Home Politiek ‘Wie macht wil kan niet zonder cultuur, zag Gramsci’
Politiek

‘Wie macht wil kan niet zonder cultuur, zag Gramsci’

Door Jonathan Janssen op 23 juni 2026

Antonio Gramsci
Zorg dat de massa met je ideeën instemt en de macht ligt voor het grijpen, dacht Antonio Gramsci. Arthur Weststeijn vertaalde zijn Notities uit de gevangenis.

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

‘De oude wereld sterft, en de nieuwe wereld worstelt om geboren te worden; nu is de tijd van monsters.’ Het is het bekendste en populairste citaat van de Italiaanse filosoof en politicus Antonio Gramsci (1891-1937), waarmee hij wijst op de gevaren die dreigen wanneer een politiek systeem in crisis raakt. Maar die woorden heeft Gramsci nooit gebruikt, zegt historicus en vertaler Arthur Weststeijn. ‘Gramsci schrijft over “een interregnum waarin zich de meest uiteenlopende ziekelijke verschijnselen voordoen”. Een creatieve Franse vertaler heeft daar ooit “monsters” van gemaakt, en daarna heeft de Sloveense filosoof Slavoj Zizek die vertaling verder gepopulariseerd. Het is een belangrijk verschil, want Gramsci ziet de crisis als een overgangsfase – niet als een einde der tijden, zoals de foutieve vertaling lijkt te suggereren.’

Een van de ‘ziekelijke verschijnselen’ waar Gramsci over schrijft is het bewind van Benito Mussolini van 1922 tot 1943. Als leider van de communistische partij was Gramsci een van de laatste tegenstanders van de fascistische dictator in het Italiaanse parlement. In 1926 liet Mussolini hem daarom oppakken en gooide hem in de gevangenis. Daar besloot Gramsci zijn gedachten op papier te zetten, wat resulteerde in drieduizend bladzijden aan aantekeningen over filosofie, politiek en cultuur. Weststeijn, werkzaam als universitair docent politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, vertaalde daar een selectie van, die onlangs verscheen onder de titel Notities uit de gevangenis.

Wat is dat voor crisis die Gramsci beschrijft?
‘Volgens Gramsci was er in de negentiende eeuw sprake van een “hegemonie” van de liberale bourgeoisie in Italië en Europa, die zowel de politieke als de culturele macht in handen had. Maar aan het begin van de twintigste eeuw begint die culturele macht te fragmenteren: omdat de liberale elite de binding kwijtraakt met de lagere klassen, stemt het volk niet meer met het beleid in. Het wordt dan steeds moeilijker voor de elite om te doen alsof haar alleenmacht gerechtvaardigd is.

In het machtsvacuüm dat dan ontstaat, komt er ruimte om via een ideologische strijd een nieuwe hegemonie te ontwikkelen – een waar de communisten volgens Gramsci een leidende rol in moeten spelen. Maar charismatische leiders als Mussolini kunnen ook in dat machtsvacuüm duiken.’

Hoe bouw je een hegemonie op?
‘Volgens Gramsci zijn er twee soorten macht: je hebt staatsmacht, die macht afdwingt door het gebruik van geweld en wetten en verboden, en er is culturele macht, die veel meer draait om instemming. Daarbij moet je denken aan de media en het onderwijs, maar ook aan kerkelijke organisaties, die macht kunnen uitoefenen door de ideeën die ze verspreiden. Ideeën die er weer toe kunnen leiden dat de geregeerden ermee instemmen dat ze geregeerd worden. Bepalend voor het succes van een machtsgreep is volgens Gramsci vooral of je die tweede vorm, de culturele macht, in handen krijgt.

Een ideaal voorbeeld van zo’n culturele macht ziet Gramsci in de katholieke kerk: in Italië is dat een soort parallelle staat die al eeuwenlang het denken stuurt, zonder geweld hoeven te gebruiken. En dat in alle lagen van de samenleving, van kleine keuterboeren tot hoge aristocraten. Maar de liberalen wisten in de negentiende eeuw ook de verschillende groepen van de samenleving achter zich te scharen met het verhaal dat ze uitdroegen.’

