Home Economie Paul Verhaeghe: ‘Een grenzeloze wereld is een onveilige wereld’
Economie

Paul Verhaeghe: ‘Een grenzeloze wereld is een onveilige wereld’

Door Marnix Verplancke op 25 september 2026

psychoanalyticus Paul Verhaeghe auteur van het boek Grenzeloos
beeld Saskia Vanderstichele

Groei is een doel op zich geworden, ziet Paul Verhaeghe. Daardoor lopen we op alle mogelijke manieren tegen de grenzen van onze wereld.

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

‘Niets is grenzeloos,’ zegt psychoanalyticus Paul Verhaeghe. ‘Je kunt het een natuurwet noemen. Neem bijvoorbeeld obesitas. Eeuwenlang heeft de mens voedseltekorten gekend. Daar is hier in het Westen grotendeels een einde aan gekomen, maar ons lichaam verlangt nog evenzeer naar suikers en vetten als toen. En dus eten sommigen overmatig veel, met allerlei welvaartsziektes zoals diabetes als gevolg. Zo zie je dat onze biologie ons herinnert aan de universele ethische regel: alles met mate.’

Paul Verhaeghe (1955) is doctor in de klinische psychologie en emeritus hoogleraar aan de universiteit Gent. Daarnaast is hij praktiserend psychoanalyticus.

Kanker

In zijn nieuwe boek Grenzeloos betoogt Verhaeghe, onder meer bekend van zijn trilogie Identiteit, Autoriteit en Intimiteit, dat onze gerichtheid op groei en vooruitgang doelen op zich geworden zijn, en niet langer middelen zijn om een groter goed te verwerven. Daardoor zijn we volgens Verhaeghe op vele vlakken ontspoord geraakt en botsen we tegen de grenzen van de wereld. Je kunt daarbij denken aan klimaatopwarming, maar ook aan de roekeloze kapitaalaccumulatie van sommigen ten koste van vele anderen.

‘Ik heb de jaren zestig en zeventig nog bewust meegemaakt,’ vertelt Verhaeghe. ‘Groei betekende toen een comfortabeler leven voor iedereen. De lagere middenklasse kon met één loon een huis kopen, er kwam een koelkast en een tv, er werd centrale verwarming aangelegd. Dat type groei lijkt tegenwoordig wel verdwenen. Nu zie je superrijken die een jacht van een miljard kopen. Daar lopen we tegen de grenzen aan van rechtvaardigheid.’

Even tussendoor …

Meer lezen over filosofie? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

Hoe dichtbij grenzen kunnen komen, merkte Verhaeghe toen er in 2025 chronische lymfatische leukemie bij hem werd vastgesteld. Hij kreeg een vijftien maanden lange chemokuur voorgeschreven, gepaard met een quarantaine die aan de coronapandemie deed denken. Mensen gaan niet dood aan deze vorm van leukemie, had de oncoloog hem gezegd, maar wel aan longaandoeningen die eruit voortvloeien. ‘Kanker is groei zonder richting,’ zei zijn vriend en schrijver Roek Lips – grenzeloze, zelfvernietigende groei.

Matiging

Mensen streven al tweehonderdduizend jaar naar meer, zegt Verhaeghe. ‘Maar daartegenover staat een andere kracht, een morele. Elke ethiek is in wezen een pleidooi voor begrenzing, of het nu om die van Aristoteles, de Stoa of de epicuristen gaat. Ze pleiten allemaal voor matiging, en volgens mij is dat meer dan een willekeurige door de mens uitgevonden wet. We hebben hier te maken met een biologisch principe.’

Is matiging niet in strijd met het idee van de persoonlijke vrijheid om te doen wat je wilt?
‘Dat is vandaag de gangbare gedachte: iedereen kan doen waar hij zin in heeft. Terwijl dat een zeer onveilige en ethisch verwerpelijke wereld creëert, want het zet de deur open voor het recht van de sterkste, voor presidenten die menen rechten te kunnen claimen over het grondgebied van anderen, bijvoorbeeld. Er zijn begrenzingen nodig, en we moeten dat vroeg genoeg beseffen.

