Home Michael Ignatieff: ‘We denken te veel in groepen’

Michael Ignatieff: ‘We denken te veel in groepen’

Door Claudia Galgau op 03 januari 2018

Michael Ignatieff: ‘We denken te veel in groepen’
Cover van 01-2018
01-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

Universele waarden zoals mensenrechten staan onder druk. Filosoof Michael Ignatieff stelt dat we ons beter kunnen richten op de kracht van alledaagse deugden, die ook universeel zijn.

Onlangs maakte hij een drie- jarige wereldreis, onder andere langs latinobuurten in Los Angeles, arme dorpen in Myanmar, de verdeelde stad Mostar in Bosnië en wijken in Queens. Filosoof Michael Ignatieff, hoogleraar mensenrechten aan de Universiteit van Harvard én liberaal politicus, vond het hoog tijd om te onderzoeken of de globalisering ertoe heeft geleid dat mensen een universele, gemeenschappelijke ethiek zijn gaan delen. Zijn vondsten en verhalen verzamelde hij in het boek Gewone deugden, waarover hij onlangs een lezing gaf aan beleidsmakers in Den Haag. ‘Het spijt me voor de koude douche’, zegt Ignatieff na ons gesprek. ‘Ik ben en blijf een human rights guy, maar ik denk wel dat we voorzichtig moeten zijn als we praten over het belang van mensenrechten.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Patrick Post, Hollandse Hoogte

Wat is het probleem met mensenrechten?
‘Mensenrechtenactivisten spreken graag in de taal van het universele recht. In de taal van de mensenrechten is tolerantie iets basaals dat iedereen voor ieder ander zou moeten opbrengen, vanwege het simpele feit dat we allemaal mens zijn. Maar dat is niet hoe we psychologisch en cognitief in elkaar zitten. Wij zien onszelf niet als deel van de mensheid, maar als deel van een concrete groep. De deugden die we uitoefenen zien we dus ook alleen als vanzelfsprekend binnen onze eigen groep. Tijdens mijn reis merkte ik dat tolerantie een vaak terugkerende deugd was in de verhalen van mensen die ik ontmoette. Maar gek genoeg gold die deugd alleen binnen de eigen groep en niet per se daarbuiten. Ik zeg niet dat ik het ermee eens ben, maar het is belangrijk om daar rekening mee te houden als we grote politieke dilemma’s, zoals de vluchtelingencrisis en het nationalisme in de politiek, proberen op te lossen. We kunnen als linkse liberalen niet blijven praten in een taal die zo weinig draagvlak heeft.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Is het niet belangrijk, juist in deze tijd, dat mensen verder leren kijken dan hun eigen groep?
‘Jawel, mensenrechten zijn nog steeds een mooi ideaal om na te streven en om onze cognitieve voorkeuren voor onze eigen groep tegen te gaan. Maar Isaiah Berlin schreef al dat je in dit verband niet alle goede dingen tegelijk kunt hebben. Rechtvaardigheid en democratie, vrijheid en gelijkheid, dat zijn tegenstellingen die inherent zijn aan het waardestelsel dat ons na aan het hart ligt. En het lijkt er helaas op dat de globalisering de tegenstelling tussen universele principes en democratisch zelfbestuur heeft aangescherpt in plaats van afgezwakt. De burgers van de meeste democratieën vinden dat hun eigen belangen, die ze democratisch hebben bepaald, voorrang horen te krijgen boven de belangen van mensen in andere landen.’

Het beeld dat Ignatieff schetst is op het eerste gezicht somber: een egoïstische wereld waarin mensen alleen met hun eigen groep solidariseren. Toch herhaalt de filosoof een paar keer dat hij echt een optimist is – of in elk geval hoopvol. ‘Oké, we denken dus niet in de taal van mensenrechten. Maar onze alledaagse deugden zijn wel heel sterk. Alledaagse deugden zijn dingen als vergeving, liefde en tolerantie, waar we naar streven binnen onze eigen groep. In plaats van te hameren op het belang van mensenrechten, moeten we juist proberen om situaties te creëren die een beroep doen op onze alledaagse deugden’, zegt Ignatieff. 

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Patrick Post, Hollandse Hoogte

‘Niet alles in onze maatschappij maakt het makkelijk om deugdzaam te handelen. Facebook maakt het ons heel makkelijk om mensen die buiten onze bekende groep vallen neer te halen. Ik ontmoette in Myanmar een extremistische boeddhistische monnik die op Facebook had gelogen dat moslims zijn vrouw hadden verkracht. Het bericht verspreidde zich snel en zorgde voor veel conflict binnen omliggende dorpen. Totdat in het dorp waar hij vandaan kwam de religieuze leiders bij elkaar kwamen en het conflict bespraken. Dat loste veel op. Het is heel makkelijk om van een afstand intolerant te zijn. Het is moeilijker om haat te zaaien als je iemand recht in de ogen kijkt.’ 

Maar leden van verschillende groepen herkennen zich toch juist niet in elkaar, laat staan dat ze in elkaars buurt willen komen?
‘Dat klopt misschien, maar dat komt ook doordat we te veel gewend zijn om te denken in groepen. Zelfs als mensen goedbedoeld praten over diversiteit, praten ze nog steeds over “moslims”, “vrouwen” en “Nederlanders”. Zelf pleit ik voor moreel individualisme: diversiteit is niet zozeer waardevol omdat jij een Roemeense vrouw bent en ik een Canadese man, maar omdat jij als individu anders bent dan ik, en andere talenten en meningen hebt. Diversiteit is waardevol op het niveau van het individu, niet op het niveau van groepen.

Tolerantie en wederzijds begrip beginnen vaak ook tussen individuen. In Bosnië was ik op een universiteit om te praten over de verdeeldheid tussen Kroaten en moslims in Mostar, en er was voelbare spanning in de discussie – het liep moeizaam. Maar toen ik naar buiten ging, zag ik twee jongens, een moslim en een Kroaat, stiekem roken in de toiletten. Ik hoop vurig dat ze nog heel veel sigaretten zullen blijven roken samen.’