Praktisch filosoof Elke Wiss stelt elke maand vragen bij stellige uitspraken die ze tegenkomt.
Vorige week zat ik in een restaurant met mijn geliefde. Zoals wel vaker was het mayonaisebakje te klein – hij eet mayonaise met frietjes in plaats van frietjes met mayonaise –, dus vroeg hij om een tweede bakje. De ober reageerde met een zinnetje waarvan mijn nekharen overeind gaan staan: ‘Geen probleem.’
Als je het eenmaal hoort, kun je het niet meer niet horen; het komt om de haverklap voorbij. En soms nog nadrukkelijker: ‘Geen enkel probleem!’
Ik word er kriegel van, omdat ik ineens wel een probleem heb: het probleem dat er een probleem had kunnen zijn, maar goddank, alles is oké, want het is geen probleem. Want je kunt niet ‘Geen probleem’ zeggen zonder daarbij het woord ‘probleem’ op tafel te leggen. Er lag niks en nu ligt er iets, keurig ontkend, naast de mayonaise. Als er werkelijk geen probleem is, waarom moet dat dan gezegd worden?
Hoe dicht waren we bij een probleem?
De vraag van mijn geliefde is met terugwerkende kracht opgewaardeerd tot mogelijke last. Blijkbaar bewogen wij ons op de rand van iets problematisch, we wisten het alleen niet. Hoe dicht waren we bij ‘een probleem’?
En wie bepaalt eigenlijk of er een probleem is? Degene die zegt dat er geen probleem is, lijkt me. Er wordt gratie verleend voor iets waarvan ik niet wist dat het strafbaar was. Zit er in ‘Geen probleem’ misschien een stukje macht? Een subtiel ‘Ik had ook nee kunnen zeggen, als u dat maar weet’?
Even tussendoor …
Meer columns lezen van Elke Wiss? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Pre-order speciale editie: Leven als filosoof
- Leer leven als een filosoof
- Ontdek de lessen van grote denkers
- Filosofie voor het dagelijkse leven
Lees Filosofie Magazine nu tijdelijk al vanaf 4,99 per maand
- Elke maand heldere analyses van scherpe denkers
- Lees én luister, met onbeperkte toegang tot filosofie.nl
- Op papier én digitaal, incl. archief in de app