Home Psyche ‘Echte ellende is de waarheid van het leven’
Psyche Waarheid

‘Echte ellende is de waarheid van het leven’

Socrates zaagde zijn gesprekspartners door totdat hij op de waarheid stuitte. In de psychiatrie, stelt A. van Dantzig is waarheid altijd persoonlijk. ‘Daarom is er geen einde aan de analyse.'

Door Frank Meester en Maarten Meester op 22 november 2012

standbeeld Socrates
09-2001 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Stel, iemand die bij mij in analyse is, vertelt dat hij zijn vader een grote bek heeft gegeven. Dat was toch niet zo aardig van me, om die oude, zieke man zo te behandelen, bedacht hij zich op weg naar huis. Ik zou kunnen vragen: “Ben je je excuses gaan maken?” Dat doe ik echter niet omdat hij mij dan zou horen zeggen: Dit is een situatie waarin je excuses hoort aan te bieden. Daarom zeg ik er altijd bij: “Dit is geen morele vraag maar een echte vraag. Ik wil het echt graag weten. Je bent niet gegaan dus je had een dwingende reden om niet te gaan en die wil ik graag weten.”

In de psychoanalyse luistert de formulering van vragen uiterst nauw, zoveel wil A. van Dantzig hiermee zeggen. De psychiater moet dan ook niets hebben van Socrates’ vaak suggestieve of retorische vragen. ‘Socrates wist al wat hij wilde horen. Hij was niet werkelijk geïnteresseerd in de particuliere mening van zijn gesprekspartner. Het ging hem om universele, absolute waarheden. Dat vind ik een verderfelijke manier van denken die de hele beschaving heeft verpest. Het is niet voor niets dat de christenen Socrates en Plato omhelsden. Ze kregen zo een filosofische fundering voor hun absolute waarheden.’

Voor mij als psychoanalyticus is waarheid de werkelijkheid van denkbeelden van een persoon. Het is een individueel waardesysteem en een individueel betekenissysteem. Natuurlijk zijn er wel algemene verlangens en ideeën. We willen allemaal graag in leven blijven. We willen allemaal graag bij een gemeenschap horen. Maar een cultuur is meer. Die leert iets specifieks over die algemeenheden. Als Socrates zegt: “Wij Atheners, wij willen vrijheid”, is mij dat te makkelijk. Wie zijn die “wij”? Vanzelfsprekendheden die voor de rijke Atheners golden, golden niet voor slaven. Wij is een sociologisch vormsel, dat in de stof van je geest gaat zitten. Voor de psychoanalyse is het “ik” al niet vanzelfsprekend, laat staan het “wij”. Het woord “moeder” betekent voor u of voor mij iets anders. We hebben een gemeenschappelijk kern, maar de nimbus van betekenissen daaromheen is voor ieder mens verschillend. Psychoanalyse is het exploreren van een individueel universum van betekenissen, en dat vind ik het bijzondere eraan. De werkelijkheid onderzoeken van het gevoelsleven van mensen – dat was nog nooit gebeurd. Dat raakt aan de wortels van onze samenleving.’  

Slaan

‘Tachtig kinderen per jaar worden er in Nederland door hun ouders doodgemaakt en 80.000 worden er mishandeld. Door geestelijke en emotionele verwaarlozing is het micromilieu waar kinderen de cultuur opdoen vaak ook slecht. Daar zijn we zo laat achter gekomen omdat we nu pas daarnaar zijn gaan kijken. We zouden in ons wij-gevoel kunnen opnemen dat het belangrijk is dat we kinderen op een goede manier met de cultuur in aanraking brengen, ook in hun micromilieu. Dat heeft het christendom nooit kunnen bereiken, met zijn ideeën van een goddelijke oorsprong en al die vanzelfsprekende verklaringen van de toestand van de wereld. God was goed, dus zijn kinderen Adam en Eva moesten slecht zijn, waar kwam anders de ellende vandaan? Zo was ook het gezin goed, dus een vader die zijn kinderen sloeg was een slecht mens. Zo simpel was dat. Maar waarom hij die kinderen sloeg, dat vroegen ze niet. Terwijl dat de interessante vraag is.’

