Filosofie is makkelijker als je denkt
‘De verbeelding is het machtigste vermogen van de mens’
Filosofie is makkelijker als je denkt. Maar kun je denken zonder je dingen te verbeelden? Een inleiding in de filosofie van verbeelding.
In een Schots meer leeft het monster van Loch Ness en in Noord-Amerika vrezen wandelaars oog in oog te komen staan met de harige Bigfoot. De meesten zullen deze folklore bestempelen als broodjeaapverhalen, maar er zijn veel mensen die daadwerkelijk geloven dat we de wereld delen met deze mythische wezens. Hoe komen deze mensen aan zo’n rijke verbeeldingskracht? Wat is verbeelding eigenlijk? En waar ligt de grens tussen verbeelding en werkelijkheid?
Mythische verhalen die onze verbeelding prikkelen zijn zo gek nog niet, meent de Duitse filosoof Ernst Cassirer (1874-1945). Volgens hem proberen we via zulke verhalen de wereld om ons heen te begrijpen. We denken vaak dat we de werkelijkheid op rationele wijze duiden, maar eigenlijk kunnen we de wereld alleen via onze verbeeldingskracht begrijpen, stelt Cassirer. We geven de wereld bijvoorbeeld betekenis met culturele symbolen, waardoor de grens verschuift tussen realiteit en fictie. Denk aan de Mexicaanse feestdag Día de los Muertos, waarvan men gelooft dat op die dag de zielen van overledenen weer tot leven komen. Het feest geeft mensen een manier om met de dood om te gaan, maar vervaagt tegelijkertijd het onderscheid tussen de doden en de levenden.
Verliest de mens zich in zijn eigen fantasie?
Het is een misvatting om de verbeelding tegenover de realiteit te plaatsen, meent ook filosoof Markus Gabriel (1980). Wat er wel of niet bestaat, kunnen we volgens hem alleen begrijpen aan de hand van het ‘zinveld’: de context waarbinnen objecten aan ons verschijnen. Fictieve entiteiten zoals het monster van Loch Ness of Bigfoot bestaan volgens hem wel degelijk, omdat ze binnen bepaalde culturen als reëel worden gezien; ze zijn onderdeel van hun zinveld.
Maar is het niet misleidend om verzinsels als werkelijk te beschouwen? Raken we niet in de war over het verschil tussen wat bestaat en wat verzonnen is? De Franse denker Blaise Pascal (1623-1662) waarschuwt dat de verbeelding ‘het machtigste vermogen van de mens is’, die onze geest gemakkelijk bedriegt. We bedenken de prachtigste verhalen over hoe de werkelijkheid in elkaar steekt om maar niet aan de misère van ons eindige bestaan te hoeven denken. Daardoor weten we niet meer wat waar of onwaar is. ‘Hoe luid de rede ook protesteert, zij is niet in staat om de waarde der dingen te bepalen,’ denkt Pascal.
Toch zullen we ons volgens de Duitse verlichtingsdenker Immanuel Kant (1724-1804) niet zo snel verliezen in waanideeën. Onze verbeeldingskracht is namelijk begrensd. Kant verwijst naar heftige natuurverschijnselen, zoals vulkaanuitbarstingen of verwoestende orkanen, die onze zintuigen overweldigen. Kant meent dat we het beeld van zo’n ramp niet volledig kunnen verwerken met onze verbeeldingskracht. ‘Het buitensporige is voor de verbeeldingskracht als het ware een afgrond waarin ze zichzelf vreest te verliezen.’ Daarom moeten we vertrouwen op onze rede om ons te helpen. Dankzij de rede kunnen we volgens Kant grip krijgen op gebeurtenissen die ons voorstellingsvermogen te boven gaan. De rede overstijgt onze verbeeldingskracht.
