Home De schoonheid keert terug

De schoonheid keert terug

Door Florentijn van Rootselaar op 05 maart 2013

01-2003 Filosofie magazine Lees het magazine

Vraag Danto naar het ontstaan van zijn filosofie en hij noemt het schuursponsje van Brillo. Brillo was de naam van het sponsje dat ‘naar men beweerde, bijzonder goed in staat was om aluminium pannen glanzend schoon te krijgen’. De Brillo-doos werd in 1964 nagemaakt door Andy Warhol en meteen geëxposeerd. Een schandaal.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Een gebruiksvoorwerp, een erg ordinair gebruiksvoorwerp – en zelfs niet meer dan de verpakking –  werd tentoongesteld als kunst. In de bundel met essays, De komedie van de overeenkomsten, legt Danto uit dat in de al eeuwen durende geschiedenis van de kunst de jaren zestig een keerpunt vormenden. Toen werd duidelijk dat alles de mogelijkheid in zich bergt om kunst te zijn.

De Brillo-doos kan pas als kunst begrepen worden na 1960, zegt  Danto. Kunst is niet tijdloos. Dat betoogt hij door een gedachte-experiment. ‘Voor het omslag van mijn boek verving Russel Connor, vindingrijk schilder als hij is, het lijk uit de beroemde anatomische les van Rembrandt door de Brillo-doos, zodat het is alsof de gretige zeventiende-eeuwse toehoorders van Dr. Tulp aan het luisteren zijn naar een verhandeling over avant-garde kunst uit het midden van de twintigste eeuw.’ De toehoorders zouden het niet begrepen hebben, concludeert Danto. Zij waren nog niet rijp voor de gedachte dat alles een kunstwerk kon zijn.

Danto leunt zwaar op de filosofie in zijn kunsttheorie. Het Brillo-doosje kon door de naïeve beschouwer van de kunst nooit als kunst worden gezien. Daarvoor is het noodzakelijk om te weten hoe zo’n serieproduct zich verhoudt tot de filosofie van de kunst waarin schoonheid en uniciteit de hoofdrol spelen.

Bekende kritiek op Danto is dat hij zijn kunsttheorie te veel baseert op Warhols kunst, en te weinig aandacht besteedt aan de schoonheid die in de hedendaagse kunst toch nog steeds een rol speelt, of dat in ieder geval zou moeten doen volgens het publiek. Danto belooft helemaal aan het eind dat hij zich daar mee bezig zal gaan houden. Nu hij voldoende afweerstoffen heeft opgebouwd tegen de kunstfilosofie die alleen maar schoonheid ziet, wil hij zich daar weer aan wagen. Het is de vraag of Danto (1924) – die zich altijd heeft verzet tegen de schoonheid in de kunst – zich aan dat voornemen houdt. Maar als het gebeurt, dan is het niet alleen een radicale breuk met zijn denken, maar hopelijk ook een nieuwe weg voor de filosofie van de kunst. Een terugkeer naar de schoonheid.

De komedie van de overeenkomsten, door Arthur Danto, inl. Frank Ankersmit, vert. Wessel Krul, Historische uitgeverij, Groningen 2002, 352 blz., € 24,95