Home Tijd Innerlijke tijd is niet te meten
Tijd

Innerlijke tijd is niet te meten

Door Jannah Loontjens op 27 februari 2018

Innerlijke tijd is niet te meten
Cover van 03-2018
03-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

Bepaalt de klok de tijd? De Franse filosoof Henri Bergson laat zien dat de werkelijke tijd zich diep in onszelf afspeelt.

Jannah Loontjens bespreekt de filosofen die haar aan het denken hebben gezet

Fotografie: Martin Dijkstra

De afgelopen jaren werkte ik aan een roman, die in februari 2018 verscheen. In deze zin noem ik al twee tijdsbepalingen: ‘de afgelopen jaren’ en ‘februari 2018’. Als we het hebben over literatuur en tijd, kunnen we niet om de naam Henri Bergson heen. Deze Franse filosoof, die begin vorige eeuw over tijdsbeleving schreef, verplaatste de aandacht van het objectieve naar het subjectieve, van de uiterlijke observatie naar de innerlijke beleving. Tijd – als duur (la durée) – was niet zomaar meetbaar, meende hij, want tijd is altijd gerelateerd aan je ervaring. Bergson richtte zich op de persoonlijke tijdsbeleving, en het is precies die beleving die vele schrijvers in hun romans trachten te vangen. 

Zolang je leeft ben je in de tijd, maar zodra je sterft, houdt de tijd voor jou op, ook al blijft je lichaam nog in ruimtelijke zin bestaan. Tijd is volgens Bergson dan ook van geheel andere aard dan ruimte. Nog te vaak zou tijd benaderd worden alsof die net als ruimte gemeten kan worden, meende Bergson. In de ruimte kun je bijvoorbeeld objecten van dezelfde ruimtelijke grootte naast elkaar plaatsen en tellen, maar met tijd kun je momenten niet zomaar naast elkaar plaatsen. ‘We herhalen nogmaals’, schrijft Bergson in zijn boek Tijd en vrije wil, ‘dat een moment in de tijd niet kan worden bewaard om zich aan andere momenten toe te voegen.’ Zodra je tijd gaat tellen of meten, worden momenten ofwel geabstraheerd, ofwel je spreekt van een ‘veelvoudigheid van de bewustzijnsfeiten’, wat zoveel wil zeggen als dat er symbolische voorstellingen bedacht moeten worden voor de momenten, opdat ze geteld kunnen worden.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

WATERVERFVLEK

Er is natuurlijk een tijd van de klok, van de timer, de wekker – dit zijn meetinstrumenten die werken door te tellen –, maar onze echte tijdsbeleving heeft volgens Bergson niets met die meetbaarheid te maken. ‘De toestanden diep in het bewustzijn hebben op zichzelf beschouwd geen enkele relatie met kwantiteit; ze zijn zuivere kwaliteit, en ze vermengen zich zodanig met elkaar dat we onmogelijk kunnen zeggen of ze één dan wel verscheiden zijn, en we ze zelfs niet vanuit dat gezichtspunt kunnen bestuderen zonder ze meteen in hun natuur aan te tasten. De duur die ze aldus creëren, is een duur waarvan de momenten geen numerieke veelvoudigheid vormen.’

Je kunt als mens wel over tijd nadenken, maar je kunt er nooit buiten stappen. De werkelijke tijd speelt zich binnen in jou af, in je beleving ervan, die nooit zomaar lineair is en zich niet aaneenrijgt als kralen aan een ketting. Tijd is een vloeiende waterverfvlek van simultane, in elkaar overgaande momenten; herinneringen kleuren hoe we het heden zien, ze gaan in het nu over en bepalen hoe we over de dingen denken en voelen. We bevinden ons altijd in dat verglijdende heden, waar zowel herinneringen als verwachtingen doorheen stromen, alsook hoop, verlangens en angsten voor wat er komen gaat.

Literatuur is de kunstvorm bij uitstek die de complexiteit en de gelaagdheid van de tijdsbeleving kan representeren. Bergsons inzichten werden dan ook omarmd door zijn literaire tijdgenoten Virginia Woolf, Marcel Proust en William Faulkner. Dat Bergson zich richtte op de innerlijke beleving, in plaats van op de uiterlijke verschijning, sloot goed aan bij de wending die de literatuur destijds nam. Evenals Bergson reageerden de schrijvers op een al te zakelijk realisme, waarin bijvoorbeeld het voorkomen van een welgestelde heer, zijn handelingen en tegenslagen minutieus werden beschreven, maar waarin de complexiteit van de innerlijke beleving, de twijfels, onzekerheden en verwarringen, amper aan de orde kwamen. Virginia Woolf noemde dit een ‘materialistisch’ realisme. Woolf was op zich niet tegen werkelijkheidsbeschrijvingen, maar volgens haar was de diffuse, onnavolgbare werkelijkheid van de psyche realistischer dan het objectieve beschrijven dat tot dan toe voor realisme doorging.  

De voortdurende meerstemmigheid, het door elkaar lopen van tijden, van vroegere angsten en tegenwoordige voornemens, van remmingen en gedachten die we hadden en waar we van terugkomen; die bewegende knoop van glibberige draden die zowel vooruit- als terugglijden en heen en weer kronkelen, die veelheid aan indrukken en stemmingen, trachtten de schrijvers door middel van het stijlmiddel van de stream of consciousness te vangen. Een stijlmiddel dat destijds nieuw was, maar sindsdien een veelvoorkomende schrijfwijze in de literatuur is.
 

WAANZIN

Hoewel een boek een zeker lineair verloop heeft – het begint op een bladzijde met een beginzin en werkt van daaraf naar een einde toe – kun je als schrijver binnen die begrenzing alle kanten uit. Een vluchtig moment kun je eindeloos oprekken, je kunt vooruit- en terugblikken, en tonen hoe die overpeinzingen actuele ervaring beïnvloeden. 

Als je schrijft, struin je door verschillende tijdsbelevingen. Er is de tijd van het schrijven, er is de tijd van het nadenken en dagdromen over het schrijven. Er is de historische tijd waarbinnen het verhaal zich afspeelt, de tijd en leeftijd van de personages, en er is de tijd die zij beleven, die in potentie oneindig is en die je als een god beheerst. Al schrijvend aan mijn roman was ik degene die over de tijdsbeleving van negen personages beschikte. Ik kan bekennen dat het overzien van al die verschillende tijdsbelevingen, die zich als draden in een weefpatroon kruisen en elkaar ontglippen, soms aan waanzin grensde. 

Maar er is ook nog de concrete, uiterlijke tijd, waarin de tekst naar de drukker gaat en als tastbaar boek in de winkel komt te liggen. Deze tijd is de tijd van het lichaam, van het materiële. Bergson benadrukt dat het lichaam zich in het heden bevindt, aangezien het heden datgene is wat ons actief beïnvloedt. Maar bij Bergson is niets zomaar afgebakend, want ook het verleden kan ons beïnvloeden, herinneringen kunnen bovenkomen en jaren later nog een gevoel van geluk of schaamte of twijfel oproepen. Op die momenten leent de herinnering de vitaliteit van een waarneming en wordt op dat moment opnieuw waargenomen, meent Bergson. Nu bevind ik mij in elk geval in het heden waarin mijn roman als materieel object van de drukker is teruggekomen: een compact pakketje vol fluïde tijdsbelevingen, waarvan de gedrukte woorden de toekomst in zullen reizen.