Home Mens en techniek Miriam Rasch: ‘Je kunt jezelf autonoom vormgeven’
Mens en techniek

Miriam Rasch: ‘Je kunt jezelf autonoom vormgeven’

Big Tech en wetenschap dwarsbomen het idee dat we autonome wezens zijn, stelt filosoof Miriam Rasch. Ze wijst op het belang van innerlijke ruimte, om erachter te komen wat we zelf belangrijk vinden.

Door Lianne Tijhaar op 25 maart 2022

Miriam Rasch: ‘Je kunt jezelf autonoom vormgeven’
Cover van 04-2022
04-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

We zijn ‘hackbare dieren’, als we historicus Yuval Noah Harari mogen geloven. Algoritmes zouden ons beter begrijpen dan wij onszelf begrijpen. Nog even en ze bepalen wat we studeren en met wie we trouwen.

Dit soort toekomstvoorspellingen getuigt van een mensbeeld waar filosoof Miriam Rasch de rillingen van krijgt. In haar nieuwe boek Autonomie. Een zelfhulpgids zoekt ze naar innerlijke ruimte om zelf betekenis te geven aan ons leven.

Rasch verzet zich al langer tegen het mechanische wereldbeeld van de dataïsten: zij die geloven dat de hele wereld en haar bewoners te vertalen zijn in data – met andere woorden, dat we alles kunnen meten, voorspellen en besturen. Met haar boek Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme won ze de Socra­tesbeker voor het beste filosofieboek van 2020. Toen Filosofie Magazine vorig jaar met haar terugblikte op dat boek, vertelde ze dat na het schrijven van Frictie bepaalde vragen waren blijven liggen. Vragen over autonomie, die tot een nieuw boek leidden.

Waarom hebben we een zelfhulpgids over autonomie nodig?
‘Ik vind het moeilijk om te beweren dat anderen iets nodig hebben, ik ben slecht in dingen zeggen die voor iedereen opgaan. Iedereen moet daar zelf over nadenken. Vandaar een zelfhulpgids. Maar als ik dan toch iets moet zeggen: het valt me op dat je snel belachelijk wordt gemaakt als je zegt dat je autonoom wilt zijn, want iedereen weet toch dat we beïnvloedbare wezens zijn? Nu hebben we het over algoritmes, daarvoor waren we ons brein, daarvoor onze driften, daarvoor onze atomen. Die wetenschappelijke verklaringen zijn behulpzaam, maar ze zijn niet het enige verhaal. Er bestaat ook zoiets als onze ervaring dat we een zelfsturend wezen zijn. In die ervaring worden we gehinderd.’

Door wie worden we gehinderd? Door Big Tech? Bedrijven als Facebook en Amazon?
‘Zeker, maar Big Tech geeft uitdrukking aan een groter verhaal dat doorklinkt in alle facetten van onze samenleving. Het gaat om het technocratische, scientistische beeld van de mens die je kunt meten en besturen. Alsof we willoze gebruikers zijn, slaven van het systeem. Dat idee klinkt zelfs door in systeemkritiek, het idee dat alles aan een groter systeem te wijten is. Systeemkritiek is belangrijk – want wat moet ik in m’n eentje beginnen tegen Facebook? Maar zodra je denkt dat je niets kunt doen omdat het systeem eerst moet veranderen, pakt systeemkritiek net zo hard je autonomie af als al die andere verhalen.’

Die systeemkritiek klinkt ook vaak in discussies over het klimaat of de bio-industrie. Het gevolg is dat iedereen naar elkaar wijst.
‘Dat herken ik. Ik probeer klimaatbewust te leven, maar soms denk ik: moet je luisteren, wat maakt het nog uit wat ik doe? Laten ze eerst de grote spelers maar eens aanpakken. Maar ja, wie zijn dan die “ze”? En ontslaat dat mij van mijn eigen verantwoordelijkheid? Het is een manier om jezelf in slaap te sussen. Ik wil mezelf in de spiegel kunnen aankijken. Dat staat los van de vraag of mijn gedrag iets aan de zaak verandert. Het haalt helemaal niets uit dat ik WhatsApp van mijn telefoon heb gehaald, maar is dat dan het enige waar we nog dingen voor doen: het idee dat iets nuttig moet zijn?’

Toch is het onbevredigend dat het zo weinig uithaalt. Bedrijven als Facebook blijven sterk.
‘Het haalt niet zoveel uit, omdat weigeren een onzichtbare handeling is. Alles is ingericht op het zichtbare. Dat is de grote angst van mensen: als ik van WhatsApp af ga, zullen mensen het überhaupt zien? Je trekt je terug uit de communicatie. Maar weigeren doet ook iets anders, en daarom is het toch belangrijk: je creëert ruimte voor iets nieuws.’

Weigeren is een eerste stap; daarna moet je zelf invulling geven aan wat je belangrijk vindt. Hoe doe je dat?
In haar zoektocht vertrekt Rasch vanuit het werk van de Duitse filosoof Immanuel Kant, die autonomie tegenover heteronomie plaatst. Heteronoom zijn de invloeden van buitenaf, zoals weersomstandigheden of meningen van anderen, die een vrije keuze in de weg staan. Alle invloeden van buiten wegdenken is in de praktijk onmogelijk, wist ook Kant, maar dat betekent niet dat je het niet kunt proberen.

‘Autonomie betekent ook je eigen beperkingen leren kennen’

Hoewel Rasch zegt ‘gecharmeerd’ te zijn van Kants oproep, plaatst zij naast dit individuele en rationele autonomie­begrip een ander idee: relationele autonomie.