Socrates smokkelt dus absolute waarheden de cultuur in, terwijl de psychoanalyticus ze juist eruit probeert te smokkelen. Maar zoekt de psychiater niet samen met de patiënt naar een individuele waarheid? En zo ja, wat is die waarheid dan?
‘Het woord “waarheid” gebruikt Freud een paar keer, ik heb dat zelf ook wel gedaan. Het gaat Freud er niet om mensen gelukkig te maken, maar om neurotische ellende door echte ellende te vervangen. En echte ellende is de waarheid van je leven. Mensen zijn gespleten wezens: ze willen doen wat ze zelf willen én erbij horen. Dat gaat niet goed samen. Geen enkel groepsdier slaagt daarin. Neem nou apen. Die houden de hele dag de leider in de gaten. Als hij kijkt gedragen ze zich onderdanig. Als hij even niet kijkt neuken ze zijn vrouwtjes.’

‘Het verschil tussen mensen en dieren is dat wij in staat zijn om via onze lange kindertijd geboden en verboden te internaliseren. Wij worden geïndoctrineerd zodat wij geloven in de waarden die nodig zijn om erbij te horen. Wij denken niet meer: ik wil wel stelen, maar ik doe het niet. Wij geloven echt dat we niet willen stelen.’

‘Stel, we praten over het celibaat. Jij vindt dat het hoogste wat er is. Tegelijk kom je bij mij langs omdat je ongelukkig bent. Ik stel je vragen en probeer zo uit te vinden of het werkelijk jouw wens is om van de seks af te blijven of dat je je moeder daarmee gelukkig wilt maken. Misschien is de waarheid dat als je moeder niet gezegd had: mijn liefste wens is dat een van mijn kinderen priester wordt, het gevoeligste zoontje nooit had gedacht: dan zal ik dat voor mamma doen.’  

Absolute waarheid

‘Alleen heeft die moeder weer een ander verhaal: Ik heb zo’n verschrikkelijke jeugd gehad. Ik deed ontzettend mijn best om mijn kind gelukkig te maken maar hij was altijd ontevreden. Doet dat verhaal van de moeder er toe als je de zoon in behandeling hebt? Het is mogelijk dat de zoon tevreden is met het verhaal dat zijn moeder een kreng is. Toch zou het mooier zijn als hij de moeder ook begreep. Dan kan hij zijn eigen verhaal passender maken. Nog mooier zou het zijn als zijn moeder haar moeder weer begreep, enzovoort. Er is geen einde aan de analyse omdat die over de werkelijkheid gaat. De waarheid is dat je je echte verlangen onderkent. De psychoanalyticus moet uitzoeken welke ik aan het praten is. Degene die erbij wil horen, of degene die doet wat hij wil. Dat is in grote lijnen het doel van een analyse. Je hoeft niet aan het verlangen toe te geven maar je moet het wel weer voelen als een verlangen. Bij een geslaagde analyse staat de patiënt reëler in het leven.’

‘Als ik mijn werk mag rechtvaardigen, zou ik zeggen dat ik niet probeer om ideale mensen te maken – dat kan ik helemaal niet – maar dat ik probeer lijden te verminderen. Dat is individueel nuttig, en het is waarschijnlijk ook maatschappelijk nuttig. Het lijkt mij veel beter om het lijden op te lossen dan het goede te bewerkstelligen. Het is in elk geval gemakkelijker. Er is meer overeenstemming over wat lijden is, terwijl het heel moeilijk is te zeggen wat het goede leven inhoudt. Ik vind het veel belangrijker dat er geen mishandelde kinderen zijn dan dat we mensen oproepen tot grote idealen als vrijheid.’

Het gaat in de psychoanalyse dus niet zozeer om dé waarheid te vinden, maar eerder om de constructie van een verhaal waarmee de patiënt verder kan leven. Is de psychoanalyse dan eerder sofistisch dan socratisch?
‘Als ik moest kiezen tussen Socrates en de sofisten zou ik sofist zijn. Maar daarbij wil ik wel opmerken dat – als ik het dan toch over waarheid moet hebben – de grote waarheden relatief zijn, en de persoonlijke waarheid absoluut is.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.