‘Alle mensen zijn intellectuelen,’ schrijft Gramsci in zijn notities. Wat bedoelt hij daarmee?
‘Alle mensen hebben intellectuele capaciteiten, iedereen denkt na over wie hij is en hoe de wereld eruit zou moeten zien. Dat is niet voorbehouden aan die paar individuen die zichzelf belangrijk vinden en zich graag intellectueel noemen. Maar je hebt volgens Gramsci wel zoiets als beroepsintellectuelen: mensen die ideeën bedenken en ervoor zorgen dat die ideeën verspreid worden. Net zoals jij en ik wel een band kunnen plakken, maar geen professionele fietsenmakers zijn.

Een succesvolle hegemonie kan volgens Gramsci niet zonder die beroepsintellectuelen. In de liberale hegemonie zijn dat bijvoorbeeld fiscalisten, juristen en politiek economen. Voor de communistische hegemonie hoopt Gramsci dat er nieuwe intellectuelen uit de arbeidersklasse opstaan, die die klasse vertegenwoordigen.’

De laatste jaren zijn het vooral extreemrechtse figuren, zoals FvD-oprichter Thierry Baudet en de Italiaanse minister Alessandro Giuli, die weglopen met de communistische Gramsci. Hoe is dat te verklaren?
‘Omdat Gramsci het belang van intellectuele arbeid zo benadrukt, is zijn denken aantrekkelijk voor iedereen die zichzelf graag een denker noemt. Dat geldt dus voor intellectuelen aan zowel de linker- als rechterzijde van het politieke spectrum. Maar volgens mij speelt ook mee dat de liberale hegemonie opnieuw is afgekalfd, waarna er een cultuuroorlog is ontstaan tussen links en rechts. Daarin wordt niet gedebatteerd over economische kwesties, maar om culturele thema’s als lhbtiq-rechten en nationale identiteit. Volgens Gramsci is dat waar politiek om draait: culturele binding en collectieve identiteit.

Tien jaar geleden hadden veel rechtse figuren het nog over “cultuurmarxisme” en beweerden ze dat linkse denkers de culturele wereld domineren. Nu eigenen veel rechtse types Gramsci juist toe om een eigen hegemonie te ontwikkelen. Dat brengen ze in de praktijk door steeds dezelfde slogans te benadrukken en te herhalen, en zo te beïnvloeden over welke thema’s wordt gesproken in de media en het onderwijs. En als je kijkt naar het debat over migratie, zijn ze daar redelijk in geslaagd. De “asielcrisis” is inmiddels een politiek feit.’

Even tussendoor …

Meer lezen over Gramsci en andere grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

Zou je kunnen stellen dat we ons opnieuw in een politieke crisis bevinden?
‘De afgelopen decennia doen inderdaad denken aan het proces waar Gramsci over schrijft. Na de val van de Berlijnse Muur was er sprake van een nieuwe liberale hegemonie, maar ook die is aan het begin van deze eeuw uit elkaar gevallen. Steeds meer mensen wantrouwen de elites en de instituties, zie de vele complotdenkers en de opleving van extreemrechts. Daardoor is er een nieuw machtsvacuüm ontstaan, waar autoritaire figuren als Donald Trump in hebben kunnen duiken.’

Zijn die autoritaire leiders dan een tijdelijk verschijnsel? Mussolini was bijna twintig jaar aan de macht.
‘Volgens Gramsci biedt de tussenfase tussen twee hegemonieën een “Caesar” de ruimte om op te staan – een leider die profiteert van de spanning tussen de strijdende partijen en tijdelijk de macht pakt. Dat is meestal een vergankelijk verschijnsel – het fascisme van zijn tijd zag Gramsci als een laatste noodkreet van de oude elite.

De vraag is nu: hoe zal de nieuwe hegemonie eruitzien?’

Notities uit de gevangenis
Antonio Gramsci
vert. Arthur Weststeijn

Boom
104 blz.
€ 14,90

Loginmenu afsluiten