Home Politiek Helmuth Plessner: politiek is een eeuwig probleem | recensie
Politiek

Helmuth Plessner: politiek is een eeuwig probleem | recensie

Door Emile Smits op 3 juli 2026

Helmuth Plessner aan zijn bureau in Groningen in 1939
Helmuth Plessner in 1939
Cover van
07-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
In de politiek geven we vorm wie we willen zijn, dacht de Duitse filosoof Helmuth Plessner. Helaas ligt geweld daarbij altijd op de loer.

Het is vast niet toevallig dat er juist in deze woelige tijden een Nederlandse vertaling van Helmuth Plessners politieke hoofdwerk Macht en menselijke natuur verschijnt. De verleiding om parallellen te trekken tussen het Weimar-Duitsland van 1931, toen het boek geschreven werd, en onze eigen tijd, is groot. Ook nu is er toenemende ongelijkheid, economische onzekerheid en een politiek van technocratische oplossingen die in scherp contrast staat met de boreale identiteitspolitiek van ‘eigen volk eerst’. Dat alles leidt tot een steeds lager vertrouwen in de politiek. ‘Hoe minder de politiek gerespecteerd wordt, hoe slechter ze wordt,’ is Plessners nog altijd actuele inzicht.

Lees dit artikel verder

Voor € 4,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

Helmuth Plessner (1892-1985) is een van de grondleggers van de filosofische antropologie, de discipline die zich bezighoudt met de vraag wat mens-zijn is. Plessners politieke filosofie is daarom niet gebaseerd op abstracte principes, maar op hoe mensen concreet samenleven. De politiek vindt volgens hem haar oorsprong in hoe de mens zich tot zijn omgeving verhoudt: de mens bepaalt steeds opnieuw wie hij is door het vreemde af te bakenen van het eigene. We doen dat op het niveau van ons eigen leven, van de groep en van de samenleving.

Omdat het onderscheid tussen ‘eigen’ en ‘vreemd’ centraal staat, lijkt het misschien of Plessner een soort identiteitspolitiek van wij versus zij onderschrijft. Maar het tegendeel is waar. Hij ontmaskert juist elke heldere tegenstelling als te makkelijk en eenzijdig: ‘Want het vreemde is het eigene, vertrouwde en “inheemse” in het andere en als het andere – we herinneren hier aan een inzicht van Freud – het unheimliche.’ Geen enkel onderscheid is helder. We verschillen minder van elkaar dan we willen en meer van onszelf dan we denken.

De mens is volgens Plessner ‘een open vraag die geleefd moet worden’. Omdat het vreemde in onszelf zit, vallen we niet zomaar met onszelf samen. Daarom moeten we door de geschiedenis heen steeds opnieuw de relatie tot onszelf bepalen. Dat maakt politiek een creatief proces waarin we samen vormgeven wie we willen zijn. Omdat dat proces nooit voltooid kan worden, is politiek volgens Plessner altijd dubbelzinnig. We zijn meer Nederlands en minder Nederlander dan we denken, we zijn meer dan alleen links of rechts. En we zijn net zo goed wij als zij. Voor de machtsrealist Plessner betekent politiek keuzes maken en die keuzes zullen altijd schuren.

Toeslagenaffaire

Plessner was zelf slachtoffer van een samenleving die het eigene verabsoluteerde. Vanwege zijn Joodse afkomst werd hij in 1933 ontslagen aan de Universiteit van Keulen. Hij kwam in Groningen terecht, ver weg van de Duitse academische wereld. Het is een van de redenen waarom Plessner minder bekend is bij het grote publiek dan zijn tijdgenoten Martin Heidegger en Theodor Adorno. Een andere reden is Plessners doorwrochte en precieze stijl. ‘U bent het publiek vergeten,’ merkte Edmund Husserl, een van Plessners leermeesters, op na het lezen van zijn proefschrift.

Het is daarom een nauwelijks te overschatten prestatie dat Plessner in het Nederlands nu leesbaarder is dan ooit. De heldere vertaalkeuzes maken Plessners kernbegrippen tastbaar en intuïtief begrijpelijk. Dat unergründlich is vertaald als ‘ondoorgrondelijk’ helpt om de fundamentele menselijke openheid te vatten. En doordat unheimlich onvertaald is gelaten, beklijft het ongemak dat ontstaat wanneer iets vreemd, maar toch herkenbaar is. De uitstekende inleiding en noten van Julien Kloeg en Jos de Mul voorzien Plessners subtiele en soms complexe argumentatie van de nodige context. Helaas heeft Jan Vorstenbosch, die de eerste versie van de vertaling verzorgde, de publicatie niet meer kunnen meemaken.

In het late artikel ‘De emancipatie van de macht’ (1962), dat aan deze Nederlandse editie is bijgevoegd, reflecteert Plessner op macht in de naoorlogse samenleving. Terwijl macht voor de oorlog vooral bij zichtbare gezagsdragers lag, wordt deze nu in naam van efficiëntie steeds meer verdeeld over anonieme, bureaucratische structuren. Kloeg en De Mul halen de toeslagenaffaire aan als voorbeeld van wat er misgaat als die structuren aan het politieke proces worden onttrokken en een eigen leven gaan leiden. Achter ieder computer says no ligt een keuze over wie we willen zijn.

Leesbaarder dan ooit betekent niet dat Macht en menselijke natuur lichte kost is. Maar wie de uitdaging aangaat, wordt beloond met een hartstochtelijk betoog om onze pluralistische democratie te beschermen. Haarscherp ontleedt Plessner onze verleiding om het unheimliche uit de weg te gaan met technocratische oplossingen en autoritaire leiders. Plessners kerngedachte dat de mens een open vraag is, is hoopvol en beklemmend tegelijk. Het kan altijd anders, maar het kan ook faliekant misgaan. Dat laatste heeft Plessner aan den lijve ondervonden.

Macht en menselijke natuur
Helmuth Plessner
vert. Julien Kloeg, Jos de Mul en Jan Vorstenbosch

Boom
224 blz.
€ 24,90

Loginmenu afsluiten