‘Niemand weet genoeg om zich zorgen te maken’
Ik bewonder mensen om de wijze waarop hun geest problemen creëert. Deze bewondering geldt ook voor mijn eigen brein. Op de meest onverwachte momenten produceer ik een gedachte die zo vergezocht is dat het kunst is, op het niveau van de vlinder die verantwoordelijk is voor een tornado: het zogenaamde butterfly-effect.
Bij mijn patiënten voltrekt de verbeelde ramp zich vaak op interpersoonlijk vlak: hele saga’s worden opgetuigd over hoe anderen denken, zich voelen en handelen. Een onbeantwoord berichtje, een schouderophalen, een matte toon – alles kan de verbeeldingskracht op volle toeren laten draaien.
Een patiënt, een jonge man werkzaam in de financiële wereld, vertelt me regelmatig over zijn valse collega’s: steken onder water, giftigheid tussen de regels door. Als ik doorvraag, lijken het vaak vrij neutrale interacties te zijn. Ik schrijf nadrukkelijk lijken, ik ben er niet bij, ik hoor de toon niet. Misschien heeft hij gelijk en zitten er secreten tussen. Maar omdat we ook met valse secreten moeten samenleven, vraag ik hem toch stil te staan bij de realiteit van zijn ervaring. Terwijl we de interacties ontrafelen, lijkt hij het een en ander toe te voegen aan zijn directe ervaring, waarmee hij de desbetreffende collega nogal duistere motieven toeschrijft. Hij weet dat ze ‘zo’ is, dat er achter haar vriendelijke voorkomen iets verziekends schuilt. Bovendien is hij niet de enige die dit vindt, anderen kunnen deze persoon ook niet luchten.
No one knows enough to worry: niemand weet genoeg om zich zorgen te maken. Dat zijn de woorden van Terence McKenna (1946-2000), een Amerikaanse etnobotanicus en mysticus. Volgens McKenna betekent je zorgen maken dat je kennis hebt die deze zorgen gegrond maakt, wat meestal niet het geval is. Je gedragen alsof dat wel zo is, is een vorm van hoogmoed.
In zijn boek Een wereld verschijnt onderzoekt journalist en filosoof Michael Pollan de aard van het bewustzijn. Hij vraagt daarbij of planten bewustzijn hebben, als we bewustzijn definiëren als receptiviteit: het vermogen om te reageren op de omgeving en je doelgericht aan te passen. Planten weten precies wat ze moeten weten om zich te gedragen zoals ze zich gedragen. We hebben planten echter nog nooit kunnen betrappen op nadenken over zichzelf. Een plant piekert waarschijnlijk niet wanneer er iets misgaat.
Omdat wij mensen wel zelfbewust zijn – we kunnen nadenken over onszelf en wat er met ons is gebeurd, over hoe we die ervaring kunnen voorkomen of juist herhalen – beseffen we ook hoeveel we niet weten. Met name als het gaat om andere mensen: geen groter zwart gat dan de Ander. Omdat er weinig is waar een mens slechter tegen kan dan onzekerheid, draait onze fantasie op volle toeren.
De Amerikaanse meteoroloog Edward Lorenz ontdekte dat extreem kleine veranderingen in de begintoestand van weermodellen, zoals de vleugelslag van een vlinder, tot totaal verschillende resultaten kunnen leiden, zoals een storm in plaats van zonneschijn. Dit fenomeen, het butterfly-effect, illustreert de chaostheorie: in complexe systemen kunnen kleine gebeurtenissen een kettingreactie veroorzaken die leidt tot grote, onvoorspelbare gevolgen.
Als het weer een complex systeem is, wat te denken van een mensenleven? En vooral levens waarin tijdens de vroege kindertijd daadwerkelijk sprake was van chaos: onvoorspelbare, afwezige of mishandelende opvoeders. Combineer dat met de vurige verbeeldingskracht van de mens op zoek naar houvast, en zie het pallet aan mogelijke uitkomsten: van tornado tot zonneschijn, of van haat tot liefde.
No one knows enough to worry – een gedachte die landt wanneer iemand de waanzin van deze neiging in volle omvang tot zich laat doordringen, en de chaos van het sociale verkeer leert verdragen.
De gevalsbeschrijvingen uit deze rubriek zijn nooit herleidbaar tot een bestaande patiënt of oud-patiënt.

