Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

donderdag 2 juli 2020

Hoe eenzaamheid gelukkig maakt

Tim Miechels

In Bespiegelingen over Levenswijsheid beschrijft aartspessimist Arthur Schopenhauer hoe we een gelukkig leven moeten leiden. En volgens filosoof en Schopenhauer-kenner Maarten Doorman hebben we veel aan die adviezen. ‘Het inzicht dat je van boeken vaak gelukkiger wordt dan van echte mensen is een troostrijke gedachte.’

 In de Bespiegelingen over levenswijsheid beschrijft Schopenhauer de kunst om zo aangenaam en gelukkig mogelijk te leven. Hoe is dit werk te rijmen met de pessimistische kant van zijn filosofie?

‘Er zit een merkwaardige paradox in de filosofie van Schopenhauer. Enerzijds komt zijn filosofie neer op het ontkennen van het leven, een radicaal metafysisch nihilisme. Dat is de Boeddhist in Schopenhauer die al het aardse ziet als een vergissing. Anderzijds vraagt hij zich af: kunnen we niet toch kijken hoe we met het aardse leven kunnen omgaan? En op die vraag geeft hij antwoord in Bespiegelingen over levenswijsheid. De basis daarvoor is het ethische principe van Mitleid, het herkennen van het feit dat andere individuen op dezelfde manier lijden als jij. Vanuit die gedachte beschrijft hij hoe we het beste met elkaar om kunnen gaan.’

Met elkaar? Maar volgens Schopenhauer zijn we in eenzaamheid het gelukkigst.

‘Schopenhauer is een misantroop, hij is geen liefhebber van de medemens. Hij zegt dat eenzaamheid twee voordelen heeft voor de ontwikkelde mens, namelijk: dat je in goed gezelschap verkeert en dat je niet met anderen samen bent. Die uitspraak heeft om te beginnen een biografische achtergrond. Schopenhauer vond zichzelf een genie maar hij had de pech dat mensen om hem heen dat niet zo zagen, waardoor hij sterk vereenzaamde. De filosofische achtergrond is dat volgens Schopenhauer alles dat bestaat gedreven is door een oerwil. Die wil is blind en die zorgt er alleen maar voor dat alles dat bestaat maximaal wil bestaan en het maakt helemaal niet uit of het ten koste van anderen gaat of niet. Vanuit die filosofische gedachte is het dus niet mogelijk om samen met anderen gelukkig te worden. Voor mij is dat een troostrijke gedachte: het idee dat je jezelf genoeg moet zijn, dat je moet streven naar autonomie als individu. Ook het inzicht dat je van boeken vaak gelukkiger kunt worden dan van echte mensen is een troostrijke gedachte.’

Schopenhauer schrijft ondanks die eenzaamheid wel over vriendschap. Vriendschap met een zekere afstand. Wat bedoelt hij met die afstand?

‘Schopenhauer wantrouwt vriendschap: meestal ben je bevriend uit egoïsme. Zoals hij het mooi samenvat: “vrienden noemen zich oprecht, vijanden zijn het.” Bovendien is een kwantitatieve toename van contact heel iets anders dan een inhoudelijk toename van contact. Whatsapp is bijvoorbeeld ontzettend makkelijk en vaak ook leuk, maar het maakt het contact soms ook oppervlakkiger. Ik ben nu bezig brieven op te ruimen van mijn moeder die onlangs is overleden. Daar zie ik een heel ander soort contact in, omdat je wel moet nadenken voor je iets schrijft, je kunt het niet meteen weer wissen. Dat beantwoordt aan dat beeld van Schopenhauer dat je afstand moet bewaren. Het is minder direct maar dat wil niet zeggen: het is minder intens.’

Schopenhauer laat zich in het boek meermaals negatief uit over reizen en toerisme. Waar komt deze negatieve houding vandaan?

‘Schopenhauer noemt twee soorten van reizen. Het ene komt voort uit nood, het ander uit overvloed. Vandaag de dag kun je zeggen: De vluchteling reist uit nood en de toerist uit overvloed. Die overvloed zorgt namelijk voor verveling: het verlangen naar verlangens. Dat reizen biedt een soort rusteloosheid aan waardoor je weer verlangens krijgt. Daarin word je volgens Schopenhauer onvermijdelijk weer teleurgesteld. Door Schopenhauers filosofie kun je je er dus iets sneller mee verzoenen dat je dit jaar niet die vliegreis kunt maken naar dat verre land en thuis moet blijven.’

Er heerst op dit moment een discussie over hoe wij ons moeten verhouden tot de duistere kanten van de ‘helden’ uit onze geschiedenis. Nu liet Schopenhauer zich regelmatig neerbuigend uit over onder meer vrouwen. Hoe moeten wij ons tot deze duistere kant van zijn denken verhouden?

‘Uiteraard moeten wij ons anders tegenover Schopenhauer verhouden dan eerder werd gedaan. De tijd verandert, onze inzichten veranderen en de samenleving verandert. Schopenhauer was uitgesproken misogyn en hoewel hij dat soms heel geestig verwoordde is dat helemaal geen fijne kant van zijn filosofie. Als je nu onderwijs zou geven over Schopenhauer dan is dat wel iets dat je moet bespreken, maar wat je dan ook moet bespreken is dat zijn blik op vrouwen geen reden is om heel zijn filosofie dan maar weg te gooien. Dat probleem zie je eigenlijk ook in de discussie over standbeelden. Er is geen one size fits all oplossing voor dit probleem. Je kunt niet zeggen: alle standbeelden van mannen die zich dubieus hebben gedragen, die flikkeren we in zee. Dan maak je het verleden onbegrijpelijk en dan maak je ook de misdaden van het verleden onbegrijpelijk.’