Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 9/2021

‘Geloof draagt altijd de kans op ontsporing al in zich’

Ivana Ivkovic
filosoof

Religieus geweld neemt toe. In zijn nieuwe boek buigt Hans Achterhuis zich over de vraag waar het vandaan komt en hoe de moderne maatschappij ermee moet omgaan.

Beeld Merlijn Doomernik

Het religieuze geweld manifesteert zich in onze wereld op een manier die we een paar decennia geleden niet voor mogelijk hielden, constateert Hans Achterhuis. De voormalige Denker des Vaderlands en emeritus hoogleraar filosofie aan de Universiteit Twente schreef daar een boek over: Geloof in geweld, waarin hij onderzoekt op welke manier religies verbonden zijn met geweld en waarom ze kunnen ontsporen in vijanddenken en bloedvergieten.

‘Het gaat mij met name om fundamentalistische stromingen die hun eigen waarheid verabsoluteren en die bereid zijn om de wereld daarvoor in brand te zetten,’ zegt Achterhuis. Die fundamen­talistische stromingen lijken steeds talrijker te worden en beperken zich zeker niet tot organisaties zoals IS. Hij verwijst naar de christelijke evangelicals in de VS, waar de verbinding tussen geloof en geweld soms groteske vormen kan aannemen – Achterhuis vertelt over een machine­geweer dat op de markt is gebracht door een Amerikaanse wapen­fabrikant, versierd met een tekst uit een psalm. ‘De tekst prijst de Heer die de hand van de gelovige in de strijd leidt. Het wapen heet dan ook “de Kruisvaarder”.’ Zulke verwijzingen moeten toch serieus genomen worden, stelt Achterhuis; ze zijn meer dan holle retoriek.

In hoeverre is de toename van geweld in de wereld toe te schrijven aan religies? Is de wereld niet sowieso gewelddadiger geworden?
‘Ik wil helemaal niet religie als “schuldige” aanwijzen. Er zijn vaak meerdere redenen te vinden voor toenemend geweld. Sigmund Freud noemt dat “overdeterminering”: mensen hebben vaak meer dan één motief voor hun handelen. Er is doorgaans ook een politiek conflict, een wij-zijtegenstelling, maar religie kan de bestaande tegenstellingen versterken en zelfs nieuwe oproepen, en de rol van religie in conflicten neemt in de afgelopen jaren toe. Zo was de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog in de jaren vijftig en zestig niet religieus gemotiveerd, maar religie speelt duidelijk wél een rol in de Algerijnse Burgeroorlog in de jaren negentig, en in de huidige oorlog in Syrië. De tegenstellingen in het Midden-Oosten zijn door religie verscherpt, en zaken die vroeger vanzelfsprekend waren, zijn onmogelijk geworden. Vrienden van mij gingen in de jaren zeventig met hun kinderen een wereldreis maken. Ze reisden met hun busje door de Sahara, en verder naar het Oosten, en een van de mooiste ervaringen was hun aankomst in Kabul. Zoiets is nu ondenkbaar. De Libanees-Franse schrijver Amin Maalouf stelt dit aan de orde in zijn recente boek Schipbreuk der beschavingen. De wereld uit zijn jeugd, waarin soennitische en sjiitische moslims, koptische en maronitische christenen en joden naast elkaar leefden, is in vlammen opgegaan.’

Waarom verscherpt religie de tegenstellingen die lange tijd niet zo’n beslissende rol leken te spelen?
‘Ogenschijnlijk is het een terugkeer naar de traditie, en zo leggen ook de gelovigen zelf het vaak uit. Desondanks is een dergelijke terugkeer gebaseerd op een opvatting van het geloof die eigenlijk heel modern is, namelijk dat geloven een kwestie is van persoonlijke keuze. Vroeger groeide je op in een religie en een traditie. Maar wanneer je het geloof ziet als iets waarvoor je kiest, dan is dat ook een keuze die je hebt te verantwoorden; je kiest dan één waarheid boven alle andere. Je bent ook eerder geneigd om je keuze te verdedigen tegenover anderen, om hen te bekeren, of te bestrijden, als ze niet in jouw waarheid geloven. Dat is typisch modern. Toen ik nog theologie studeerde, ging ik met een vriend wandelen op het Griekse schiereiland Athos, een monastieke staat waar veel orthodoxe kloosters zijn gevestigd. Ik hoopte met de monniken over het geloof te praten – voor zover dat in het Engels kon – en ik was heel verbaasd toen bleek dat ze daar totaal geen interesse in hadden. Ze waren gewoon praktiserend. Dat is een groot verschil met de moderne opvatting. De Vlaamse filosoof Marc de Kesel schrijft in zijn boek Goden breken dat Bin Laden in die zin uiterst modern is, want hij maakte een keuze om moslim te zijn.’

