Home Taal Hoe een taalfilosoof de geallieerden aan een overwinning hielp
Taal

Hoe een taalfilosoof de geallieerden aan een overwinning hielp

J.L. Austin toonde dat een uitspraak de werkelijkheid kan veranderen. Mark Rowe ontdekte dat hij ook een rol speelde bij D-day.

Door Laura Molenaar op 04 december 2023

D-day Normandië J.L. Austin De geallieerden landen in Normandië op 6 juni 1944. Beeld: Wikimedia

J.L. Austin toonde dat een uitspraak de werkelijkheid kan veranderen. Mark Rowe ontdekte dat hij ook een rol speelde bij D-day.

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Wat doet een trouwambtenaar die zegt: ‘Hierbij verklaar ik u tot man en vrouw’? Doet hij of zij een mededeling? Nee, zei de Oxfordse filosoof John Langshaw Austin (1911-1960): met zulke uitspraken verricht je een handeling. Je zégt niet (alleen) iets, je dóét iets. J.L. Austins taalhandelingstheorie, of speech act theory, betekende een breuk met de taalfilosofen voor hem. Het geldt nog steeds als een van de beroemdste ideeën uit de taalfilosofie.

De Britse filosoof Mark Rowe deed tien jaar lang onderzoek naar het leven van Austin, en schreef de biografie J.L. Austin. Philosopher and D-Day Intelligence Officer. In de lobby van zijn hotel in Amsterdam, waar hij verblijft voor een aantal lezingen, vertelt Rowe dat hij toevallig bij Austin uitkwam. ‘Toen ik in Cambridge filosofie studeerde leerden we weinig over Austin. Hij werd gezien als een ouderwetse, pedante filosoof. Bij toeval stuitte ik in de bibliotheek op essays van zijn leerling, de Amerikaanse filosoof Stanley Cavell. Cavells werk over Austin inspireerde me enorm.’

Gewone taal

Austin was misschien niet pedant, maar hij was wel gewend heel precies naar taal te kijken. Naast zijn taalhandelingstheorie werd hij bekend met zijn ordinary language philosophy, oftewel gewone taalfilosofie. Dat is een filosofische methode die je op allerlei problemen kunt toepassen, legt Rowe uit. ‘Een voorbeeld van Austin gaat over het verschil tussen “ongeluk” en “vergissing”, die op het eerste gezicht synoniemen lijken. Maar stel dat jij en ik onze ezels in hetzelfde weiland laten grazen. Op een dag krijg ik een hekel aan mijn ezel en ik besluit hem neer te schieten. Zodra het dier dood neervalt, ontdek ik tot mijn schrik dat ik jouw ezel heb neergeschoten. Wat moet ik tegen jou zeggen? Sorry, het was een ongeluk? Of: ik heb me vergist? En wat als ik mijn ezel neer wil schieten en mijn dier op het laatste moment beweegt, waardoor ik jouw ezel raak, die erachter blijkt te staan? Is het dan een ongeluk, of een vergissing? Zulke aandacht voor de nuances van betekenis geeft ons niet alleen meer kennis over onze taal, maar vertelt ook iets over de wereld.

D-day

De Tweede Wereldoorlog had grote invloed op Austin en zijn filosofie, zegt Rowe. Al snel na het uitbreken daarvan werd Austin opgeroepen voor de Britse militaire geheime dienst, waarna hij jarenlang werkte in een zwaar beveiligde bunker midden in Londen. Eerst hield hij zich bezig met de oorlog in Noord-Afrika, later zou hij leiding geven aan ‘the Martians’, een Britse inlichtingendienst die de geallieerde invasie van West-Europa hielp voorbereiden.

Rowe ontdekte dat Austin een cruciale rol speelde bij D-day, het begin van de bevrijding van Frankrijk door de geallieerden en het omslagpunt in de Tweede Wereldoorlog. ‘Austins team was gespecialiseerd in de Duitse verdedigingslinie, waar de mijnenvelden lagen, enzovoorts. Terwijl een ander team de geografie van de Franse kust in kaart bracht, maakte Austins team een plattegrond van de zwakke plekken van de Duitsers. Als je die twee kaarten over elkaar legde, was de plek waar D-day moest plaatsvinden een echte no-brainer. Dat is een prestatie van formaat. Als ze het bij het verkeerde eind hadden gehad, was er geen plan B. Dan zou de oorlog drie of vier jaar langer hebben geduurd.’

Grof

Austin maakte bij de geheime dienst indruk met zijn scherpe, analytische denkvermogen en fotografisch geheugen. Dat wil niet zeggen dat de overgang van het kalme, intellectuele Oxford naar het drukke, intense werk bij de inlichtingendienst makkelijk voor hem was. ‘Austin beschreef het mooi aan zijn vrouw Jean: in Oxford had hij aan filosofische vragen gewerkt waar geen duidelijk antwoord op was, en als hij een antwoord formuleerde toonde niemand er interesse in. Maar bij de geheime dienst was het van het allergrootste belang dat hij het goede antwoord vond op concrete vragen. Anders zouden er mensen sterven.’

Even tussendoor… Meer lezen over taalfilosofie? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

Austin was geen gemakkelijke collega, vervolgt Rowe. ‘Hij gaf eens een presentatie voor de Amerikaanse generaal Eisenhower en zijn hooggeplaatste staf over de landingsplaats van D-day. Een van de generaals waagde het te vragen of hij wel zeker was van zus of zo. Toen gaf Austin hem zo’n uitbrander dat de man ineenkromp en zich moest verontschuldigen.’ Austin was dus niet op zijn mondje gevallen en naar Britse standaarden nogal grof. Tegelijkertijd beseften zijn collega’s dat hij zijn goede reputatie meer dan waarmaakte, met zijn goede geheugen en snelle intellect.

Spelregels

Na de oorlog besloot Austin de werkwijze van zijn intelligentieteam op de filosofie toe te passen. ‘Zo ontstonden zijn beroemde zaterdagochtendsessies. Hij vroeg zijn studenten bijvoorbeeld om verschillende soorten spellen te onderzoeken. Vervolgens bespraken ze hun bevindingen, en zo kwamen ze erachter dat er verschillende soorten spelregels bestaan. Hij heeft die methode uiteindelijk weer laten vallen, maar het is interessant dat hij durfde te breken met het romantische ideaal van de filosoof die in zijn eentje moeilijke kwesties doordenkt.’

Tegen zijn studenten en collega’s was Austin altijd enorm vriendelijk en behulpzaam. Maar zoals de Amerikaanse generaals al hadden ondervonden, kende hij ook een moeilijke kant. ‘Hij moest altijd de slimste persoon van het gezelschap zijn. Er moet onder die koude, harde persoonlijkheid toch een onzekere kant hebben gezeten. Je hoeft niet aan iedereen te vertellen hoe slim je bent als je diep vanbinnen wéét dat je slim bent.’ Toch heeft Rowe na tien jaar Austin geen antipathie voor de filosoof opgevat. ‘Hij is een belangrijke filosoof, zeker als je bedenkt dat zijn volwassen leven maar dertig jaar omspande. In die korte tijd bouwde hij een carrière op als een spilfiguur in de winst van de Tweede Wereldoorlog én als een van de invloedrijkste filosofen van na de oorlog. Het is onmogelijk om zo iemand níét te bewonderen.’

J. L. Austin

J.L. Austin. Philosopher and D-Day Intelligence Officer
Mark Rowe
Oxford University Press
688 blz.
€ 40,95