Home Moreel dilemma Moreel dilemma: moeten we zorgverleners wel vervangen door robots?
Eenzaamheid Moreel dilemma

Moreel dilemma: moeten we zorgverleners wel vervangen door robots?

Zorgrobots houden gezelschap, bieden steun en ontlasten de ouderenzorg. Maar is het wel wenselijk dat ouderen verzorgd worden door robots?

Door Jeroen Hopster op 18 november 2022

zorg zorgverlener zorgrobots robot Bas van der Schot beeld Bas van der Schot
FM 12 cover spel spelen schaakbord ballerina
12-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De interactie tussen mensen en robots is niet langer enkel onderwerp van fictie. Onder meer in de ouderenzorg worden robots steeds vaker ingezet. De wereldbevolking vergrijst: volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn er wereldwijd meer dan een miljard zestigplussers. Verhoudingsgewijs neemt het aantal verzorgers af. Zorgrobots bieden soelaas; die kunnen ouderen helpen bij dagelijkse activiteiten zoals aankleden, voeden en wassen. Bovendien bekleden zorg­robots een sociale functie: ze houden ouderen gezelschap. Zo zijn er verscheidene knuffelrobots op de markt, vooral bedoeld om met dementerende personen om te gaan. Daarnaast is door de coronapandemie duidelijk geworden dat rechtstreeks menselijk contact niet altijd mogelijk is en met name in verpleeghuizen flinke risico’s met zich mee kan brengen. Sociale zorgrobots bieden ook hier uitkomst. Maar hun komst wordt niet door iedereen toegejuicht. Is de ouderenzorg wel bij robotisering gebaat?

Ja

Aanhangers van robots in de ouderenzorg beroepen zich vaak op welzijnsargumenten. Er is een groot aantal ouderen dat zorg nodig heeft en een nijpend tekort aan menselijke verzorgers. Neem Japan, waar op dit moment een geschat tekort bestaat van enkele honderdduizenden zorgverleners. Zorgrobots worden daar op steeds grotere schaal ingezet om het welzijn van ­ouderen te bevorderen en de werkdruk op zorgverleners te verlichten. En dat niet alleen: sommige ­zorgrobots hebben ouderen meer te bieden dan menselijke verzorgers. Ze kunnen bijvoorbeeld in verschillende talen communiceren of ondertiteling tonen terwijl er gesproken wordt. Robots zijn ook eindeloos geduldig, terwijl de tijd en aandacht van menselijke zorgverleners beperkt zijn. Door ouderen eraan te herinneren welke medicijnen ze moeten innemen en hun gezondheid goed te monitoren kunnen ziektes vroeg worden opgespoord en kunnen ouderen langer zelfstandig thuis wonen. Twee aspecten van menselijk welzijn die zorgrobots in het bijzonder bevorderen zijn autonomie en waardigheid. Neem de robot MySpoon, die ontworpen is voor mensen die niet meer zelfstandig kunnen eten en drinken. Met de joystick van MySpoon kunnen gebruikers een lepel controleren en zichzelf voeden, zonder hulp van verzorgers. Niet alleen versterkt dit de zelfstandigheid van gebruikers, maar ook hun eigenwaarde: ze zijn niet langer aangewezen op de hulp van zorgverleners. Datzelfde geldt voor gerobotiseerde hulp bij intieme activiteiten, zoals naar de wc gaan. Ouderen die daarbij met een robot toekunnen, voelen zich gesterkt in hun handelingsvermogen en in hun waardigheid.

Zorgrobots kunnen iemands autonomie bevorderen

Nee

De zorgethiek is een belangrijke ethische stroming die benadrukt dat zorg draait om de specifieke relaties die mensen met elkaar onderhouden. Zorgethici stellen dat de gevende partij in een zorgrelatie op twee manieren zorg verleent: door te zorgen voor de ander en door zorgzaam te zijn. ‘Zorgen voor’ komt neer op het behartigen van de belangen van een ander. ‘Zorgzaam zijn’ gaat om de emotionele betrokkenheid bij de zorgontvanger. Goede zorg kenmerkt zich door beide componenten: er is zowel sprake van zorgende activiteit als van een zorgzame houding. Maar kunnen zorgrobots wel zorgzaam zijn? Neem de robot Kompaï, die mensen met mobiliteitsproblemen in ­verpleeg- en ziekenhuizen ondersteunt. Kompaï helpt ouderen onder meer om riskante looproutes te vermijden en het gebouw niet zomaar uit te lopen. Maar Kompaï is minder flexibel dan menselijke begeleiders: uitzonderingssituaties, waarin een afwijkende route wél geoorloofd is, herkent de robot niet zomaar. Menselijke verzorgers, daarentegen, blinken juist uit in empathie. Ze begrijpen eerder de specifieke noden van een zorgbehoevende – een gevoeligheid die bij robots ontbreekt en niet makkelijk aan te leren is. Wel bestaan er robots die specifiek ontworpen zijn om een schijn van empathie te wekken. Maar die schijn is vaak misleidend. Het laat ouderen denken dat ze met een robot, net zoals met een huisdier, een betekenisvolle relatie kunnen aangaan, terwijl die verwachting door de huidige zorgrobots niet kan worden waargemaakt. Robots kunnen de zorg ondersteunen, maar menselijke sturing blijft essentieel. Het ontbreekt de huidige zorgrobots aan de human touch: ze zijn niet menselijk genoeg om menselijke zorgverleners te vervangen.