekend onder de naam Lahontan. In 1683 nam hij dienst in het Franse leger. Hij ging naar Canada, maar kreeg het daar aan de stok met invloedrijke Fransen en reisde terug naar Europa.

Wengrow: ‘Lahontan zou hiernaartoe komen, naar Amsterdam, waar hij in die tijd werd beschreven als een armoedzaaier. Af en toe werkte hij blijkbaar als spion. Dat veranderde toen hij zijn memoires publiceerde, waarin hij verslag doet van zijn gesprekken met Wendat-staatsman Kandiaronk. Het boek wordt een bestseller, Lahontan wordt beroemd, en reist naar het hof van Hannover, waar hij bevriend raakt met de Duitse wiskundige en filosoof Leibniz.’

Kenners van de Verlichting wijzen er nogal eens op dat Lahontan alles uit zijn duim heeft gezogen.
‘Ja, dat wordt gezegd, maar er valt veel voor te zeggen om ervan uit te gaan dat de gesprekken echt hebben plaatsgevonden. Het klopt dat niet alles wat Kandiaronk zegt over de Wendat het geval was. Maar dat neemt niet weg dat ze ook veel bevatten dat wél waar is. Dat blijkt ook uit modern onderzoek: andere bronnen die Kandiaronk en zijn wereld uit de eerste hand beschrijven, bevestigen het verhaal van Lahontan.’

Wat gebeurt er als Europa kennismaakt met Kandiaronk?
‘Lahontans memoires zorgen ervoor dat bijna iedere Franse verlichtingsdenker een buitenstaander – in dit geval is die wel fictief – introduceert in het eigen werk. De rol daarvan is om de eigen samenleving te bekritiseren en te wijzen op het gebrek aan vrijheid en gelijkheid. Bij Montesquieu is het een Pers, bij Diderot een Tahitiaan, bij Chateaubriand een Natchez, bij markies d’Argens een Chinees, en Voltaires l’ingénu, de argeloze, was half Wendat en half Frans.

Cruciaal in de ideeëngeschiedenis zijn de brieven van een Peruviaanse vrouw, geschreven door Madame de Graffigny. Die gaan over Inca-prinses Zilia, die ziet hoe ongelijk alles is verdeeld in Frankrijk. Als dat boek opnieuw wordt gedrukt, laat Madame de Graffigny het in haar kringen circuleren met de vraag of er nog aanpassingen moeten worden gedaan. Zo komt het boek ook terecht bij Turgot, een Frans politicus en een van de bedenkers van ons moderne idee van vooruitgang. Hij doet een suggestie voor een ander eind: Zilia moet inzien dat in een complexe samenleving hiërarchieën en armoede onvermijdelijk zijn. Naarmate maatschappijen zich ontwikkelen, zal er steeds meer arbeidsdeling zijn, wat nu eenmaal ongelijkheid en machtsverschillen met zich meebrengt.

Het is onzin dat een moderne samenleving altijd gepaard gaat met ongelijkheid

Turgot weet iemand als Kandiaronk handig te herscheppen: Kandiaronk is een primitief; in zijn wereld zijn vrijheid en gelijkheid nog mogelijk, maar dat is nu niet meer het geval. Het is een poging om de inheemse kritiek, die door de verlichtingsdenkers zo serieus wordt genomen, onschadelijk te maken. Later zie je als vervolg op Turgots visie ook het onderzoek naar jager-verzamelaars opkomen. In die samenleving, zegt men dan, was iedereen nog vrij en gelijk, maar dat zou verdwijnen toen we boeren werden en in steden gingen wonen. Moderne experts vinden dat nonsens. Vrijheid en gelijkheid zijn altijd mogelijk.’

Hoe kunnen we vrijheid in deze tijd vormgeven?
‘We hebben nogal eens de neiging om vrijheid te beschouwen als het tegendeel van inmenging in je leven. Je kunt alleen vrij zijn als je met rust wordt gelaten, of dat nu door de staat is of door anderen. Vroeger werd vrijheid vooral gezien als de mogelijkheid om je eigen bezit te beschermen tegen anderen. Toch hebben we allemaal ook een ander idee van vrijheid; denk aan de vrijheid die we jonge kinderen geven. We willen ze de ruimte geven om zich in vrijheid te ontwikkelen, maar dat moet wel een veilige ruimte zijn. We moeten ze daarbij dus helpen.

Diezelfde houding kun je terugzien in de samenleving. Dat is wat David het basiscommunisme noemt: we moeten bijdragen overeenkomstig ons vermogen en ontvangen overeenkomstig onze behoeften. Juist in die Amerikaanse gemeenschappen zag je hoe vrijheid en steun goed samen konden gaan, elkaar zelfs veronderstellen. De Amerikanen spraken schande van de westerse samenleving, waarin mensen door de gaten van de gemeenschap kunnen vallen en bijvoorbeeld dak- en thuisloos worden. Ze begrepen dat je alleen vrij kunt zijn als je daartoe in staat wordt gesteld.

Laten we om dit te verduidelijken eens kijken naar deze tijd. Je mag als moderne Amerikaan dan wel door het hele land reizen, maar wat heb je daaraan als je voor een hongerloontje werkt, lange dagen maakt, en die reis daardoor helemaal niet kunt maken?

Vergelijk dat met iets wat voor ons misschien onvoorstelbaar is: de inheemse Amerikanen, maar bijvoorbeeld ook de Australische Aboriginals, konden dankzij een uitgebreid clansysteem duizenden kilometers reizen, naar mensen van hun clan die soms een andere taal spraken, maar die toch de plicht hadden om reizigers gastvrij onderdak te bieden en te voeden. Dan kun je je pas vrij voelen.’

Het begin van alles. Een nieuwe geschiedenis van de mensheid
David Wengrow en David Graeber
Maven Publishing
656 blz.
€35,-