Home Het kwaad Lissabon – Auschwitz – 11 september
Het kwaad

Lissabon – Auschwitz – 11 september

Door Susan Neiman op 26 maart 2013

10-2004 Filosofie magazine Lees het magazine

Volgens de geschiedenis van het kwaad begint de moderne tijd in 1755 bij de aardbeving van Lissabon en eindigt deze twee eeuwen later in Auschwitz. Na 11 september 2001 zijn we een nieuw tijdperk ingegaan – dat van het ouderwetse kwaad in een nieuwe gedaante.

Kan een geschiedenis van het denken over het kwaad ons daadwerkelijk helpen met het tegenwoordige kwaad om te gaan? Die vraag werd bijzonder urgent toen ik half september 2001 tussen mijn e-mails het ene na het andere opgewonden bericht aantrof. Vrienden en collega’s, die wisten dat ik de laatste hand legde aan een boek over dat thema, vroegen me: is dit een nieuwe aardbeving van Lissabon?

In de achttiende eeuw werd het woord ‘Lissabon’ gebruikt zoals wij tegenwoordig het woord ‘Auschwitz’ gebruiken. Hoeveel betekenis kan één enkel woord dragen? Een plaatsnaam volstaat om te verwijzen naar het uiteenvallen van het meest elementaire vertrouwen in de wereld en van de fundamenten waarop onze beschaving berust. Het moet de moderne lezer weemoedig stemmen: gelukkig de tijd waarin een aardbeving zoveel kon losmaken. De aardbeving die in 1755 de stad Lissabon verwoestte en naar schatting vijftienduizend mensen het leven kostte, deed de Verlichting tot in Oost-Pruisen op haar grondvesten schudden, waar een onbekende kleine geleerde genaamd Immanuel Kant voor de Königsberger Zeitung drie artikelen over de natuur van aardbevingen schreef. De reactie op de aardbeving was even wijdverbreid als snel. Voltaire en Rousseau vonden er een aanleiding in om te redetwisten, overal in Europa schreven academies essayprijsvragen uit over het onderwerp en volgens verschillende bronnen voelde de zesjarige Goethe voor het eerst twijfel en bewustzijn in zich ontwaken. De aardbeving hield de grootste geesten in Europa bezig, maar daartoe bleef het niet beperkt. De reacties van het volk varieerden van preken en ooggetuigenverslagen tot zeer slechte poëzie. Het waren er zoveel dat het leidde tot verzuchtingen in de toenmalige pers en tot sarcastische opmerkingen van Frederik de Grote, die het afzeggen van de voorbereidingen op het carnavalsfeest maanden na de ramp overdreven vond.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.