Autonomie is iets anders dan onafhankelijkheid, zegt Rasch. ‘Het idee dat je compleet vrij en ongebonden door de wereld kunt bewegen, is altijd een illusie geweest. Alleen al omdat je bent geboren uit een ander mens. Je begint je leven in een situatie van totale afhankelijkheid. Daarop volgt misschien een zeker losmaken, maar autonomie staat niet gelijk aan “minder afhankelijkheid van anderen”. De vraag is: beknotten jouw relaties je in je mogelijkheden, of maken ze nieuwe dingen mogelijk?’

Sommige mensen voelen zich autonoom omdat ze hun familie en buren niet meer nodig hebben. Is dat een verkeerd idee van autonomie?
‘Ik wil het geen verkeerd idee noemen, want autonomie betekent ook zelf nadenken over wat autonomie voor jou betekent. Maar het lijkt op het droombeeld van een hutje op de hei. Er zijn veel mensen met die droom, en ik vind het zelf ook aantrekkelijk klinken, totdat ik concreet nadenk over wat dat voor mij zou betekenen. Ik zou de hele dag bang zijn voor vreemde mannen die opeens bij dat hutje aankomen. Het zou mij helemaal niet autonoom maken. Misschien aan de buitenkant, omdat ik zelfvoorzienend ben en niemand nodig heb, maar in werkelijkheid zou ik opgesloten zitten in mijn angsten.’

U denkt anders over autonomie dan Immanuel Kant.
‘De formele manier waarop Kant schrijft over autonomie is heel anders dan we gewend zijn, maar hij leefde dan ook aan het eind van de achttiende eeuw. Kant ziet autonomie als een rationeel vermogen dat in ons zit. Iedere persoon die beschikt over redelijke vermogens, dus bij wie geen schroefje loszit in de hersenen, kan volgens Kant autonoom denken. Inmiddels vragen we ons af: is het echt zo dat iedereen zonder hersenaandoening op dezelfde manier kan nadenken over zijn eigen situatie? Dingen die je meemaakt in je jeugd of erfelijke eigenschappen kunnen ook beïnvloeden in welke mate je autonoom in het leven kunt staan.’

Dat betekent dat niet iedereen op dezelfde manier autonoom positie kan innemen tegenover Big Tech of de bio-industrie.
‘Dat mogen we inderdaad niet zomaar veronderstellen. Maar ik vind wel dat je van iedereen met een werkend stel hersenen mag verlangen om daar op z’n minst bij stil te staan – in die zin ben ik toch een kantiaan. Autonomie betekent ook je eigen beperkingen leren kennen. Je kunt de context waarin je zit nooit helemaal veranderen, maar je kunt je er wel toe verhouden. Als je autonoom wilt zijn, moet je begrijpen hoe je bent gevormd. In een volgende stap kun je die relatie met je omgeving proberen aan te passen.’

Hoe kun je dat doen?
‘Jaren geleden raakte ik tijdens het verhuizen mijn afstandsbediening kwijt. Ik kon nog wel tv-kijken, er zaten knoppen op het apparaat, maar ik kon niet meer zappen. Het gevolg was dat ik significant minder tv ging kijken. Daardoor ging ik meer lezen. Je merkt dat het anders kan. Daarna denk je: ik ga dit actief bevestigen en ervoor zorgen dat ik blijf doen wat ik belangrijk vind. Ik wil liever lezen dan tv-kijken.’

Een soort zelfgecreëerde nudging? Je past iets aan in de omgeving, waardoor je keuze beïnvloed wordt?
Even valt ze stil. Dan vervolgt ze: ‘Op de een of andere manier klinkt dat vervelend. Nudging klinkt zo rationaliserend. Het probleem van nudgen is dat het net zozeer uitgaat van “de mens als automaat” als de techbedrijven doen. Het biedt een simplistisch model voor gedragsverandering dat alleen gericht is op resultaat. Niet op de verschillen tussen mensen of hun beweegredenen of waarden. Ik zou zelf het woord “nudgen” nooit gebruiken. Het gaat mij om de stap ervoor. Ruimte creëren om erachter te komen wat je belangrijk vindt. Je moet weten waar je naartoe wilt nudgen.’

‘Door je te spiegelen aan anderen ontdek je dingen over jezelf’

De grote vraag is dan: hoe bepaal je wat je belangrijk vindt?
‘Mijn boek is een pleidooi voor innerlijke ruimte. Maar je hebt relaties nodig om die ruimte te voeden, om erachter te komen wat voor jou belangrijk is. Bijvoorbeeld door te kijken hoe andere mensen het doen. Dan ontdek je dat het ook anders kan.’

Hebt u zelf zo’n rolmodel?
‘O, meerdere! Vooral kunstenaars, maar ik hou dan ook van kunst. Jack White, de zanger van de White Stripes, speelt zijn hele leven met verschillende identiteiten. Hij laat zien dat een interesse voor de kunst van De Stijl samen kan gaan met rauwe rockmuziek. Je hoeft niet te kiezen. Of Theo van Doesburg, dat is ook iemand die met identiteiten speelde. Veel mensen die ik bewonder doen dat. Blijkbaar vind ik het een aantrekkelijk idee dat er geen authentiek zelf bestaat. Als er geen authentieke kern is, kun je jezelf autonoom vormgeven. Autonomie is een narratief begrip, een ervaring die zich ontvouwt in de tijd. Door je te spiegelen aan anderen ontdek je dingen over jezelf. Dingen waar je in een hutje op de hei nooit achter zou komen.’


Miriam Rasch

is schrijver, filosoof en essayist. Met haar boek Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme won zij in 2021 de Socratesbeker voor het beste filosofische boek. In haar laatste boek Autonomie. Een zelfhulpgids houdt Rasch zich bezig met autonoom denken ten tijde van digitalisering.

Autonomie. Een zelfhulpgids
Miriam Rasch | Prometheus | 112 blz. | € 14,99