Er is iets mis met de publieksfilosofie, vindt Paul Cobben, emeritus hoogleraar filosofie aan Tilburg University. Als jurylid van de Socratesbeker voor beste Nederlandstalige filosofieboek van het jaar zag Cobben (1951) jarenlang vele publieksfilosofische boeken langskomen. En keer op keer zag hij daarin iets gebeuren wat de kenner van de Duitse filosoof Hegel mateloos irriteerde: auteurs paraderen met de uitspraken van grote filosofen om hun eigen woorden meer gewicht te geven. Cobben: ‘Als een grote filosoof iets gezegd heeft, lijkt het meteen belangrijk. Maar dat is onzinnig: het is helemaal niet belangrijk dát een grote filosoof iets gezegd heeft, het gaat erom wat er gezegd wordt. Dat Hegel een bepaald argument gebruikt, zal mij worst wezen. Het gaat niet om de filosoof, het gaat om de waarheid van het argument.’
Wat hebben we aan die filosofische waarheid?
‘Filosofie is een bastion tegen oorlog. Kijk bijvoorbeeld naar de toestand in de wereld nu: de Trumps, Poetins en andere autocraten van deze wereld hebben lak aan de waarheid. Die mensen gaat het alleen om het recht van de sterkste. Maar als je niet naar waarheid zoekt, kun je meningsverschillen alleen met geweld oplossen. Dan krijg je oorlog. De vraag is dus: willen wij een wereld waarin het recht van de sterkste geldt? Het enige alternatief daarvoor is om gezamenlijk het gesprek aan te gaan op zoek naar waarheid.’
Is publieksfilosofie echt filosofie? Paul Cobben gaat er op woensdag 15 april 2026 over in debat met hoofdredacteur Coen Simon en filosofiedocent Eva-Anne Le Coultre in De Balie in Amsterdam. Klik hier voor meer info en tickets.
Maar er is toch geen filosoof die dé waarheid kan bieden?
‘Niemand kan claimen de waarheid in pacht te hebben. De filosoof moet streven naar waarheid en laten zien waarom dat belangrijk is.’
Dan is het toch zinvol om als publieksfilosoof aan mensen te laten zien hoe een grote denker als René Descartes zocht naar waarheid?
‘Maar waarom is Descartes een grote filosoof? Omdat zijn denken een schakel is geweest in het grote project van de mensheid, de eeuwenlange en eindeloze zoektocht naar waarheid. De waarde van zijn ideeën kan alleen maar bepaald worden in de context van die lange traditie.’
Maar het is toch bijna onmogelijk om de hele filosofische traditie te kennen?
‘Ja, dat is onmogelijk. Maar het is wel de eis die je moet stellen om jezelf filosoof te mogen noemen.’
Hoeveel echte filosofen hebben we dan?
‘Heel weinig.’
Wat bedoelt u eigenlijk met ‘de traditie’? Horen daar behalve de westerse filosofische traditie ook de oosterse, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse denktradities bij?
‘Dat is ook weer zo’n discussie. Veel mensen zeggen tegenwoordig dat de canon te westers is, dat het allemaal oude witte mannen zijn. Men gaat dan een nieuwe canon bedenken met mensen uit andere culturen, met een andere huidskleur en een andere seksuele voorkeur. Maar dan maak je waarheid tot een functie van een bepaalde cultuur, huidskleur of seksuele voorkeur.
Waarom behoren mensen tot een canon? Heeft iemand dat bedacht? Is er een machthebber geweest die heeft gezegd: nu ga ik eens een canon bedenken? Natuurlijk niet. Van de filosofen die tot de canon behoren is door de eeuwen heen gebleken dat ze steeds weer mensen inspireerden om creatief te denken. Niemand zal zeggen dat die canon vaststaat, zo werkt het niet. En nogmaals: een bepaalde filosofie is niet van belang omdat die geformuleerd is door een filosoof die toevallig tot de canon behoort, maar omdat die filosofie de waarheid benadert.’
Hebben postmoderne filosofen als Nietzsche en Foucault niet laten zien dat de waarheid afhankelijk is van je perspectief? Dan zouden we de traditie verrijken door er meer perspectieven in op te nemen.
‘Maar zo’n uitspraak is altijd in strijd met zichzelf. Als je zegt dat er verschillende perspectieven op de waarheid zijn, heb je het toch weer over dé waarheid. Bovendien: dat er verschillende perspectieven op de waarheid ontwikkeld worden, omdat nu eenmaal niemand de waarheid in pacht heeft, betekent niet dat de waarheid niet bestaat. Waarom zou je er anders nog naar zoeken?’
Moet je een filosofie echt door en door begrijpen, om er iets van op te kunnen steken?
‘Nee, dat geloof ik niet. Er zijn mensen die helemaal niets weten over filosofie, maar wel talent hebben om te filosoferen. Die kunnen zich verwonderen over de wereld en vanuit die verwondering bepaalde vragen stellen. Filosofie is ook niet voor een elite, voor een handjevol academici of een paar meesterdenkers. Ik juich het bijvoorbeeld toe dat filosofie ook op het vmbo onderwezen wordt.’
Maar zojuist zei u dat je de hele filosofische traditie moet kennen om jezelf filosoof te mogen noemen.
‘Als je creatief wilt filosoferen, moet je ernaar streven om de hele traditie te kennen. Er zijn nu zoveel mensen die zeggen: wat ik zeg is heel belangrijk, want ik ben filosoof, ik heb filosofie gestudeerd. Maar zelfs Immanuel Kant durfde zichzelf niet zo goed filosoof te noemen.
Het gaat er vooral om dat we situaties creëren waarin het denken een plek kan krijgen. Wat is dan een goede plek om te denken? Dat kan alleen in de vorm van een kleinschalige dialoog. Je leert zelf te denken doordat je respons krijgt op wat je zegt. Je kunt iemand dus helpen denken, door naar iemand te luisteren en te zeggen: als je dit zegt, spreek je jezelf daar en daar tegen – denk er nog eens over na.’
Even tussendoor …
Meer lezen over filosofie? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Noemt u zichzelf filosoof?
Cobben lacht. ‘Als ik nu ja zeg, heeft u me hè? Maar ik probeer aan die onmogelijke eis te voldoen, wetende dat ik dat nooit zal kunnen. Juist door deze eis te stellen, behoed je jezelf ervoor zomaar een “filosofische” waarheid te lanceren en die heilig te verklaren.’