Ik heb vier kleinkinderen. Een van de medewerkers van de naschoolse opvang waar zij naartoe gaan heeft de reputatie streng te zijn, terwijl zij in mijn ogen gewoon duidelijk is. Nogal wat ouders hebben kritiek op haar aanpak, maar ik merk dat zij bijzonder gewaardeerd wordt door de kinderen. Ze creëert een sfeer van veiligheid, in tegenstelling tot opvoeders die alles toelaten. Kinderen opvoeden is een kunst die gepaard gaat met grenzen stellen. Je leert je kleuter dat die niet zomaar de straat op mag lopen, maar op de stoep moet blijven. En naarmate het ouder wordt geef je je kind meer vrijheid, leer je het voor zichzelf te denken en bestaande regels in vraag te stellen.

Vandaag de dag zie je echter opvoeders democratie onder kleuters bepleiten. Een kind moet de maximale vrijheid krijgen, want iedere sturing is dwingelandij. Waar eindigt dat? In ontspoord individualisme, waarbij hoger opgeleide jongvolwassenen zich gedragen als kleine kinderen die geen groenten en aardappelen meer willen eten, maar alleen wat ze lusten.’

Dan krijg je dus mensen die alleen nog aan zichzelf denken?
‘Precies. Ons grootste probleem is het verdwijnen van een collectief ideaal. Ik heb dat ook zien veranderen aan de universiteit. Mijn generatie was trots op de universiteit waar we werkten, en tegelijk verschrikkelijk kwaad, want er liep altijd van alles verkeerd. Maar onze identiteit werd mede door die universiteit bepaald, we streefden ernaar om die instelling op een goede manier te presenteren. De laatste tien jaar dat ik daar werkte, hoorde ik dat niet meer. Het enige waar mensen over spraken, was hun persoonlijke carrière.’

Wie bepaalt waar de grenzen moeten liggen?
‘Onze biologie en onze omgeving doen dat. We botsen tegen de grenzen van wat de aarde en ons lichaam aankunnen. Nu staan we voor een cruciale keuze: ofwel we begrenzen onszelf, of we laten dat over aan de aarde. Helemaal vrij zijn we daar als individu niet in. Verandering wordt gestuwd door maatschappelijke dynamieken waar niemand echt grip op heeft en waar we ook geen volledig beeld van hebben – maar we kunnen grosso modo wel voorspellen in welke richting het gaat.

De voorspellingen van klimaatwetenschappers zijn griezelig accuraat en dwingen ons richting een systeem waarin we keuzes maken: wat willen we nog laten groeien en wat moeten we begrenzen? Je merkt dat extreemrechts in Europa en Amerika de ecologische transitie probeert tegen te houden, maar dat zal niet lukken, vanwege de grenzen die de natuur ons oplegt. Deze politici zullen dat proces alleen vertragen, maar niet veranderen.’

Maar is begrenzing wel aan de man te brengen? Kijk bijvoorbeeld wat voor tegenstand het woord degrowth oproept.
‘Ik ben geen communicatiedeskundige, maar zelfs ik zie dat het woord degrowth bijzonder ongelukkig is gekozen. Natuurlijk willen de meeste mensen daar niet van weten. Het dekt de lading niet, want het gaat niet over inkrimpen, maar over wat we willen laten groeien en wat niet. Het gaat erom van onze economische groei opnieuw een middel te maken dat een collectief goed nastreeft, zoals beter openbaar vervoer, betere openbare voorzieningen en meer tijd voor zorg – kortom, een samenleving.’

Grenzeloos
Paul Verhaeghe
De Bezige Bij
216 blz.
€ 23,99

Loginmenu afsluiten