Wordt het geloof door die moderne opvatting eerder gewelddadig?
‘Ja. Maar dat wil niet zeggen dat de oude religies geweldloos waren. Met de opkomst van monotheïsme verandert wel de vorm van het geweld. Heel oude vormen van geweld, zoals mensenoffers, worden uitgebannen. Tegelijkertijd maakt monotheïsme nieuwe vormen van geweld mogelijk. Want geloven in één God veroordeelt het geloof in alle andere goden als afgoderij. De egyptoloog Jan Assman stelt dat met de opkomst van het monotheïsme ook het onderscheid tussen het ware en het valse geloof de wereld in komt. Het gaat eigenlijk om een nieuw waarheidsbegrip – er is maar één waarheid, er kunnen niet meerdere waarheden naast elkaar bestaan. Assman laat zien hoe monotheïsme daarom van meet af aan de wereld wil veranderen, en vaak gaat dat hand in hand met geweld. Mensen blijken bereid in naam van die ene waarheid anderen te doden of zelf daarvoor te sterven – martelaarschap is ook een monotheïstisch fenomeen. De mogelijkheid van geweld is van meet af aan aanwezig, en daarom is het gevaarlijk wanneer het geloof zich verbindt met politieke macht. Dit zie je ook in de geschiedenis van het christendom. In het begin werden de christenen zelf om hun geloof vervolgd, maar zodra christendom in het Romeinse Rijk door Constantijn werd erkend, begint de vervolging van de ketters – in dit geval de donatisten – want dat zijn geen échte christenen.’

‘Bin Laden is in feite een uiterst moderne gelovige’

Dat schetst een heel negatief beeld van het geloof.
‘Het is heel dubbel. De oproep om voor de “ware” God te kiezen staat boven stam­verbanden en de traditie, en maakt juist een kritische houding mogelijk. Geloof overstijgt de cultuur en de oude wij-zijtegenstellingen, en brengt een belofte van vrede en verzoening. Gelovigen zijn allen kinderen van de ene God. Ivan Illich, een filosoof en theoloog die ik als een van mijn leermeesters beschouw, zegt dat het christendom misschien het beste is dat de mensheid ooit is geschonken, maar dat het ook geperverteerd kan worden tot het ergste wat er is. Hij heeft zijn hele leven lang met die spanning geworsteld; hij was aanvankelijk priester, maar hij werd uit zijn ambt ontzet vanwege opvattingen die niet bij de officiële leer pasten. Hij heeft nooit helemaal afstand gedaan van het geloof, maar hij waarschuwt wel voor het gevaar van dogmatisme. Ik probeer diezelfde spanning te begrijpen: hoe kunnen de mooie woorden van Jezus of Jesaja omslaan in geweld naar andersdenkenden?’

Voert het hedendaags fundamentalisme dat dogmatisme tot het uiterste door?
‘Fundamentalisme stelt de interpretatie van het geloof vast, en het merkwaardige is dat daardoor de fundamentalisten juist niet geïnteresseerd zijn in bijbelstudie. Margaret Atwood heeft hier in haar roman The Handmaid’s Tale een goed oog voor. In deze roman zijn de Verenigde Staten omgedoopt tot Gilead, een totalitaire staat waarin vrouwen ondergeschikt en gedienstig zijn aan mannen. Je krijgt het idee dat mannen aan de macht zijn op grond van de Bijbel, maar de vrouwen mogen niet zelf de Bijbel lezen. Atwood heeft goed gezien dat in een christen-fundamentalistische samenleving de Bijbel in zekere zin achter slot en grendel ligt opgesloten. Want in die verhalen kun je ook een heel andere betekenis vinden, die de fundamentalisten helemaal niet goed zou uitkomen. Zo stamt een vernederend bevruchtingsritueel in Gilead regelrecht uit het verhaal van Jacob en Rachel, maar als vrouwen zelf de Bijbel zouden mogen lezen, zouden ze ook kunnen ontdekken dat Rachel in dat verhaal niet slechts een “broed­machine” is. Jacob blijkt een grote liefde voor haar te koesteren. Het gaat niet alleen om de overheersing en het beschikken over een vrouwelijk lichaam. Hij heeft veertien jaar moeten werken om uiteindelijk met Rachel te mogen trouwen. Deze waarheid mag kennelijk niet in Gilead gehoord worden. Ik vind dat kenmerkend voor de manier waarop fundamentalisme met de waarheid omgaat.’

