Home Heidegger en zijn kinderen

Heidegger en zijn kinderen

Door Ivo Slangen op 13 maart 2013

06-2003 Filosofie magazine Lees het magazine

De intellectuele pupillen van Heidegger worstelden met zijn bewondering voor het Derde Rijk.

‘Laat je niet leiden door ideeën en doctrines. De Führer is de enige Duitse realiteit, en haar wet.’ Zo sprak de Duitse filosoof Martin Heidegger als rector aan de universiteit van Freiburg, waar hij in 1933 door de nazi’s was aangesteld. Heidegger begon zijn colleges iedere ochtend zelfs met ‘Heil Hitler!’. Een politieke misvatting zou je kunnen denken, die de persoon Heidegger heeft beschadigd, maar zijn filosofie niet in diskrediet brengt.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Veel intellectuelen die de filosoof bewonderden of schatplichtig waren aan zijn leer, hebben deze manoeuvre gemaakt, maar Heidegger zelf vertrouwde zijn leerling Karl Löwith in 1936 toe dat zijn ‘keuze voor het nationaal-socialisme uit de essentie van zijn filosofie voortkwam’.

Dat moet een flinke klap voor Löwith geweest zijn, net als Hannah Arendt, Hans Jonas en Herbert Marcuse één van de briljante joodse studenten van Heidegger in de jaren twintig. In Heideggers kinderen onderzoekt Richard Wolin hoe deze pupillen van Heidegger hun eigen leer probeerden te verzoenen met de kwade kiem in de filosofie van hun meester.

Achteraf gezien zijn er volgens Wolin aanwijzingen in Heideggers vroege filosofie te vinden voor zijn latere keuze voor het nationaal-socialisme. In het in 1927 verschenen Sein und Zeit toont Heidegger aan dat aan het menselijk bestaan allerlei gewoonten en vaardigheden, zoals stemmingen, gereedschappen en talen voorafgaan, die een rationele blik op de wereld niet mogelijk maken. Het feit dat de mens gesitueerd is in een omgeving kleurt het denken. Deze anti-rationele trek behelst volgens Wolin op politiek gebied een afwijzing van het liberale denken en haar universele pretenties en stelt er een volks particularisme tegenover.

Woord van berouw

Het is de vraag of Wolin niet te snel van het filosofische naar het politieke domein springt. Heideggers werk ademt een verheerlijking van de traditie uit en een romantische zucht naar heelheid waar een messianistische politiek als het nationaal-socialisme een vruchtbare voedingsbodem in vindt. Maar het één volgt niet logisch uit het ander. Sein und Zeit handelt over de individuele existentie van de mens en onderzoekt de stemmingen die zijn houding tot de wereld bepalen. Naast de geworpenheid van de mens, wijst Heidegger op de mogelijkheid tot zelfrealisatie. Dat hij met zijn oproep tot een oorspronkelijker leven doelt op de traditionele volkse mentaliteit en niet op de liberale grootsteedse burger, blijkt uit biografische details en persoonlijke ontboezemingen, maar niet uit Sein und Zeit zelf.

Vernietigender dan heel zijn filosofische oeuvre bij elkaar is het feit dat Heidegger nooit afstand heeft genomen van zijn nazi-sympathieën. Dat is waar al zijn leerlingen op hoopten – een woord van berouw. Maar de meester zweeg.
 

Heideggers kinderen: Hannah Arendt, Karl Löwith, Hans Jonas en Herbert Marcuse, door Richard Wolin, uitg. Atlas, Amsterdam 2003, 351 blz., € 24,90