Is een dergelijke ontsporing dan nog geloof te noemen?
‘Ik wil laten zien dat het geloof van meet af aan de mogelijkheid van ontsporing in zich heeft. In antwoord op het terrorisme en de wreedheden van IS benadrukte president Obama de vreedzame natuur van de islam. In politiek opzicht begrijp ik zijn standpunt, ik begrijp waarom hij de islam niet de schuld geeft, maar tegelijkertijd vind ik ook dat hij als buitenstaander niet kan bepalen wat de echte islam is. Dat kunnen de gelovigen zélf bepalen, en daar zitten ook gewelddadige kanten aan. Maar ik verzet me ook tegen het andere uiterste – tegen een atheïstische kritiek die het geloof alleen maar als gewelddadig en fundamentalistisch bestempelt. Paul Cliteur, bijvoorbeeld, vertegenwoordigt die positie; hij stelt dat de echte gelovigen de religieuze teksten letterlijk nemen. Als je dat niet doet, ben je geen echte gelovige. Zover wil ik niet gaan.’

‘Met het monotheïsme komt ook het onderscheid tussen het ware en het valse geloof de wereld in’

Welk antwoord op het religieuze geweld heeft de moderne maatschappij?
‘Mijn antwoord is heel traditioneel: de scheiding van kerk en staat. Laat de gelovigen vrij in hun geloof, maar ze moeten hun waarheid niet opleggen aan anderen.’

Hoe kan iemand oprecht geloven in een waarheid en die overtuiging niet uitdragen?
‘Dat is een geweldige spanning. Maar de moderne samenleving vereist om die spanning uit te houden, en dat is iets wat we moeten leren. In een eerder boek, dat ik met Nico Koning schreef, had ik het in dit verband over “de kunst van het vreedzaam vechten als een moderne, democratische verworvenheid”. Ik wil het geloof daarmee niet veroordelen tot de binnenkamer. Als een vrouw beslist dat ze een hoofddoek wil dragen, moet ze dat kunnen beslissen, vind ik. Maar ik vind het net zo belangrijk dat als een vrouw beslist om de hoofddoek niet te dragen, ze niet wordt vervolgd door haar geloofsgenoten. Ik zou geloof op geen enkele manier willen verbieden, want dan zeg je dat God helemaal niets te maken heeft met de maatschappij en de publieke ruimte. Waar die grens precies moet liggen, vind ik lastig. Maar ik probeer dat ook niet te bepalen voor religie in het algemeen, ik concentreer me op het geweld. En daarvan kun je zeggen: met geweld je eigen waarheid aan anderen opleggen, dat moet in elk geval niet. Met Hannah Arendt, die voor mij een heel belangrijke denker is, pleit ik voor pluralisme, voor verschillende gezichtspunten en opvattingen die naast elkaar bestaan en moeten kunnen bestaan in het publieke domein.’

Biedt het geloof ook de mogelijkheid om meer gewelddadige kanten om te buigen naar meer vreedzame kanten?
‘Natuurlijk, die mogelijkheid hoort erbij. Het is niet zo dat een religie mooi begint en dan verder aftakelt naar geweld. Maar het is aan de gelovigen om die invulling te geven. Dat kan ik niet doen, en ik ben ook niet iemand die graag eindigt met een goede aanbeveling. Vandaar dat ik nogmaals herhaal: de mogelijkheid dat het heel negatief en gewelddadig uitpakt bestaat van meet af aan, en al helemaal zodra er macht in het spel komt. Daarom is het belangrijk om vast te houden aan de scheiding van kerk en staat.’

Geloof in geweld
Hans Achterhuis
Lemniscaat
472 blz. | € 29,99